Tagarchief: Tess

104 selfies, mensen, honderdvier

Lees voor met webReader

Door Tess

Mensen, ik heb u goed nieuws te vertellen.
Het glas is niet half leeg.
Niet half vol.
Nee, he-le-maal vol.

De Rabobankreader is vervangen door een scanner. Je hoeft geen eindeloze getallen meer in te tikken. Maar maakt gewoon een foto van een QR-code. Daarmee win je 1 minuut aan tijd per keer dat je telebankiert. Zeg dat je dat twee keer per week doet. Dan scheelt dat op jaarbasis 2 x 52 = 104 minuten. En die tijd kun je dan gebruiken om 104 selfies te maken. Goed nieuws, ik zei het u toch.

Eén doelgroep uitgezonderd. Die van de motorische talenten met spasme.
Ik ben zo ongeveer 104 minuten langer bezig. Want hoe krijg ik nou in godsnaam die QR-CODE erop, als ik mijn handen niet stil krijg. Maar één troost, selfies maken is daardoor ook niet mijn ding. Ik maak altijd een foto van mijn vinger. Ik vind het vrij origineel, maar op facebook vind-niemand-het-leuk.

Gelukkig denkt de medische wereld wel na bij deze dingen. Tenminste dat zou je denken. Spierverslappers, haar trouwste gebruikers hebben spasmes. Weet je wel, van die mensen die bewegingen maken die ze niet willen maken, maar ze maken ze toch (klinkt als eigenwijs). Van mijn arts moest ik 15 mg gaan slikken. Ik kreeg echter 10 mg tabletten. Die sneed ik dan door met een mesje. Resultaat: een kwart tablet en driekwart tablet, tezamen met een stukje vinger.

Ik vroeg de apotheek of ik misschien 3x5mg kon krijgen, die bleek niet te bestaan. Ik ben geen marketeer, maar één ding kan ik mij wel bedenken.
Wat is je voornaamste doelgroep?
Mensen met spasme.
Wat hebben die nodig?
Pillen die ze niet moeten doorsnijden.
Dus wat geven we ze?
Pillen die je wel moet doorsnijden, dat houdt hen lekker van de straat. Want die spierverslappers zijn niet zo goed voor je reactievermogen.

Zoals u ziet is het glas voor een spast niet altijd helemaal vol. Gelukkig maar… een spast en een vol glas zijn immers ook niet zo’n goede combinatie.

Goed plan?!

Lees voor met webReader

Door Tess

”Je wilt op jezelf gaan wonen. Goed plan.”, zei mijn arts. ”Maar ik zou wel beginnen met wonen met 24 uur de mogelijkheid tot zorg.” 24 uur zorg? Ik? Tess? Dat heb ik toch niet nodig. ”Ja, beginnen hé. ”, zei de arts. ”Dan kun je daar leren om structuur aan te brengen, koken zonder de keuken in de fik te steken en je energielevel op peil te houden, ondanks alle taken die je erbij hebt gekregen.” Ik zal er over nadenken, was mijn antwoord. Eigenlijk was ik boos en gekwetst.

Na het bezoek aan de arts moest ik binnen een half uur naar mijn werk fietsen. Daar had ik een vergadering. Gelukkig fietste ik keihard, vanwege alle woede die eruit kwam. Binnen kwartier stond ik op mijn werk. Ik moest dit aan iemand kwijt en dus belde ik mijn vader. Toen ik eindelijk uitgeraasd was vroeg hij:
”Wie heeft de regie over jouw leven?”
”Ik, natuurlijk.”
”En wat vindt de regie er van?”
”Slecht plan, maar dat had je vast nog niet door.”
”Nou dan.”
”Maar zie ik het verkeerd? Ff eerlijk pap. Hoe denk jij erover?”
”Ik ga graag achter de regie staan. En ik weet zeker dat je moeder dat ook doet.”
”Ik ga het tegendeel bewijzen! Enne… nu moet ik aan het werk. Thanks, pap. Doei!”

En nu een jaar later woon ik op mijzelf. Anti-kraak in een voormalig bejaardentehuis. Met slechts twee uur ambulante begeleiding per week. Samen met vijftien gezellige leeftijdsgenoten, waarbij nooit getwijfeld is of ze hun keuken in de fik zouden steken en of ze wel structuur konden aanbrengen.
Mijn keuken staat er nog steeds.
De buurman heeft zijn oven al opgeblazen.
Mijn servies is op één glas na nog in tact.
Ik heb de buurvrouw alweer in de Ikea gespot.
De structuur aanbrengen gaat best goed.
Zo goed, dat de buurman mijn handige planner wilde kopiëren.
Mijn energiepeil schommelt.
Die van de buurvrouw ook na een paar drankjes.

En als het echt niet gaat. Dan geef ik de regie even aan mijn ambulant begeleider of ouders. Om hem weer zo snel mogelijk terug te pakken. Goed plan!

PS: Ik besef dat zo weinig zorg niet voor iedereen is weggelegd. En dit is dan ook echt geen blog om de bezuinigingen in de zorg goed te praten. Het is puur gebaseerd op mijn situatie en mogelijkheden.

Koopwoning

Het is verrekte mongool, joh!

Lees voor met webReader

Door Tess

Als je op een driewieler rijdt ben je zo ongeveer een bekende Nederlander. Iedereen kijkt je na, geeft je voorrang en zegt je gedag. En dit alles met een blik van medelijden van hier tot Tokio. Ik ben echter van mening dat ik juist medelijden moet hebben met mensen op tweewielers. Zij moeten hun fiets zelf betalen, ik krijg hem van de gemeente. Zij krijgen alleen voorrang als het echt niet anders kan, ik krijg hem zelfs als tien haaientanden op de weg mij aankijken.

Sinds kort heb ik een elektrische fiets. Mijn werk en sport zijn elf en acht kilometer weg, wat maakte dat ik soms een groot deel van mijn energie al verspeeld had, terwijl mijn werk of sport nog moest beginnen. Op de elektrische fiets moet ik wel trappen, maar het grootste werk wordt voor mij gedaan. Daarnaast is mijn reistijd zo ongeveer gehalveerd en ben ik blij dat ik overal voorrang krijg, want ik kan ga soms zo hard* dat ik de haaientanden geen eens meer zie.

Maar natuurlijk kan ik ook niet om de nadelen van een driewieler heen. Het is vervelend dat mensen je naroepen, geestelijk laag inschatten en super aantrekkelijk ben je ook niet op zo’n fiets. Ik moet heel eerlijk bekennen dat ik na mijn vakantie weleens moeite heb om weer op mijn fiets te stappen. Je hebt dan alles voor een aantal weken lekker thuis kunnen laten en ik moet dan echt weer over een drempel heen. Deze drempel wordt wel steeds lager sinds de puberteit verder achter mij ligt.

Gelukkig kun je om de naroepen soms ook smakelijk lachen. Ik vertelde tegen mijn zus dat ik heel ad rem was geweest toen een pisjochie van vijftien jaar mij voor ‘mongool’ uitschold. Snel riep ik hem na ‘het is verrekte mongool, joh’. Mijn zus kon er niet om lachen. ”Ik vind het echt niet leuk dat ze jou mongool noemen.”, zei ze verontwaardigd. Ik smolt van de zusterliefde. ”Want dat mag ik alleen zeggen.”, vulde ze even daarna aan.

*Mam, mocht jij dit lezen, weet dat je in blogs altijd dingen moet overdrijven om het leuk te maken, hé. Maak je geen zorgen, ik houd mij keurig aan de snelheid.

222979_z_1

Een teletubbie met hersenletsel, alstublieft

Lees voor met webReader

Door Tess 

Je zal het maar hebben, Down voor dummies, Doof!, Tourette on Tour, Undatebles, Het zal me een rotzorg zijn en Syndroom. Dit lijstje is vast niet compleet. Programma’s over mensen met een handicap zijn hot. Je kunt de tv niet aanzetten of iemand met een handicap vertelt over zijn leven, ziet zijn droom in vervulling gaan of date er vrolijk op los.

De meeste programma’s kijk ik graag. ‘Je zal het maar hebben’ is mijn favoriet, grotendeels omdat ik stiekem een oogje heb op Valerio (ik mis hem nu al!). Omdat ik een groot deel van mijn schooltijd op een mytylschool heb gezeten zie ik regelmatig oud-klasgenoten in de programma’s voorbij komen. Altijd leuk om te zien wat er van hen terecht is gekomen. Vaak kom je er dan pas achter hoe iemand met zijn handicap omgaat. Op school spraken we daar zelden over, als we het deden ging gepaard met een hoop humor. Je weet wel, tegen iemand in een rolstoel die last had van een loopneus zeggen dat hij blij moest zijn met die loopneus, want dan liep er tenminste nog iets aan hem.

Maar ik dwaal af. Ik vind het goed dat dit soort programma’s er zijn, maar vind ook dat ze worden uitgemolken. Logisch, kijkcijfers zijn kijkcijfers. Ik vind dat mensen met een handicap nu voldoende hebben laten zien waar ze tot in staat zijn. En daarmee is het wat mij betreft tijd voor stap twee. Mensen met een handicap moeten gaan meedoen aan reguliere programma’s. Daarbij mag hun handicap wel zichtbaar zijn en benoemd worden, maar niet op voorgrond staan. Dus lieve John de Mol…

  • Wanneer komt de eerste rolstoeler GTST binnen rollen (en dan bedoel ik niet een acteur die ‘ineens’ weer kan lopen)?
  • Wanneer komt de eerste slechtziende Utopia in?
  • Wanneer komt die Teletubbie die tussen de middag even moet rusten, omdat hij hersenletsel heeft?
  • En wanneer gaat de eerste spast op zijn plaat in het programma Wipe Out?

slapen

Met/zonder lijstje, met/zonder kast

Lees voor met webReader

Door Tess

Vriend I kwam mijn nieuwe huis bewonderen. Hij bleef stilstaan voor de keukenkast. ”Ben je debiel of zo?’’, vroeg hij. ”Of ben je tijdens je vakantie autistisch geworden of zo?’’. Fijn van die eerlijke en recht-voor-zijn-raap vrienden.

Vriend I doelde op het lijstje dat op het magneetbord van mijn keukenkast hangt. Op het lijstje staat voor een aantal activiteiten wat ik moet doen: voordat ik de activiteit ga doen of voordat ik ergens heen ga. Wat moet er in mijn tas als ik ga werken, wat als ik ga trainen en wat als ik uit logeren ga?

Omdat ik anti-kraak woon deel ik de douche met vijf medebewoners. Een beetje opschieten op deze ’s ochtends zo populaire plek is dus wel zo netjes. Daarom staat er ook op het lijstje wat ik moet meenemen als ik ga douchen. Om te voorkomen dat ik eerst een half uur door mijn huis rondjes ga lopen om mijn spullen bij elkaar te zoeken. Er vervolgens al twee buren zijn voor gepiept. Ik na een half uur eindelijk in de douche sta en er alsnog achter kom dat ik mijn badjas ben vergeten (Mijn buurmannen zijn aardig hoor. Maar ik heb nou niet echt de behoefte om ze ’s ochtends te entertainen). Ik weer terug kan voor die badjas. En er vervolgens weer iemand is voor gepiept.

Het lijstje geeft mij houvast en een stukje rust. Ik weet wat ik moet doen. Ik kan mij concentreren op dat wat ik moet doen en hoef niet bezig te zijn met wat ik nu en straks moet doen.  Vroeger had ik dit lijstje ook al. In de binnenkant van mijn kast. Want ik schaamde mij ervoor. Wanneer mensen in die kast wilden komen bedacht ik smoesjes. Ik denk dat veel mensen de wildste ideeën hadden over wat er toch wel niet in de kast zou liggen.

Nu schaam ik mij niet meer. Hij hoort bij mij. De één heeft een rolstoel als hulpmiddel en ik heb een lijstje. Nou ja… ik lieg een beetje. Toen vriend II later mijn huis kwam bezoeken haalde ik het lijstje weg. Als vriend I al opmerkingen had, wat moest de nog stoerdere en flab-uiterige vriend II wel niet denken. ”En bevalt het op jezelf wonen een beetje?’’, vroeg vriend II. Ik vertelde over de vrijheid en de mooie centrale plek. Toen vroeg hij of ik het red met plannen en regelen. Stoer antwoordde ik: ”Ja, waarom niet?’’. ”Nou.’’, zei hij. ”Ik zie hier nergens lijstjes hangen. En dat is toch wel belangrijk als je je eigen huishouden runt. Zeker voor jou. Maar daar kom je nog wel achter.’’

lijstjes

Egoïstisch

Lees voor met webReader

Door Tess

Verhuizen, slagen, twee keer op vakantie gaan en ook nog aan het daten. In één maand. Benauwd werkje hé? Oo, en die blog voor Brainstormt. Die moet natuurlijk ook nog geschreven worden. Dan maar nu, om twee uur ’s nachts, want slapen, dat kan ik niet… Goh, hoe zou dat nou komen?

Ik kreeg van mijn vader één advies: jij MOET deze periode enorm egoïstisch zijn en voor jezelf kiezen. Dit druist onwijs tegen mijn principes in. Maar ik heb het even nodig.

En ook nu ga ik het doen. Dit is mijn blog voor deze keer. Niet om over naar huis te schrijven. Of toch wel… dan weet mijn vader hoe ontzettend egoïstisch ik bezig ben.

download

Race tegen de klok

Lees voor met webReader

Door Tess

12.00 uur
Ik stap uit de metro in Amsterdam. Ik zie een gemiste oproep van een vriendin. Snel bel ik haar terug. De vriendin wenst mij veel succes met mijn examen en praat mij nog even wat moed in. ”Nu gaan we gauw hangen. ”, zegt ze. ”Ga jij nou maar opzoek naar de examenlocatie. Straks kom je nog te laat. ” Ik vertel haar dat ik nog een uur heb en dat het dus wel bijzonder knap is om te laat te komen.

12.15 uur
Met de navigatie op mijn mobiel ga ik op pad. Deze heeft alleen geen idee waar ik ben en laat mij rondjes lopen.

12.30 uur
Ik besluit mijn mobiel weg te doen. Ik heb zelf ook totaal geen richtingsgevoel en kaarten lezen is door mijn gebrek aan inzicht een ramp. Ik besluit de weg te vragen aan een voorbijganger. De man die ik aanspreek blijkt een bekende te zijn in de buurt. Volgens hem moet ik nog een kwartiertje lopen, twee keer links en drie keer rechts.

12.45 uur
Ik ben op de plek waar de man mij naar toestuurde. Maar ik zie geen examenlocatie, geen aanknopingspunt. Niets. Ik besluit een man aan te spreken. ”Meissie”, zegt die. ”Je bent hier zeker niet in de buurt. En wat doe jij trouwens in je eentje in De Bijlmer? Vinden je ouders dat wel goed? ” Weer wat geleerd vandaag. Amsterdam Zuid-Oost is dus in De Bijlmer. Dat wist ik niet, mijn ouders dus ook niet en dat laten we maar even zo, al voel ik mij totaal niet onveilig.

13.00 uur
Nog een kwartier, dan begint het examen. Ik krijg een helder moment en besluit de opleiding te bellen. Wellicht kunnen zij mij telefonisch de weg wijzen. Ik omschrijf de grote gebouwen om mij heen. Bij de vrouw aan de andere kant van de lijn gaat geen lichtje branden. Ze zegt de buurt op haar duimpje te kennen. Ik ben dus echt een eind uit de richting. Tot een half uur te laat mag ik de examenzaal nog in. Ik heb nog tot 13.45 uur.

13.15 uur
Ik besluit terug te rennen naar het metrostation en daar nogmaals te bellen. Volgens 9292OV was het namelijk maar vier minuten lopen vanaf het metrostation. Al rennend kom ik een man tegen. Iets in mij zegt dat hij de weg weet. En ja hoor… hier het water over en dan rechts, vertelt hij mij overtuigend.

13.30 uur
Zwetend, buiten adem, doodop en gestresst kom ik de examenzaal binnen. Ik besluit mijzelf 10 minuten rust te gunnen en dan te beginnen met het examen. De stress gaat langzaam weg, ik zet het knopje ‘vermoeidheid negeren’ aan en ga aan de slag.

16.15 uur
Mijn examentijd zit erop. Het examen was pittig, maar met zo’n start mag ik al onwijs trots zijn dat ik alle antwoorden heb ingevuld en nagelezen. Ik kan wel lachen om mijn avontuur. Zeker wanneer ik het opleidingsgebouw uitloop en recht tegenover het metrostation sta.

De uitslag laat nog even op zich wachten, kan ik mooi nog even uitpuffen.

8661316-persoon-symbool-in-een-rush-loopt-tegen-een-klok-in-een-race-met-tijd

A t/m Z?

Lees voor met webReader

Door Tess

Nog een ruime twee weken te gaan. Dan doe ik examen, dan moet het gebeuren.
O, ik heb nog twee weken…
Nee, ik heb nog maar twee weken…
O, alleen nog even de puntjes op I…
Nee, de puntjes moeten nog op de letters A t/m Z…

Je hebt het misschien al door. Als ik examen zou doen voor de opleiding piekeren was ik zeker cum laude geslaagd. Maar mijn opleiding Communicatie geeft voor piekeren geen punten. Nee, ik moet het gewoon gaan doen.

Vijf maanden geleden besloot ik een plan te maken. Ik maakte een overzicht van alles wat ik moest leren en deelde dit door het aantal weken dat ik nog had. Dat ging de eerste weken goed. Maar natuurlijk kwamen er ook weken dat ik mij minder goed voelde en de planning niet ging halen. Dat probeerde ik de week daarna te compenseren. De stress liep dan echter zover op dat ik niets meer opnam. Ik besloot mijn planning los te laten. Ik begon bij hoofdstuk 1 en deed wat er in mijn vermogen lag. Dat ging als een speer, de stress van de deadline was weg. Ik nam alles in mij op.

Ik besloot een samenvatting van de boeken te maken. Die samenvatting werd echter langer dan de boeken zelf. Ik kon het onderscheid tussen wat belangrijk was en wat niet, niet goed maken. Ik sliep er niet van, dit ging niet goed komen.

Ik besloot mijn probleem te delen en kreeg een duidelijk advies:
Stop met samenvatten…ga alleen lezen…
Maak een proefexamen en kijk hoever je al bent…
Vertrouw op jezelf en kap met piekeren…
Ik maakte het proefexamen. En ja hoor, heel streng nagekeken kwam ik op een 6,8. Met nog twee maanden te gaan. Het vertrouwen kwam terug.

De afgelopen maanden las ik veel, ik maakte proefexamens en maakte een samenvatting met alleen de antwoorden op vragen die ik fout had in de proefexamens.

Straks ga ik mijn uiterste best. Ik ga ervoor. En mocht ik echt zo’n hopeloos geval zijn als ik af en toe denk, dan kan ik altijd nog de opleiding piekeren gaan doen. Of nog beter: een opleiding Nederlands, want op slechts twee letters van A t/m Z staan puntjes. Waarom verwacht ik dan van mijzelf dat ik ze op alle 26 zet? Let’s do it!

AZ

 

 

Wie had dat kunnen denken…

Lees voor met webReader

Door Tess

Vorig jaar februari vertrokken er dertien mannen vanuit het Westland (Zuid-Holland) met zes auto’s naar Gambia. Een reis van 7000 kilometer en dat even in twee weken. De zes auto’s kregen allemaal een bestemming in Gambia. Als ziekenwagen, tandartswagen of taxi voor een gezin, dat daarmee weer zelfstandig inkomen kan vergaren. Dit vergde een intensieve voorbereiding, waarbij ik ook betrokken was. Ik doe namelijk de PR voor deze stichting Westland4gambia.

Een groepje partners en kinderen van de mannen besloot naar Gambia te vliegen. Ze wilden in Gambia zijn als deze dertien kanjers aankwamen. Op een dag kwam de vraag of het ook niet iets voor mij was om dan mee te gaan. Ik was immers veel met het project bezig geweest en wat was er dan mooier dan het eindresultaat met eigen ogen zien?

Natuurlijk vond ik dat wat!
Afrika…Gambia…zien waar de auto’s naar toe gaan… zien hoe de mensen daar leven…een lekkere tempratuur… en dat met een leuke groep mensen.

Toch had ik mijn bedenkingen.
Ging ik dit volhouden? Was ik geen maanden uit roulatie bij terugkomst? Ik heb er met een aantal mensen over gesproken. Zij vonden dat ik het gewoon moest doen. Als ik mijzelf maar in de gaten hield, op tijd mijn rust pakte en eerlijk was over wat er wel en niet ging. Ook binnen de stichting gaven mensen aan dat het geen probleem was. Ik kon mij altijd even terugtrekken als ik dat wilde en als ik een dagje rustig aan moest doen kon ik chillen op het strand.

Hoe meer mensen ik over mijn plannen vertelde… hoe enthousiaster ik werd. Mijn tickets en hotel waren geboekt. Ik kreeg vrij op mijn werk.
GAMBIA, HERE I COME!

Natuurlijk bleven er die twijfels en was ik ook best weleens zenuwachtig. Ik besloot iedereen die meeging een mailtje te sturen om hen even wat over mijzelf te vertellen. Dat schepte een hoop duidelijkheid! Na alle reacties op de mail zag ik het nog meer zitten.

Ik kan je vertellen. Ik heb de week van mijn leven gehad.
Wat een mooi land en wat een bijzondere mensen. En bovenal wat voelde ik mij goed. Ik kwam tot rust. Er hoefde niks. Er mocht van alles.

Twee weken na de reis had ik even een wat mindere periode. De hectiek en alles moeten in het gewone leven kwam even hard aan. ‘’Wat zou je nu echt willen?’’, vroeg een vriendin die mij probeerde te helpen. ‘’Terug naar Gambia’’, antwoordde ik haar.
Wie had dat kunnen denken…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Yolo: Op en neer

Lees voor met webReader

Door Tess

Beetje rare titel voor een blog. Ik weet het. Maar… ik kan het uitleggen.

Vandaag voel ik mij heel goed. Het ging lekker op mijn werk. Ik schreef zo twee teksten weg. Mijn lijstje met te plegen telefoontjes is een mooie kleurplaat met heel veel gekras geworden. Dat is klaar. Mijn mailbox is bij en schoon. En de papierbak heeft weer zat te eten. Want ook mijn papieren administratie is weggewerkt.

Wat een contrast met vorige week. Wat zeg ik… met twee dagen geleden. Een vol hoofd en er kwam niets uit mijn handen. De badminton zei ik af. Ik had geen energie voor drukte. Ik ging op tijd naar bed.

Sinds gisteren ben ik weer back. Ik hoefde thuis niet af te wassen. ‘’Ga maar gauw naar de badminton’’, zeiden mijn ouders. Ik was zo druk en enthousiast dat ze liever zelf die afwas deden dan een stuiterbal om hen heen hadden. Eenmaal bij de sport vroeg de trainer of ik enig idee heb waar mijn volumeknop zit. En mocht het antwoord ‘ja’ zijn, dan mocht hij best wel wat zachter. Zelfs na een zware shuttlerun stond ik nog te lachen en gek te doen.

Ik vind dat contrast maar lastig. Ook als ik mij goed voel moet ik op tijd mijn rust pakken. En niet té veel doen. Om de middenlijn te houden. En wellicht daardoor minder vaak in te storten. Maar soms denk ik: YOLO (lees: You Only Live Once). Dan voel ik mij goed, kan die middenlijn mij weinig schelen en ga ik lekker een terrasje pakken of iets anders leuks doen.

Ik wil de middenweg hierin vinden.
Tot die tijd gaan we gezellig op en neer. Mét hopelijk een hoop YOLO!

YOLO

Nee?!

Lees voor met webReader

Door Tess

Ik moet leren ‘nee’ te zeggen. Nee, op de verzoeken die ik krijg om wat te schrijven. Nee, op afspraakjes waar ik geen zin in heb. Nee, als ik te druk ben om bepaalde dingen op te pakken.

Waarom? Omdat er maar 24 uur in een dag zitten. Omdat ik door mijn hersenletsel minder energie heb. En omdat ik al aan een studie, sport en werk doe. Om mijn vrijwilligerswerk niet te vergeten.

Een mooi testmoment was de vraag van een redacteur van een tijdschrift. Tijdens een gesprek op een verjaardag van een gezamenlijke vriendin. Of ik geen column kon schrijven voor zijn blad. Slechts eens in de twee maanden. Slechts 500 woorden. ‘Nee, Tess’, spookte er door mijn hoofd, ‘je hebt het al veel te druk.’ ‘Ja, maar dit is een mooie kans.’, zei een ander stemmetje in mijn hoofd. Ik vertelde de redacteur er over na te denken. Hij wilde dat ik besloot wat voor mij het beste was. Maar zou wel onwijs blij zijn als ik het deed. Hij wilde mij geen druk opleggen, maar zou zwaar teleurgesteld zijn als ik het niet deed.

Dat ‘nee’ leren zeggen zie ik maar als een proces. Hoofdrekenen leerde ik ook niet van de één op de andere dag. Dus ‘nee’ zeggen ook niet. Mijn proces bevindt zich nu in de fase: ‘daar wil ik graag even over nadenken’. Om vervolgens alsnog altijd ‘ja’ te zeggen.

En ook nu ben ik in deze fase blijven steken. Ik schreef de eerste column. Tot de redacteur mij met een verdrietig stemmetje opbelde. Hij was ontslagen tijdens een re-organisatie en had nog geen gelegenheid gevonden om mijn column in te brengen. Het feest ging dus niet. Had er weer iemand anders ‘nee’ voor mij gezegd. Bofkont!

NEE