Tagarchief: Sport

Zo beleefde ik het WK Voetbal

Lees voor met webReader

Net als (bijna) iedereen verwachtte ik er weinig van deze keer.
De groepsfase doorkomen en een kleine nederlaag tegen Spanje in de eerste wedstrijd, dat zou al mooi zijn.
Hoe anders liep het.

Nederland maakte gehakt van de voormalig wereldkampioen en overklaste ze met 5-1. 5-1! Daarna won Oranje ook (met wat moeite) van Australië en van één van de outsiders voor de titel Chili. Nederland werd daardoor zelfs nummer 1 in de poule.

De mannen waren megafit, legden een enorme dosis strijdlust, wilskracht en mentale weerbaarheid aan de dag en ook met de teamgeest zat het deze keer goed. Voeg dat samen met één van de beste coaches van de wereld en zie daar het succes.

In de achtste finales werd Mexico in de sauna van Fortaleza na een bloedstollend gevecht verslagen en in de kwartfinale moest ook Costa Rica eraan geloven na een geweldige strafschoppenserie. “Wij geven nooit op, nóóit,” zei Dirk Kuyt in de camera. Hij stal onze harten en bewees nog maar eens dat doorzettingsvermogen ook een talent is.

Ondanks dat Oranje weer tot aan het gaatje ging en alles gaf, was de halve finale tegen Argentinië helaas een brug te ver. Dit keer verloor Oranje de penalties.

Mijn sporthart huilde tranen met tuiten maar al snel putte ik troost uit de pay off van een Nike commercial van vlak na het WK van 2010. Die luidde: “als je alles geeft, dan verlies je niets.” Zo is het maar net!

En daarnaast gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat dat mijn hersenletsel- en migrainehoofd ook wel een beetje opgelucht ademhaalde. Het hakte er namelijk nogal in, al die zenuwslopende wedstrijden, en dan ook nog zo laat op de avond.

Van kinds af aan ben ik een enorme sportfan. Studio Sport is mijn favoriete tv programma, het was mijn grote droom om ooit naar de Olympische Spelen te gaan en ik werkte als Marketing Manager bij een sportmerk.

Als het om voetbal gaat heb ik alles gezien wat er te zien valt. De afscheidswedstrijd van Johan Cruijff was de eerste wedstrijd, waar ik, toen nog samen met mijn vader, live bij was. Daarna volgden een keur aan Eredivisie en Champions League duels, Europese finales van clubteams en een hele lading wedstrijden van het Nederlands elftal. Met als klap op de vuurpijl de kwartfinale tussen Nederland en Argentinië tijdens het WK van 1998 met die fantastische goal van Dennis Bergkamp.

De halve finale van Euro 2000 in Brussel was de laatste wedstrijd, die ik als toeschouwer bijwoonde. Een paar maanden later werd ik als passagier in een auto aangereden door een trein en werd alles anders.

Altijd al was ik heel erg zenuwachtig voor als tijdens een wedstrijd maar dat kon ik erna ook weer prima van me af laten glijden. En het had al helemaal geen effect op mijn fysieke gesteldheid.

Dat werkt nu heel anders. De zenuwen zijn er nog steeds, ik blijf een sportfan in hart en nieren, maar het effect daarvan op mijn lijf is gigantisch. Want ook spanning zijn prikkels, die energie vreten uit dat kleine potje, dat ik heb.

Als ik televisie kijk, komen daar ook nog de prikkels van beeld en geluid bij. Dat is teveel, dus kies ik nu, met pijn in het hart maar met compassie voor mijn gezondheid, voor een alternatieve aanpak.

Ik kijk de voorbeschouwing, dat vind ik leuk, en daarna zet ik mijn tablet (ik heb geen tv) in een andere ruimte. Onder de wedstrijd ga ik wat simpele klusjes doen, die van te voren bedacht heb, en spiek af en toe en op momenten dat ik buiten gejuich hoor naar de stand. Na afloop kijk ik dan de uitgebreide samenvatting. Het is niet optimaal maar het werkt goed voor mij.

Al met al ben ik, net als bijna alle Nederlanders, supertrots op de prestatie van het Nederlands elftal tijdens dit WK Voetbal, en blij dat ik er, weliswaar op een aangepaste manier, van heb mogen meegenieten. Doe mij nog maar wat meer van deze onverwachte lichtpuntjes deze zomer!

En het is geworden…..

Lees voor met webReader

 

Eind februari heb ik een blog geschreven over mij twijfel op welke manier ik meer in beweging wilde komen. Toen was ik al van plan om een keer mee te gaan met een vriend van mijn vriend die op rolstoelhockey zit, omdat dat mij de leukste optie leek. Dit plan heb ik doorgezet en dat pakte goed uit. Inmiddels ben ik in het bezit van een lidmaatschap, heb ik meegedaan aan drie competitiedagen en is het eerste goal op mijn naam een feit. Je kunt wel stellen dat het allemaal in een sneltreinvaart is gegaan. De hoogste tijd om eens even terug te blikken en belangrijker nog, te vertellen waarom ik een echte hockeyer ben geworden.

Half maart ging ik voor het eerst mee. Zaterdagochtend, de wekker op kwart voor acht en gaan met die banaan. Niks even kijken, er werd meteen een rolstoel voor mij uit de verzameling gepakt en ook de kast werd opgetrokken om een geschikte stick te vinden. Daarna moest ik gaan rijden in de rolstoel met de stick in mijn hand. Dat was al een uitdaging op zich, aangezien ik de laatste jaren amper in mijn rolstoel zit en als ik er in zit, altijd geduwd word. Toch lukte het aardig en ook het aannemen en schieten van de bal ging best goed. Ik merkte dat ik het leuk vond en het snel oppakte. Dat wil niet zeggen dat ik een sterspeler ben, maar ik raak in ieder geval de bal.

Dat is echter niet de enige reden die mij heeft doen besluiten om lid te worden. Eindelijk kon ik een teamsport doen met gezellig mensen. Na het sporten nog een drankje doen, is misschien voor veel mensen heel normaal, maar voor mij is het best bijzonder. Eindelijk kan ik lekker sportief bezig zijn met anderen. Na de tweede training heb ik het inschrijfformulier dus ook meteen ingevuld en het avontuur ging verder!

Na de tweede training was er een competitiedag en aangezien er weinig spelers waren, werd gevraagd of ik het team zou willen versterken. Ehhhm….echt….ik heb pas twee keer getraind; kan ik dat wel? Mijn teamleden zagen het wel zitten, dus afhaken kon ik bijna niet meer. Dus daar gingen we, op naar Zoetermeer. Ik was verdediger en heb best wat ballen tegen kunnen houden. Daarbij  werd ik goed versterkt door mijn teamleden en dat zorgde ervoor dat we aardige resultaten boekte. Ik was dus helemaal ingeburgerd in het team.  Op de derde competitiedag werd ik  zelfs gevraagd om een keer als aanvaller in het veld te staan. Deze uitdaging liet ik niet aan mijn neus voorbij gaan. Een beetje onwennig stond ik in het veld, maar plotseling kreeg ik de bal in mijn stick. De weg naar het doel was vrij en ik hoefde de bal alleen een tikje in de goede richting te geven. En…..Goal!! Dit gaf mij toch wel een kick. Ik had het eigenlijk al besloten, maar nu weet ik het zeker. Ik ga mijn eigen rolstoel aanvragen en ik blijf hockeyen.

Geen berg te hoog of te ver!

Lees voor met webReader

Door Cynthia van der Winden

Een reisje naar de maan maken of een wereldleider worden. Het zijn dingen die niet voor iedereen zijn weggelegd. Er zitten nou eenmaal grenzen aan het leven. Als dat niet zo was, zou niemand meer dromen hebben. Het leven zou dan waarschijnlijk wel heel saai worden. Toch ben ik van mening dat grenzen niet altijd een rol hoeven te spelen. Ja, ik heb een beperking, maar dat betekent niet dat mijn leven veel meer grenzen heeft ten opzichte van het leven van een valide persoon. Natuurlijk moet ik er rekening mee houden, bijvoorbeeld met mijn energie. Uitgaan tot diep in de nacht na een lange stagedag zit er voor mij gewoon niet in. Hier ben ik echter niet rauwig om. Op de één of andere manier heb ik die behoefte ook helemaal niet. Er zijn echter ook veel situaties waarin ik geen grenzen ervaar door mijn beperking. Deze volgende twee voorbeelden zullen dit duidelijk maken.

Op mijn achtste stond ik tijdens een kinderfeestje voor het eerst op de ski’s. Mijn moeder ging mee, want we wilden weleens zien wat mijn benen op ski’s gingen doen. Dit bleek het begin te zijn van een groot avontuur! Via mijn revalidatiearts kwam ik in aanraking met de Vereniging van Gehandicapte Wintersporters en inmiddels ga ik al twaalf jaar met deze grote familie op reis. Zelfstandig een piste afkomen is voor mij geen probleem meer. Ik heb weliswaar soms een handje nodig bij het opstaan, maar dat mag de pret zeker niet drukken. Deze reizen hebben nog meer grenzen voor mij doen vervagen. Mensen die in een rolstoel zitten en een beperkte armfunctie hebben, nemen met het grootste gemak zelf een rode piste. Wie deze vereniging niet kent, zou dit nooit voor mogelijk houden.

Vorige maand was ik met mijn vriend op vakantie in Rhodos. Deze vakantie was voor mij al een grote stap. Zoals ik in mijn vorige blog vermeldde, was ik nog nooit zelfstandig met het vliegtuig op vakantie geweest. Echter gingen we op de bestemming aangekomen verder met het opzoeken van het avontuur. Er was namelijk de mogelijkheid om mee te gaan met een Jeep Safari. Deze kans lieten wij natuurlijk niet aan onze neus voorbij gaan. Zelf achter het stuur kruipen, vonden we een stap te ver gaan, maar we hebben ervoor gezorgd dat wij bij een ander Nederlands stel achterin konden kruipen. Op volle snelheid over onverharde wegen, haren in de wind en langs prachtige natuur. Een super ervaring! Je hebt er dan misschien wel wat wilskracht voor nodig, maar dit is voor mij weer een bevestiging dat er meer mogelijk is dan dat je van te voren zou denken.

Terugkijkend op zulke ervaringen, heb ik het gevoel dat ik een geweldig leven heb. Ja, ik zoek de grenzen op, maar dat heeft tot nu toe niet tot negatieve ervaringen geleid, dus ik ga er mee door! Ondanks mijn beperking geniet ik met volle teugen van het leven. Voor mij hoort deze levenshouding daarbij!!!

Cynthia

Grensverleggend

Lees voor met webReader

Door Zarah Bootsman

Twee jaar geleden ben ik begonnen met sporten. Dit omdat mijn conditie betreurenswaardig slecht was. Ik kreeg conditietraining in het revalidatiecentrum, dat was verbonden aan mijn school. Via dit revalidatiecentrum ben ik bij de plaatselijke atletiekvereniging terecht gekomen. Eerst stond ik er nog al wat sceptisch tegenover, zou dit niet te zwaar voor mij zijn, met al mijn lichamelijke klachten?

Ik werd in een groep geplaatst met kinderen die twee tot vier jaar jonger dan ik waren. Dit vond ik in eerste instantie jammer, maar de trainers zeiden dat ik anders niet mee zou kunnen komen met het niveau. In het begin was het heel zwaar. Ik trainde en trainde. Maar mijn niveau werd niet echt heel veel hoger. Ik had het bijna opgegeven. Maar ik ben geen opgever. Ik zette door. En dat heeft uiteindelijk tot veel moois geleid.

In tweede jaar bij de atletiekvereniging ben ik me gaan specialiseren op twee onderdelen, namelijk de werponderdelen kogelstoten en discuswerpen. Ik merkte dat dit redelijk ging, omdat ik redelijk veel kracht heb door mijn spasticiteit, omdat je daarbij niet hoeft te rennen en mijn longen, die door astma niet al te best zijn, worden ontzien.

In november vorig jaar werd mij verteld dat ik naar de groep van de junioren A, mijn eigen categorie, mocht verkassen. Ik had niet meer verheugd kunnen zijn,  mijn niveau was gestegen. Ik had inmiddels een paar wedstrijdjes gedaan en bij iedere wedstrijd mijn persoonlijk record op allebei de onderdelen verbeterd.

Ik hoop dat er voor mij nog veel te halen valt in de atletiek. Ik vind het heel leuk, en mijn prestaties gaan steeds meer vooruit. Tot nu toe heb ik altijd wedstrijden gedaan met ‘gezonde’ mensen. Misschien ga ik binnenkort eens kijken of ik me met mensen die ook een beperking hebben kan meten.

atletiek - kogelstoten

30 minuten hardlopen met hoofdpijn en hersenletsel

Lees voor met webReader

Door Marloes van Zoelen

“Dat kun jij. Echt. Verbaas jezelf.”
Deze zes magische woorden stuurde journaliste B., die mij interviewde voor het blad Vriendin, me dit voorjaar via Twitter.
Het was precies het kleine zetje dat ik nodig had.

Eerst even terug in de tijd.
In de winter van 2011 liep ik voor het eerst hard: 45 seconden wel te verstaan. Dat bouwde ik in een jaar tijd uit naar 20 minuten met 2 keer een minuut rust. Vanaf toen ging het helaas trager. Het verminderen van het aantal pauzes en het verder opbouwen van het aantal minuten leverden regelmatig migraineaanvallen op. Dus moest er een andere aanpak komen.

Ik kocht nieuwe hardloopschoenen en elke keer als ik een stapje kon maken, beloonde ik mezelf met leuke hardloopkleding. Dat hielp! Met veel geduld en doorzettingsvermogen lukte het om in september 2012 twee keer in de week 25 minuten aan één stuk door hard te lopen. Ik durfde mijzelf nu een hardloper te noemen en was tevreden. Dacht ik.

Want toen kwam die tweet van de journaliste en begon het toch weer te kriebelen. Zou ik de magische 30 minuten grens kunnen slechten? Ik besloot het erop te wagen en wat schetste mijn verbazing? Zo moeizaam als het uitbouwen van 20 naar 25 minuten was gegaan, zo makkelijk en vanzelfsprekend ging dit. Al na een paar maanden liep ik op een ochtend in juni zomaar ineens een half uur hard.

Vijf jaar geleden was ik zwaar burn out, kreeg de diagnose hersenletsel en kon amper slenteren. Nu liep ik 30 minuten aan één stuk door hard. 30 minuten! Wat een megamijlpaal!

Ik geloof er heilig in dat het respecteren van de grenzen van je beperkingen over het algemeen beter werkt dan er tegen blijven vechten. Dat laatste is vaak een dood spoor terwijl bij het eerste ruimte ontstaat. Bijvoorbeeld voor het stellen van een beperkt aantal haalbare doelen.

Hardlopen is daar een mooi voorbeeld van. Ik had mijn doel voor ogen en ben daar stapje voor stapje en met vallen en opstaan aan gaan werken. Regelmatig moest ik bijsturen en mijn plan aanpassen maar uiteindelijk is het gelukt.

Het is een lichtpuntje in de categorie bouwlampen, dat me trots maakt. Het betekent namelijk dat ook andere op het oog onmogelijk lijkende dingen misschien mogelijk zijn. Het moet anders en het is niet meer vanzelfsprekend, maar het kan wel! En dat inzicht is misschien wel het fijnste lichtpuntje van deze hele exercitie.

1-115

Hier haal ik energie uit!!

Lees voor met webReader

Door Cynthia van der Winden

Een paar maanden geleden kwam de vraag of er mensen van de Vereniging Gehandicapte Wintersporters (VGW) de vereniging wilden vertegenwoordigen op de Supportbeurs (een beurs waarop allerlei organisaties staan die zich inzetten voor mensen met een beperking). Even voor de mensen die de VGW niet kennen: deze vereniging biedt skireizen aan voor mensen met een lichamelijke beperking. Zelf ga ik al 12 jaar mee met de VGW en ik vind het geweldig! De sfeer op de reis met lotgenoten, het zelfstandig kunnen skiën ondanks je beperking en de enthousiaste begeleiders, maken er elk jaar een groot feest van!
Mijn enthousiasme wil ik maar al te graag overbrengen op mensen die nog niet met de VGW in aanraking zijn gekomen. De kans om op de Supportbeurs te staan, heb ik dan ook met beide handen aangegrepen.

Vrijdagochtend was het dan zover: VGW-shirt aan, instructie van de standhouder, papieren in de hand en gaan! Gelukkig was het niet erg druk en daardoor had ik alle tijd om alle bezoekers uitvoerig te woord te staan en op die manier nieuwe deelnemers, maar ook begeleiders voor de reizen en de lessen in Huizen te werven. Daarnaast kwamen er ook oude bekenden langs. Op rustige momenten was er tijd om bij te kletsen, maar ik hield steeds de boel in de gaten om geen geïnteresseerde over het hoofd te zien. Dat was tenslotte mijn taak voor die ochtend.

’s Middags had ik tijd om zelf over de beurs te struinen. Ik was die dag ervoor ook al geweest, maar de sfeer en de mensen maakten dat ik weer bleef hangen. Het ging mij vooral om het zien van bekenden. Niet alleen van de skireizen, maar ook van zwemles, (paard-) rijles, BOSK-dagen en de zomervakantie. Het was leuk om iedereen onverwacht tegen te komen en bij te kletsen. Ik vind het altijd bijzonder dat je mensen soms jaren niet ziet en toch de draad zo weer op kan pakken. Al met al heb ik veel mensen gesproken en veel nieuwe innovaties gezien die misschien in de toekomst handig zijn voor mij en de andere bezoekers.

Contact met lotgenoten vind ik altijd erg leuk. Hoewel ik, net als vele anderen, in het dagelijks leven ‘normaal’ meedraai in de maatschappij en daar ook zeker mijn best voor doe, betekent het contact met lotgenoten veel voor mij. Het kunnen delen van ervaringen en het leren van elkaars bevindingen is waardevol. De laatste jaren onderhoud ik dit contact grotendeels via Whatsapp en Facebook. Sommige mensen die je op fora spreekt, heb je nog nooit in het echt gezien. Twee van deze mensen kwam ik per toeval tegen op de beurs. Echt bijzonder om elkaar dan op die manier te treffen.

Deze twee dagen waren vermoeiend, maar ik haal er ook zoveel energie uit. Op momenten dat het even niet zo lekker gaat, denk ik terug aan dit soort momenten. Mensen met een beperking voelen elkaar op de één of andere manier toch aan en het is fijn jezelf op zo’n moment niet te hoeven bewijzen.

Cynthia

Tennissen: hoe het wel kan!

Lees voor met webReader

Door Marloes van Zoelen

Het is woensdagochtend en er is sprake van een mijlpaal en een lichtpuntje! Ik ga voor het eerst sinds lange tijd weer tennissen. De bedoeling is om een half uurtje over te slaan met dubbelmaatje M. Kijken hoe het gaat en hoe ik reageer.

Om te beginnen voelt het onwaarschijnlijk fijn om weer te gaan spelen. De simpele dingen eromheen maken me blij. Rokje aan, ballen zoeken, vriendin M. ophalen, het gepiel met afhangen en de baan oplopen. Het is jarenlang zo vanzelfsprekend geweest.

Tennistechnisch zit het wel goed. Na even opwarmen in de kleine vakjes is het gevoel vlug terug en hebben we al snel behoorlijke rallies. Ik ben het niet verleerd. Het zal daarbij vast helpen dat ik al vanaf mijn 6e speel en het fenomeen tennis dus redelijk ingebakken zit in mijn systeem. Ik merk dat ik ook de vruchten van het hardlopen pluk. De conditie is ok. Tot zover het goede nieuws!

Dan het puntje concentreren en omgaan met omgevingsruis. Dat ligt wat ingewikkelder. Alle banen zijn bezet en ondanks dat we heel tactisch de buitenste baan hebben gekozen, kan ik het rumoer om me heen niet goed filteren. Het helpt ook niet dat het complex aan de snelweg ligt en dat vlak in de buurt een grote grasmaaier zijn werk doet.

Na 30 minuten ben ik voldaan maar moe. Het is heerlijk om weer op de baan te hebben gestaan en aan het spelletje geroken te hebben maar ik vind de confrontatie met mijn beperkingen toch wel weer heftig. Er komen allerlei vragen in me op. Wil ik dit? Is het me dit waard? Kan ik hier een weg in vinden?

Het antwoord dient zich als vanzelf aan. Er schiet een situatie van jaren geleden door me heen. Ik speelde competitie in een vriendinnenteam. Tijdens de borrel aan het einde van de dag keken we naar een mixwedstrijd.

Eén van de dames miste haar linkeronderarm. Maar daar liet ze zich niet door belemmeren. Bij de service gooide ze de bal op vanuit het holletje in haar elleboog en de rest deed ze met rechts. Ze speelde ontzettend goed en had er overduidelijk veel plezier in.

Aan haar moet ik denken. Zij heeft een manier gevonden om met haar beperking te spelen. Dat zal vast niet over één nacht ijs zijn gegaan. Daar heeft ze hard voor moeten oefenen en het zal veel doorzettingsvermogen hebben gevergd.

Het vertelt me dat er ook voor mij een alternatieve weg te vinden moet zijn, die naar Rome leidt. Singelen en competitie spelen zit er niet meer in maar af en toe dubbelen en vrij spelen moet mogelijk zijn.

Het zal een kwestie van geduld, experimenteren en rustig opbouwen worden, maar voorlopig wil ik niet opgeven. Het levert me té veel op en ik vind het té leuk! Bewegen doet me goed, ik hou van balsporten, van de sfeer op de tennisbaan, van zweten en van gravel aan mijn benen en wil bovenal weer de lol beleven van dubbelen met M. Ik ga zoeken naar een manier hoe het wel kan en dat vooruitzicht is een lichtpuntje.

tennis