Tagarchief: Prikkels

Au op de Markt

Lees voor met webReader

AU OP DE MARKT

prikkelverwerking  en dan in combinatie met impulsgedrag……

Aiiiiii!

Dat heb ik geleerd, dat wel: als je veel prikkels hebt te verwerken, dien je je impulsen onder controle te houden. Althans: dat tràchten te doen.
Dat lukt dus niet altijd. Want: lees het volgende verhaal.

Mijn linkerkant is enigszins gemankeerd en dat mankement laat zich het meest voelen in de meest extreme extremiteit: mijn linkervoet.

Het verhaal over de markt gaat verder als volgt (en is niet zo netjes..).

We lopen over de markt, na een mislukte start op de veels  te drukke markt ( twee doos áárbeien voor twee euróóós; twee dóós mangóós voor twee euróós. Ik raad dit je aan: doe het niet, ze zijn geen van alle goed meer, zo bij het scheiden van de markt en misschien daarvoor ook al niet).
De markt was  een herrie van jewelste, een drukte van mensen idem –er liepen veel  veelste  te veel obese mensen èn een–ahum, lichtrose bebopkapsel- vrouw die met haar fiets !!! op de Melkmarkt!!!aan de hand telkens liep waar ik heen wilde en dan haar fiets overdwars (!!!) neerzette om iets voor twee euroos  per doos te kopen, naar alle waarschijnlijkheid.
Ze had twee grote fietstassen aan haar tas hangen;  dus zou ze nog wel een uurtje of wat over de markt laveren.
Overigens betrof de obesitas de ècht  veels te obese Britse mannen en die hebben echt geen benul van markt and behaviour, dus dat is sowieso lauw loenen.

Kortom, mijn prikkelverwerkingsvermogen was al lang over de top heen. Alles tintelde, mijn linkervoet, qua extreme extremiteit, barstte zowat uit elkaar.
Maar gepast en ingehouden (always keep your dignity, pffrrr)  vervolgden we onze weg en zochten een goed heenkomen naar een rustiger gedeelte van het centrum van de stad.
Deze weg voerde langs een marktkoopman die zijn kraam aan het afbouwen was.
Ohoh, dacht ik, ohoh, mind my left foot.
Hij gaf met een rake klap een stuk van zijn stelling vrij en dat kwam met een even zo rake klap op mijn linkervoet terecht.

Ik behield mijn waardigheid niet.
Mijn impulsgedrag nam het over en ik vloekte hem en het hele terras ertegenover erbij bij elkaar.

Het was even stil, daar op de markt.
Dat dan weer wel.

Gerdien Brinkman

Zal ik ooit die beren op de weg omver rijden?

Lees voor met webReader

 

Lang heb ik getwijfeld of ik de rijlessen weer op zou pakken.

8 jaar geleden was ik ermee begonnen maar tijdens mijn theorie examen zat de “dader” van het ongeluk naast me. Ik was toen gezakt en had er zo de pest over in dat ik helemaal gestopt was.

Als ik Latijn kan leren zou dit toch ook moet lukken

Maar is auto rijden en hersenletsel een goede combinatie?

Tijdens het rijden moet je namelijk veel handelingen verrichten, goed opletten en inspelen op onverwachte situaties.

Ik heb nu een paar lessen gehad en vind het behoorlijk vermoeiend.

Op de weg/verkeersborden en omgeving letten, schakelen, koppeling, gas geven, remmen en op de snelheidsmeter letten 😉

Na het lessen moet ik dan ook echt even mijn hoofd leeg maken en even uitrusten.

Hopelijk over een tijdje als ik niet meer zo over alles na hoef te denken wordt het minder vermoeiend

Maar wat als ik na een verjaardag of feestje al helemaal vol zit met prikkels.

Wat als iemand tegen me praat terwijl ik aan het rijden ben.

Zou ik dan nooit lekker muziek kunnen draaien terwijl ik aan het rijden ben?

Allemaal vragen waar ik alleen achter kom als ik het uitprobeer!

 

 

 

Op een dag heen en weer naar Rome

Lees voor met webReader

Op dezelfde dag heen en weer vliegen naar Rome voor een voetbalwedstrijd is dat verstandig?
Zoals ik al eerder in een blog had vermeld ben ik een trouwe Feyenoord supporter.
Over de gebeurtenissen voor de wedstrijd is genoeg gezegd en daar ga ik het dan ook niet over hebben.

Toen ik hoorde dat we AS Roma geloot hadden wilde ik er gelijk al heen.
Ik zou met een groepje bekenden gaan, door omstandigheden gingen die er niet meer heen.
Wat nu? Niet gaan? Ik wilde het zo graag en als ik eenmaal iets in me kop heb…

Ik zag dat er reizen werden aangeboden via de supportersvereniging dus heb ik gelijk geboekt.
De eerste week kon ik vooral genieten van het idee.
Vroeg naar Rome vliegen. Daar lekker door Rome lopen, terrasjes pakken, wat eten, naar de wedstrijd en daarna weer terug vliegen.
Het wordt een lange dag dat zeker maar ik heb het ervoor over.

2 weken ervoor werd ik al wat zenuwachtiger.
Dan schieten er allerlei vragen door mijn hoofd, waar in het centrum wordt ik afgezet want ik daar met bekende afgesproken. Zou ik het wel kunnen vinden (geloof me buiten Hellevoetsluis heb ik nog nooit iemand de goede weg gewezen). Hoelang van te voren moet ik er zijn etcetera.
Toen begon ik al een beetje nerveus te worden.

De week ervoor werd het er niet beter op.
Paniek!
De hele planning is veranderd.
Mijn agenda is een rotzooi en afspraken worden op het laatste moment afgezegd.
Ik heb nog geen ticket binnen, geen reisgegevens. Ik weet nog helemaal niks!
Hoe dom ben ik geweest om te denken ik ga even een dag naar Rome!

De dag was aangebroken dat ik naar Rome ging.
Gelukkig kon ik in het vliegtuig nog even slapen want ik had geen oog dicht gedaan die nacht van de spanning.

Mijn vrienden zouden pas later aankomen in Rome als mij. Toen een groepje dat hoorde namen ze me gelijk op in de groep. Dat is Feyenoord!
Mijn vrienden heb ik uiteindelijk na de wedstrijd pas gezien.

We moesten vooral veel wachten. Wachten met ruim 5000 man. Dat waren veel prikkels en ook echt een aanslag op mijn hoofd en energielevel. Maar de adrenaline van de wedstrijd maakte het weer goed! Thuis aangekomen kon ik ook echt nog niet slapen. Ik moest er een weekend van bijkomen maar wat was het gaaf en ik heb het er graag voor over. Ik zou het zo weer doen!

Energie en prikkels

Lees voor met webReader

Door: Annika Korving

Het blijft een terugkerend onderwerp in mijn leven, teveel willen met te weinig energie. Met als gevolg dat ik voor de zoveelste keer doodziek ben. Ik wil zo graag meedraaien met de rest van de maatschappij. Maar ik loop elke keer weer tegen dezelfde muur op, ik word elke keer weer teruggefloten door mijn lichaam. Ik ben duidelijk hardleers, maar ik vraag af of ik dit lesje wel ooit leer. Want dit is niet de leukste les en het lukt me maar niet om het te veranderen.

Nou moet ik ook even zeggen dat het wel lijkt dat op het moment ik denk de goede balans gevonden te hebben mijn lichaam besluit om het energieniveau weer te veranderen. Ik kan er geen peil op trekken. Er zijn dagen bij dat ik om acht uur uitgeslapen ben en ik tot negen uur door kan, maar er zijn ook dagen bij dat ik om twee uur nog niets anders gedaan heb dan de hoognodige dingen zoals douchen, aankleden en eten. Een reden kan ik voor die grootte verschillen niet vinden.

Ik ben er wel achter dat als ik een periode van nadenken en zelfreflectie heb ik veel minder kan hebben dan als ik mentaal goed in mijn vel zit. Maar ik kan dat nadenken niet uitschakelen, ik heb nou eenmaal 24 uur per dag gedachtes en ik kan de stopknop maar niet vinden. Alleen op sommige momenten lijkt het wel alsof er geen belangrijke onderwerpen zich in mijn hoofd hebben verstopt. Ik heb dan gewoon geen last van het nadenken en kan iets leuks doen.

Prikkels hebben ook met de vermoeidheid te maken, maar ook met het nadenken. Ik moet de prikkels verwerken en dat doe ik door na te denken. Ik wil mijn prikkels met het minimum beperken, maar op de een of andere manier lijkt het wel alsof ik me dood verveel zonder prikkels. Ik zou mezelf in ieder geval niet moeten overprikkelen, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Want blijkbaar ben ik nou eenmaal een bezige bij en overprikkel mezelf daardoor snel.

Helaas zijn de prikkels op het moment heel hoog. Ik sta met mijn leven op een kruispunt en ik moet een paar beslissingen nemen die op de nabije toekomst heel veel invloed hebben op mijn leven. Ik heb daardoor moeten besluiten geen back-up meer te zijn voor Brainstormt en ik weet nog niet of ik kan blijven bloggen voor Brainstormt. Maar niet getreurd ik zorg er desnoods voor dat er uit het archief van mijn eigen website een blog  geplaatst wordt. Jullie zijn nog niet van me af!

Prikkels

Het vergeten blog

Lees voor met webReader

Morgen is het de achttiende. Ik moet een blog schrijven. Het ergste is dat ik het weet. Pas sinds vandaag weet ik het. Als ik het van te voren had geweten had ik nog iets kunnen fabriceren. HAD. Ik weet dat ik moet bloggen maar het lukt niet. De schrijfinspiratie is op dit moment heel ver te zoeken. Ik heb een vol hoofd, vergeet continu van alles. Ik had dus eigenlijk een blog moeten schrijven. Een verhaaltje over mijn hersenletsel, zoals ik altijd doe. Het lukte gewoon echt niet. Ik heb het te druk om te schrijven. Daarom is het is een verhaal over het vergeten blog geworden. Ook weer eens wat anders toch?

GETIJDENCOËFFICIËNT

Lees voor met webReader

GETIJDENCOËFFICIËNT

Door Gerdien Brinkman 

Tja, bij ons spoorweghuis in Normandië hoort een buurtje.

Twee buren zijn prominent (wel drie keer per week over het tuinhekje) aanwezig: Marcel, beetje voddig, erg lief, vier zoenen. Hélène, burgemeester van ons dorp(je) is altijd overal waar ze nodig is. Openen van een marktje, een stervende alleenstaande overbuurvrouw  (met kinderen in Parijs die het de moeite niet waard vinden om even over te komen): twee zoenen, comme il faut en Normandie.

Marcel zoent omdat-ie dat bijzonder vindt: Nederlandse dames.
Hélène omdat het protocol is, en omdat we al 11 jaar buren zijn.

Maarrrruhh.… Marcel had wel groot nieuws (hij is midden zeventig en leeft in zijn moestuin en die van de burgemeester): het werd springtij! en dan wel met de hoogste getijdencoëfficiënt van de eeuw. Centdixneuf!!!!!!!

Ai.
Ons spoorweghuis bevindt zich 1,5 km van de kust; met een natuurlijk duin tussen de oceaan en ons, maar toch.
Twee dagen later wàs het hoogtij, en het was hóóg.
De wind was aflandig, dat hielp.
De door Marcel (on)gehoopte overstroming (van hooguit 2 cm landinwaarts) was afgewend.

Wel bulderende golven, de hele nacht door.
En. Vooral de rust van de golven.
Geen zee zo hoog of het doet NAH goed.

Met papa naar het Holland Sport Festival

Lees voor met webReader

Door: Marloes van Zoelen

Via Twitter lees ik over het Holland Sport Festival. Het is de theaterversie van het televisieprogramma in de Verkadefabriek in Den Bosch. Als ik de website bekijk, word ik enorm enthousiast. Hier wil ik heen. Samen met papa. Het lijkt me een geweldige vader-dochter-activiteit.

Maar ja, er zijn alleen avondvoorstellingen en het is bepaald niet naast mijn deur. Mission impossible dus. Ik laat het gaan. Jammer maar helaas.

Een paar dagen voor het evenement stuurt mijn vader – hij is Vriend van de Verkadefabriek – me een mail om me op het festival te wijzen. Kijk eens hoe leuk, lijkt hij te willen zeggen, dit is echt iets voor ons, die hard Holland Sport fans. Voordat ik het weet, bel ik naar de oude koekjesfabriek om te vragen of er nog kaarten zijn. Er borrelt spontaan een plannetje op in mijn hoofd.

Het idee is als volgt.

  • Ik heb vrij recent nog een migraineaanval gehad, dus de kans dat ik er de bewuste avond één krijg is vrij klein.
  • Ik houd me de dag voor de hele happening enorm koest. Dat betekent veel rusten, het aantal prikkels beperken en absoluut geen cognitieve dingen doen. Kortom: punten sparen.
  • Ook op de dag zelf doe ik rustig aan. In de middag rijd ik naar mijn ouders waar ik na aankomst meteen plat ga om bij te komen van de trip. We eten vroeg in de avond zodat ik nog even kan rusten voor vertrek.
  • We blijven maximaal tot half 10. Dat betekent dat we minimaal de helft van het programma skippen. Met pijn in het hart maar het is niet anders.
  • Erna plan ik minimaal 2 recuperatiedagen in. Mijn agenda laat het toe. Ik moet en hoef niks.

En hoe gaat het in praktijk?

  • Ik verheug me vreselijk op mijn eerste theaterbezoek in 4 jaar. In deze euforische stemming vind ik het moeilijk om me rustig te houden. Mijn lijf wil doen en bewegen. Met wat aanpassingen lukt het wonderwel om te ontspannen.
  • Onderweg naar mijn ouderlijk huis voel ik me plotseling melancholiek. Wat zou Pierre het ontzettend fijn vinden dat ik dit met papa doe. Hij was gek op mijn vader en zou het ons zó gunnen. Ik moet ontzettend huilen en hou pas weer op als ik ook mijn moeder van een portie tranen heb voorzien. De hele verdere avond heb ik het heerlijke gevoel dat wijlen mijn lief bij me is en als een engel over me waakt.
  • Mama kookt een verrukkelijk maal en maakt een bedje voor me op een schaduwrijk en stil plekje in de achtertuin. Ik luister naar het ruisen van de leilindes en val bijna in slaap. Wat voel ik me gezegend met alle hulp en goede zorgen!
  • We gaan naar een lezing van Tom Egbers over zijn favoriete sportmoment en naar de zaal waar Rob Hodselmans zijn prachtige filmpjes uit Holland Sport laat zien. Beide programmaonderdelen én de verdere sfeer op het festival zijn geweldig. Papa en ik beleven het allebei erg intens en raken niet uitgepraat!
  • De 2 recuperatiedagen worden er 3 inclusief een flinke migraineaanval. Het zijn moeilijke dagen waarin ik weerstand, berusting, machteloosheid, verdriet en weer berusting voel. Ik weet dat het zo gaat en toch vraag ik me weer af: vind ik het dit waard?

En het antwoord is ja! Met beleid en met mate. Hier kan ik weer een tijdje op teren. Deze actie is nu al één van mijn lichtpuntjes in 2011. Het was bijzonder om dit samen met mijn vader te doen. Juist omdat het niet vanzelfsprekend is, waarderen we het zoveel meer! Het kost bakken energie maar het levert ook zo vreselijk veel op. En dat is een lichtpunt! Net als het prachtige Holland Sport filmpje over Parijs-Roubaix.

Verplicht rusten: zo denk je het om

Lees voor met webReader

Door Marloes van Zoelen

Menig hersenletselpatiënt zal herkennen dat je je dag heel goed moet plannen en indelen. Daar heb je een agenda en in mijn geval ook een instrument voor nodig, de activiteitenweger. Dat is een methode om al mijn activiteiten op een dag te labellen en punten te geven.

In het begin maakte ik schema’s en telde ik braaf elke dag op en af. Nu heb ik een soort automatische weger in mijn hoofd. Ik mag gemiddeld niet hoger dan op +7 uitkomen. En dat is niet veel. Dat betekent dat er tegenover een beetje inspanning een hoop ontspanning moet staan. Om mezelf daarbij te helpen heb ik dagelijks – ik ben van de horizontale programmering – een verplichte rustsessie ingebouwd. Meestal zo tussen één en drie.

Maar dat klinkt natuurlijk niet echt sexy, verplichte rusturen. Dan is het bij voorbaat al niet leuk. Zo voelde het ook. Hè getver moet ik weer. Wetende dat ik het broodnodig heb om me dagelijks even terug te trekken in het donker zonder prikkels.

Daar moest ik wat op verzinnen, maar wat?

Mijn mijmermoment schoot er plotseling door me heen tijdens één van die rustsessies. Dat klinkt toch veel beter? Ik trek me even terug. Nestel me in de hangmat of ga lekker in mijn bed liggen voor mijn mijmermoment. Afgekort MMM! Het voelt meteen een stuk relaxter, het lukt beter om te ontspannen en de creatieve ideeën stromen binnen!

Omdenken heet dat volgens Berthold Gunster, auteur van Ja maar…huh?! Dat is een soort psychologische jiujitsu waarbij je van een probleem een mogelijkheid maakt. Er zijn 15 verschillende omdenktechnieken.

Ik ben niet meer zo van de zelfhulpboeken maar hier wil ik meer van weten. Dus bestel ik het boek en ga omdenken volgen op twitter. Ik krijg meteen een bericht terug met een persoonlijke tekst.

“Ha Marloes. Leuk dat je omdenken volgt. Helemaal fijn. En terecht, natuurlijk. Beer op de weg? Give him a hug! Groet Berthold”

“Mmm, interesting concept”, zou Pierre gezegd hebben. Volgzaam als ik ben, pak ik mijn knuffelbeer er nog maar eens bij. Die heb ik van wijlen mijn lief gekregen toen hij me ten huwelijk vroeg. “Heb je iets om te knuffelen als ik er niet ben”, zei hij toen. Hoezo vooruitziende blik?

Marloes

Londen met hersenletsel. It’s (im) possible!!

Lees voor met webReader

Door Zarah Bootsman

In het weekend van 9 mei was ik alweer voor de vijfde keer in Londen. Iedereen kent Londen. De grote, drukke en vooral toeristische hoofdstad van het Verenigd Koninkrijk. Niet echt de meest ideale plek om naar toe te gaan als je hersenletsel hebt en autistisch bent.

Toch ga ik iedere keer weer. Vele mensen die ik spreek snappen het niet. ‘Wat moet jij in die stad?’ ‘Daar zijn toch veel te veel prikkels voor jou, en dan moet je nog veel lopen ook!’ Ik ben al sinds 2011 gefascineerd door de stad Londen. Ík neem de drukte, de prikkels en al wat er nog meer bij komt kijken graag voor lief.

Eigenlijk is zo’n stedentrip te zwaar voor mij. Ik heb veel pijn in mijn voeten en heb last van de prikkels die zo’n drukke stad met zich meebrengt. Maar als ik om me heen kijk, weet ik weer waar ik het voor doe. Die mooie stad. Met zijn mooie gebouwen, mooie bussen en metro’s (vind ik dan).

Londen met hersenletsel is op zich te doen, als je maar een paar do’s en dont’s in je achterhoofd houdt.

  1. Ga niet naar Harrods. Hoe leuk het lijkt, Harrods is groot, druk en onoverzichtelijk. Ik kon op een gegeven moment zelfs de uitgang niet meer vinden!
  2. Als je rust nodig hebt, ga naar één van de vijf Royal Parks. Genoeg ruimte om te ontspannen.
  3. Als je met de metro wilt reizen, doe dat dan buiten de spitsuren. Als er een trein erg druk is, ga jezelf er dan niet in persen maar wacht op een volgende. Overdag staat er binnen drie minuten weer een nieuwe metro aan het perron.
  4. GENIET! Dat is een heel belangrijke. Als je heel erg geniet en opgaat in wat je doet, gaat, naar mijn ervaring, het afsluiten beter. Het is niet erg als je na afloop kapot bent, als je maar genoten hebt!

Nu ben ik alweer een tijdje thuis. In een gesprek met mijn ouders sprak ik een paar noemenswaardige woorden.

Mijn moeder vroeg: “Hoe voel je je”?
Ik zei: “Slecht, want ik wil terug naar Londen, daar voel ik me pas echt thuis.” Aparte woorden voor een hersenletselklant, maar schijnbaar heb ik behoefte aan de drukte, die me tegelijkertijd compleet gek maakt. Maar aan de andere kant krijg je er zoveel moois voor terug, dat je het gewoon vergeet.

download (1)

Feyenoord…

Lees voor met webReader

Door Maaike Borst

Al heel wat jaartjes ga ik naar elke thuiswedstrijd van Feyenoord. Daar krijg ik heel veel prikkels. In de loop der jaren merk ik dat ik echt heb geleerd om met al die prikkels om te gaan.

De eerste keren dat ik ging was echt heel erg vermoeiend. Al die mensen, indrukken,
geluiden en de spanning. Zodra we op de snelweg zaten sliep ik al in de auto. De dag erna moest ik ook vrijhouden.
Ik was na een tijd gewend aan de prikkels en hoefde de volgende dag geen vrij meer te nemen. Wel deed ik het weekend rustig aan als we moesten voetballen.

Op een gegeven moment kon ik de dag ervoor ook wel gaan stappen of naar een verjaardag ofzo. Zondagavond had ik wel geen puf meer om te koken of wat te doen, maar daar hield ik rekening mee. En ik sliep niet meer in de auto.

Nu ga ik ook weleens voor de wedstrijd naar een verjaardag of ga ik de stad nog ergens een kroeg in voor de wedstrijd.

Ik had me aangeleerd om voor de wedstrijd gewoon lekker om me heen te kijken enz.
Tijdens de wedstrijd gewoon ogen op het veld en dan vooral de bal. Mensen om je heen, maar gewoon laten praten en doen en niet naar luisteren. Eigenlijk zet ik altijd een denkbeeldige stulp om me heen die de prikkels tegenhoudt.

Het parkeren was een drama, dus besloten we het laatste gedeelte voortaan met de tram te doen.

Nog meer prikkels, dacht ik!!!

Maar dat valt gelukkig mee, want ik ben een uur eerder thuis. In de tram is het even druk, maar ik kan altijd wel lachen en vrolijk worden om mensen te kijken en hun analyse te horen van de wedstrijd.

Begin van dit seizoen zat ik in het invalidevak, wegens mijn enkel. Dat scheelde een hoop prikkels. Het vak waar ik in zat was een stuk rustiger. We gingen er eerder heen en later weg, dus ik had ook minder last van de mensenmassa. En had ‘s avonds puf om eten te koken.

Maar wat ben ik toch blij dat ik weer in mijn eigen vak zit!
Mijn onzichtbare denkbeeldig stulpje gaat gewoon weer mee…

64934

Zo klinkt een stille wereld

Lees voor met webReader

Door Marloes van Zoelen

Wil jij onze Bose noise cancelling koptelefoon dit weekend lenen om te testen?” vraagt mijn buurvrouw out of the blue als we op een zonnige middag allebei in onze voortuin aan het rommelen zijn.
“Ja, dat lijkt me wel wat voor jou”, voegt ze eraan toe.

Even weet ik niet wat ik moet zeggen. Wat een fantastische kans en wat lief dat ze het aanbiedt. Via sociale media heb ik al zoveel positieve geluiden over dit apparaat gehoord maar de hoge kosten hebben me er tot nu toe van weerhouden om hem aan te schaffen.
En dus stamel ik: “ja, graag!”

Op vrijdag staat ze met de koptelefoon voor de deur.
Ze legt uit hoe hij werkt en ik zet hem even op.
Ik merk het verschil meteen.
De stilte.
Geen ruis.
En wat dat met mijn lichaam doet.
Het komt acuut tot rust.
Ik ben overweldigd en voel tranen opwellen.
Wát een weldaad!
Als dit toch eens waar kan zijn.

’s Avonds doe ik de eerste echte test in huis. Ik nestel me in mijn hangmat op zolder, steek kaarsjes aan, zet de koptelefoon op en luister naar zachte muziek. Weer voel ik hoe mijn hoofd, nek en schouders zich ontspannen en letterlijk zacht worden. Het is een verrukkelijk gevoel, dat wat mij betreft nog heel lang mag duren.

Op zaterdag probeer ik de koptelefoon uit tijdens mijn rusturen. Het gevolg is een supermeditatiesessie. Het gaat zo makkelijk, bijna als vanzelf voel ik mezelf helemaal zwaar worden. Wat scheelt dit veel.

Ik hoor geen treinen voorbij razen.
Ik hoor geen bussen door de wijk denderen.
Ik hoor geen knetterende motoren.
Ik hoor geen gillende sirenes.
Ik hoor geen auto’s door de straat rijden.
Ik hoor geen kletsende buren.
Ik hoor geen spelende kinderen.
Ik hoor geen blaffende honden.
Ik hoor geen schurende schilders
Ik hoor geen kliko’s over de stoep rollen.
Ik hoor geen brommende cv ketel.
Ik hoor geen zoemende koelkast.
Ik hoor geen draaiende ventilator.

Het enige, dat ik hoor, is een hele zachte ruis. Alsof ik aan zee zit. Of, als ik de koptelefoon aansluit op mijn IPod, mijn zelfgekozen rustige muziek.

Het voelt heerlijk maar het is ook wrang en pijnlijk. Het confronteert me met mijn beperkingen. Ik word me er nog maar weer eens van bewust wat een mens aan prikkels binnenkrijgt en hoeveel het mijn lichaam kost om die te verwerken. Hoeveel energie de gewone, simpele, dagelijkse dingen opzuigen en wegslurpen. En hoe fijn het is als de wereld heel even vredig en stil is en draait in een tempo, dat ik kan bijhouden.

Bijna als vanzelf gaat de ideeënmachine in mijn hoofd ratelen. Ik wil een soortgelijk iets ingebouwd op een chip in mijn hoofd. En dan niet alleen voor geluid maar ook voor licht, informatie en emoties. Een extern compensatiesysteem voor de interne schade in mijn hersens. Dat moet toch ooit mogelijk zijn met de huidige technische ontwikkelingen? Is het niet nu dan toch wel over een aantal jaar? Ik vind het een hoopvolle gedachte en dus een lichtpuntje.

Later het weekend test ik de koptelefoon nog op de fiets en in de auto. Dat vind ik niet zo’n succes. Op de fiets hoor ik, ondanks dat het amper waait, teveel windgeruis en in de auto vind ik het eng om niks te horen. Dat voelt niet veilig. Mijn conclusie is dat het apparaat prima functioneert in passieve ‘stilzit’ situaties.

Als het weekend voorbij is, vind ik het jammer dat ik mijn nieuwe vriend terug moet geven. Ik mis hem meteen. Het is duidelijk: ik wil dit apparaat hebben. Alleen tegen de prijs van 349 euro hik ik nog een beetje aan. Gelukkig geeft studievriendin J. me een paar dagen later het zetje dat ik nodig heb. “Al kost dat ding 2000 euro, meteen kopen, het gaat om je gezondheid hoor!”

Nog diezelfde middag plaats ik mijn bestelling op bose.nl en twee dagen later heb ik de noise cancelling koptelefoon in huis. Het is geruststellend dat ik nu mijn eigen apparaat heb en niet meer na hoeft te denken over lenen en testen. Met dank aan mijn buurvrouw voor het inlevingsvermogen en het meedenken. Want dat is het lichtpuntje waar het allemaal mee begon!

1-96

Naar een clubconcert met hersenletsel? En of het kan!

Lees voor met webReader

Door Zarah Bootsman

Afgelopen april kreeg ik een enthousiast berichtje van mijn tante. ‘Heb je het al gezien, Kayak staat 7 november in Bibelot!’ Ik reageerde nog niet op het berichtje. Bibelot is namelijk een poppodium, ik twijfelde of ik wel de hele avond kon staan. Maar ik zwichtte. Kayak is mijn favoriete band, ik moest en zou erheen. Pijn in mijn voeten of niet. Hersenletsel of niet. Voor Kayak heb ik dat over.26 september had ik de generale repetitie. Toen ging ik in hetzelfde Bibelot onverwachts naar een concert van Maiden United. Dat ging redelijk, ik stond alleen iets te dicht bij de boxen, waardoor ik een beetje last kreeg van een vol hoofd.

7 november 2014
Deze datum staat voor altijd in mijn geheugen gegrift. Want wat was het concert geweldig. Ik stond helemaal vooraan, aan de rand van het podium. Zo kon ik met mijn handen op het podium leunen en had ik goed uitzicht. Toen het eerste nummer begon herkende de zangeres me al. Zo supergaaf vond ik dat. Na twee uur lang keihard meezingen, kwam het concert helaas tot een einde. Het had van mij nog wel wat langer mogen duren!

Bij concerten van deze band is het de gewoonte dat er na afloop handtekeningen uitgedeeld worden. Een kennis van mij had een exemplaar van de setlist geregeld, die wilde ik natuurlijk laten signeren. En het liefst nog een keer op de foto, maar ja ik wist niet of dat zou gaan lukken.

Ietwat verlegen liep ik op de zanger en de zangeres af. De zanger riep naar mij: ‘Hoi, gaan we weer op de foto!? Dat zag ik natuurlijk wel zitten. Het is uiteindelijk een heel geslaagde foto geworden. Een afspiegeling van een zeer geslaagde avond.
Zulke avonden wil ik vaker mee gaan maken.
Dit was een positieve ervaring en daar kan ik weer een tijdje op vooruit!

SAM_0539

IN GEZELSCHAP

Lees voor met webReader

Door Gerdien Brinkman

Vanaf meer dan vier personen gaat het gegarandeerd mis: men gaat door elkaar praten. Ook vier personen of minder praten door elkaar, maar dat valt nog te corrigeren. “Jongens, één voor één, please” en dat doen ze dan –meestal-. Zelfs houden ze dat ook nog een tijdje vol.
Maar meer dan vier, nee dat gaat niet. Bovendien voel je je dan ook wel een ouwe zeurneus, telkens corrigeren en om aandacht vragen. Ik houd dan maar op te proberen het gesprek te volgen.
En het is verbijsterend hoe vaak mensen elkaar in de rede vallen, zinnen niet worden afgemaakt, en zo al pratende misverstanden ontstaan.
“Ik zei net toch dat…..”, “Nee hoor, dat ging over die andere keer dat……..”, “Nou maar ik vind…….”.

Pfrrr.

Eén keer werd er –met enthousiaste medewerking van anderen uit het gezelschap- een interessante draai aan gegeven. We zaten met zo’n tien (10!) mensen aan een picknicktafel. Het gesprek ging over Wilders, de IS, onthoofdingen en meer van dat leuks waarover iedereen wel een uitgesproken mening heeft.
Niet te volgen, dus.
Dat meldde ik maar weer eens en toen werd de “debatmethode “ ingevoerd. Je kreeg het woord als je je meldde met je hand omhoog; de voorzitter wees aan. Aangezien ik de NAH-er was, zat ik voor en wees aan.
Dat ging gedisciplineerd en was zeer geanimeerd. Men luisterde naar elkaar, ging in op argumenten, reageerde inhoudelijk zonder stemverheffing.
Zonder dat men het raar vond of gekunsteld.
Het was een heel andere manier van communiceren: het spel werd voor iedereen het middel om standpunten goed onder woorden te brengen.

Maar ja, dat doe je natuurlijk niet al te vaak. Je moet er het goede gezelschap en het juiste onderwerp van discussie voor hebben.
Verder: maar gewoon blijven vragen of mensen niet te veel door elkaar praten (vaak snappen ze het verzoek bèst, zo is mijn ervaring) en niet in een groter gezelschap van 4 vertoeven.

Mòcht je echter een keer in een verhitte, interessante discussie terecht komen: probeer de debatmethode eens!

gerdien

Prikkels en multitasken

Lees voor met webReader

Door Maaike Borst

We leven in een tijdperk met veel prikkels. Om ons heen is er veelal drukte en dus veel prikkels.

In de meeste winkels staat er muziek aan. De meeste mensen zullen het misschien niet horen. Maar ik word er snel door afgeleid.
In de supermarkt of kledingzaak heb ik er nooit zo veel last van.
Ga ik naar een andere winkel zoals een reisbureau of telefoonwinkel, waar je een gesprek hebt met de medewerker, dan heb ik er wel last van.
Ik moet me echt inspannen om me op het gesprek te concentreren, wat weer extra energie kost.

De radio staat bijna altijd aan bij mij. Ik weet dat het veel energie kost, maar ik houd toch ook weer niet van de stilte om me heen.
Als ik aan het koken ben of schoonmaken staat het volume meestal wel harder.
Toch ben ik blij als ik klaar ben dat de muziek uitkan.
Zo viel het me pas op dat mijn tv in de avond veel zachter staat dan in de ochtend, omdat mijn hoofd dan al “vol” zit.

Vrouwen kunnen multitasken…

Ik dus totaal niet!
Als ik bijvoorbeeld eten ga koken zorg ik eerst dat alles klaar staat en gesneden is, voordat ik het eten op het gas zet.
Een boodschappenlijstje maken, terwijl ik aan het praten ben, geen goed idee.
En ga zo maar door.

We leven ook in een tijdperk dat iedereen altijd bereikbaar is en moet zijn.
Maar dat is lastig als je niet kan multitasken.

Als ik een app/chat berichtje of telefoontje krijg, kan ik eigenlijk gelijk wel de tv op pauze zetten, want ik kan het tv programma gewoon echt niet volgen, omdat ik met mijn telefoon bezig ben. Op zich niet zo’n groot probleem, behalve dan dat de gesprekken soms helemaal nergens over gaan. Appen vind ik handig als je snel wat wilt vertellen of vragen. Niet om hele gesprekken te voeren, dan bel ik liever. Maar met sommige mensen heb je eigenlijk alleen digitaal contact.
Dat vind ik zo zonde van mijn energie eigenlijk. Want terwijl ik ‘een nutteloos’ gesprek voer kan ik niets anders doen. Ik heb die contacten laten verwateren door geen hele gesprekken meer over de app te voeren.
En als ik eerlijk ben.

Ik mis er niks aan..

fokjeritsma-multitasken-is-een-computerterm-geen-mensenterm

PN59

Lees voor met webReader

Door Gerdien Brinkman

PN59 staat voor “passage à niveau”: gelijkvloerse kruising van een spoorlijn en een weg. En daar waar spoorlijn en weg elkaar snijdt, dient er op de trein en het wegverkeer gelet te worden. Opdat ze elkaar niet in de weg zitten; daar komen nare dingen van. Bij zo’n PN hoort dan ook een spoorweghuis (geen idee waarom er geen spoorbomen zijn) en dat was voorheen de behuizing van de spoorwegman en –vrouw. Die kwamen, bij naderende trein, het huis uit met een rode vlag, posteerden zich op de weg. Mòcht er wegverkeer zijn, werd dat aldus tegengehouden.
Tegenwoordig, nu de trein alleen nog maar dienst doet in het hoogseizoen als toeristentrein (tweemaal per week); vrijwilligers doen dienst als spoorwegwachters.
Zoals de benaming al doet vermoeden, staat PN59 in Frankrijk, in Normandië om precies te zijn.
En het is ons tweede huis. Niet groot, uiterst geriefelijk en voorzien van een giga-tuin. Overdag vergaderen de heggemussen, ’s nachts hoor je uilen communiceren.
Het is een oase van rust.
Een plek waar iedereen ruim kan ademhalen (de oceaan ligt 1,5 km verderop, ook al zo fijn) en NAH-ers al helemaal.

Nieuwe plekken bezoeken betekent nieuwe prikkels. Dat is óók zo plezierig aan het bezit, daar in Normandië: je bent op vakantie in je eigen huis. Alles is bekend, mèn kent je, je weet de winkels, de restaurants. Sáái, zal menigeen van jullie zeggen. Maar als 60-er is dat niet meer zo. Ik heb het geluk gehad het overgrote deel van mijn leven als niet-NAH-er door te kunnen hebben gebracht; ik heb derhalve veel kunnen reizen, veel gezien en het is genoeg.

Ik –wij, want mantel is het daar mee eens- ben uitermate gelukkig in PN59.
En weet je: in het dorp wordt met oud en nieuw nul geknald. Nùl!
Alleen héél in de verte (daar ligt Guernsey, een kanaaleiland) komt er bij de jaarwisseling wel es een vuurpijl omhoog. Eén of twee, hooguit.
Èn er komt een feesttrein voorbij: dansende en zingende mensen erin. Da’s alleen maar leuk, want dan heb je ook nog wat te proosten.

Verder niks.
Vive PN59!

DSCN1798 (640x480) (2)

Zonder tv draait de wereld gewoon door!

Lees voor met webReader

Door Marloes van Zoelen

“Heb jij geen tv meer?” Nee, die heb ik gisteren weggegeven aan mijn zus en haar man. Zij wilden graag een tv voor in de slaapkamer. Dan kunnen ze gezellig met de tweeling in het grote bed Kabouter Plop en De Film van Ome Willem kijken.

Al jaren worstel ik met tv kijken. Als nieuwsgierige infojunk vond ik het altijd een lekker passief vermaak maar als hersenletselklant word ik gek van alle prikkels en ervaar ik het als behoorlijk vermoeiend. Onder het motto “er zit een knop op” heb ik lang geprobeerd om met beleid te kijken maar dat lukte gewoon niet.

Daarom heb ik vlak voor het WK Voetbal het besluit genomen om het maar eens helemaal zonder te proberen. Voor een sportgek als ik een vrij drastische beslissing, maar ik dacht “als ik het doe, dan maar meteen goed”. En ik geef toe, het was flink wennen in het begin. Ik moest echt afkicken!

Gelukkig zijn er tegenwoordig voldoende alternatieven. Zo volg ik nieuws en sport via internet en twitter en koop ik op vrijdag de NRC Next. Een aanrader trouwens voor mensen met hersenletsel: zeer overzichtelijk en duidelijk gestructureerd. En als ik écht iets wil zien, kijk ik via www.uitzendinggemist.nl of www.studiosport.nl.
Inmiddels weet ik niet beter, mis ik het niet meer en vind ik het zelfs prettig zonder tv.

Het viel me nog best zwaar om het apparaat fysiek de deur uit te doen. Dat was toch wel weer een ‘ding’ en een hele stap. Pierre keek namelijk heel graag en zowat 24 uur per dag tv. De kijkcijfers van Discovery Channel moeten drastisch zijn afgenomen sinds hij is overleden! Het beestje heeft daarom nog maanden onaangeroerd in een hoek in de woonkamer gestaan….
Ik ben heel blij dat hij nu een goed heenkomen heeft gevonden bij mijn zus en haar gezin. Het is een mooi gevoel dat zij er plezier van hebben.

testbeeld

HITTE & HERRIE OP HET STATION

Lees voor met webReader

Door Gerdien Brinkman

Weet je, ik vind hitte niet erg. Hoed op, voor ‘tegen het hoofd’, onder een breed uitwaaierende boom (liefst een notenboom, want die weren muggen en da’s fijn bij het water), aan het water (dat koelt, want het gebruikt de warmte om te verdampen, in plaats dat jijzelf verdampt), ijsthee (want idem), zorgeloos genieten van de zomer.
Heerlijk.

Een uitzondering: hitte op een station, een spoorwegstation welteverstaan, is niet te doen.
NIET DOEN!
Het ijsje is gesmolten voordat jij er naar gekeken hebt. Je hersens zijn gesmolten en niets meer waard, voor wat ze al waard waren, je knieën knikken verkeerd om. Geen schaduw, hooguit een overkapping die de gehele dag al warmte genoeg heeft opgeslagen voor een vroege winter.
NIET DOEN, zo’n station! En, indien mogelijk: snel weer weg.
Herrie is nooit te doen. Herrie is mijn natuurlijke vijand, altijd en overal.
Zeker op een station, een spoorwegstation dus. Het knarst, knerpt, remt onverdraaglijk hard. Het roept ook nog es om. Daar versta ik (jij ook? Herken je dat?) helemaal niets van; dat het heel veel geluid maakt, ongevraagd (maar het zal een doel dienen) dóórknettert en schettert: het is een gegeven, zelfs op en klein station zoals pak ‘m beet Kampen of Vorden (tja, men komt nog es ergens).
De combinatie van hitte op een station (geen notenboom, geen stromend water, wel eventueel ijsthee, maar dan moet je er wèl willen vertoeven en dat wil je niet) en de alom aanwezige herrie (altijd, overal) is, zeg maar, niet leuk.
Men wil dat niet en zeker niet qua NAH.

Ach, een brede strohoed, een zwoel windje naast een kalm stroompje, een enorme kan ijsthee: lang leve de zomer.
Tòch?!

Herrie-plaatje1

De zonnebril

Lees voor met webReader

Door Douwe Weitenberg

Na mijn operatie in 2010 voor het geknapte aneurysma heb ik de eerste tien dagen, met een washandje over mijn ogen, in een kamer gelegen met de gordijnen dicht.
Zelfs als het zwaar bewolkt was en het pijpenstelen regende, was het licht te fel voor me en hield ik het gordijn dicht.
Pas drie dagen voordat ik naar huis toe mocht kon ik enigszins het licht aan. Ik liep op de dag dat ik naar huis toe mocht met een zonnebril op naar de auto van mijn zus.
Het was hoog zomer dus het verkeer van Groningen naar Leeuwarden was heel erg rustig en ik dacht bij mijzelf: ‘’pfffft en moet ik hier ooit weer tussen rijden?’’
Al die prikkels, al dat geluid en al dat licht….

Tijdens het herstel naar een acceptabel niveau zakte ook de overdosis prikkels langzaam tot datzelfde acceptabele niveau en ging ik weer over tot de orde van de dag en had ik er vrijwel geen last meer van.

De meeste mensen dragen hun zonnebril of als een mode accessoire of wanneer het zonlicht echt te fel is om nog goed te kunnen zien (bijvoorbeeld in het verkeer of op het terras). Een kleiner aantal heeft zo’n meekleurende bril , die als het erg licht wordt, de kleur krijgt van een zonnebril en als men dan naar binnen gaat lijkt het net alsof ze hun zonnebril zijn vergeten af te zetten.

Er zijn echter ook mensen zoals ik, die een NAH hebben en dan zelfs met donker weer, soms zelfs gewoon in het pikkedonker, hun zonnebril op hebben, omdat er te veel prikkels via de ogen naar de hersenen gestuurd worden.
Nu heeft iedereen, gezond en minder gezond, zijn goede en zijn slechte dagen en als ik een slechte dag heb, dan is zelfs het licht van lantaarnpalen te fel en trilt de TL-verlichting op het werk net te veel.
Helaas kan ik dan op mijn werk de zonnebril niet op hebben, maar zodra het kan zijn de “shades” dicht en krijgen de ogen (en mijn hersenen) rust.
Als je naar buiten gaat tijdens een hoosbui en als je dan je zonnebril op hebt krijg je regelmatig de opmerking: ‘’de zon schijnt niet hoor, of ben je incognito…’’
Nu heb ik gelukkig een mooi antwoord op deze opmerkingen gevonden en hij werkt echt: ‘’Nee dames, ik heb deze zonnebril op omdat ik zoveel oogverblindende schoonheden tegenkom.’’
Gelukkig kunnen mensen die hier geen last van hebben, zich niet voorstellen hoe het is om last te hebben van licht….
Maar vraag elke migrainepatiënt hoe hij of zij over licht denkt tijdens een aanval
en het antwoord zal hetzelfde zijn: ‘’mag het licht uit?’’

Nu heb ik gelukkig veel meer goede dagen dan slechte en moet dit ook niet overkomen als een klaagzang.
Ik geniet net als een ieder ander van het mooie weer, ga ik er op uit om te fotograferen en indien nodig zelfs gewoon aan de studie.
Ik ben juist blij met het mooie weer, want mocht ik een slechte dag hebben, dan verschilt deze qua zonnebril niet van een goede dag.
Ik wens jullie een goede zomer!

zonnebril

Waarom delen met bondgenoten fijn is

Lees voor met webReader

Door Marloes van Zoelen

“Zullen wij een keer in real life met elkaar kennismaken?”
Dat idee ontstaat bij mijn meetwitterende nah-vrienden en –vriendinnen tijdens een congres over hersenletsel voor verpleegkundigen, waar onderwerpen als ‘Zelf hersenletsel ervaren’ en ‘De kwaliteit van leven met nah’ aan bod komen. Alleen, er zijn geen ervaringsdeskundigen bij betrokken en dat voelt vreemd. We krijgen het gevoel dat er sprake is van ‘praten óver’ in plaats van ‘praten mét’ en daar willen we wat mee.

Sinds ruim een jaar delen wij, een aantal nah-ers, die hun verstand niet verloren zijn maar dat wel op een andere manier moeten, kunnen en willen gebruiken ons wel en wee op twitter. We hebben het over onze moeilijke momenten, over de confrontatie met onze grenzen, over de onzichtbaarheid van onze beperkingen maar vooral over wat er nog wel kan en hoe dat nog wel kan.

Voorzien van een gezonde dosis zelfspot en in rake bewoordingen delen we onze lichtpuntjes, onze (creatieve) uitspattingen, onze praktische trucjes, onze mijlpalen en niet te vergeten onze schrijfsels. Dat alles vaak onder het genot van een bak virtuele koffie of thee en een flink stuk overheerlijke taart of ander lekkers.

Omdat we het allemaal een goed plan vinden om eens in het echt mét elkaar te praten, opperen we een zogenaamde tweetup. Via Twitter bieden meteen een aantal organisaties en mensen aan om te helpen. Daar maken we dankbaar gebruik van want met onze geklutste hersens is het organiseren van een bijeenkomst bepaald geen fluitje van een cent meer.

De #nahtweetup, zoals we onze meeting dopen, vindt plaats in een vergaderzaal in een oude pastorie in het midden van het land, die de patiëntenvereniging heel aardig en belangeloos aan ons beschikbaar stelt. Als ik na een zeer hartelijke ontvangst binnenkom, zie ik meteen dat het een moeilijke ruimte is voor mensen die overgevoelig zijn voor prikkels.

De deur piept, er ligt een houten vloer en er staan zware stoelen zonder viltjes eronder: een garantie voor veel herrie. Op de gang lopen steeds mensen heen en weer en liggen tegels, waardoor elk gesprek en elke voetstap hard resoneert. Verder kunnen we geen gebruik kunnen maken van de prachtige binnentuin als terugtrekruimte, omdat we de pech hebben dat het pijpenstelen regent.

Voor één keer trekken we ons niks aan van al dit ongemak. We gaan vandaag toch allemaal over onze grenzen heen. Als we zitten, doen we eerst en vooral waarvoor we hier gekomen zijn: taart eten. De worteltjescake, de brownies en twee appeltaarten: ze gaan allemaal schoon op.

Tussendoor maken we een rondje over hoe het hersenletsel bij een ieder van ons ontstond en hebben we het over praktische zaken als gehoorbescherming. Voor de rest vinden we vooral heel veel herkenning bij elkaar.

Het voelt zo vertrouwd om samen te zijn met mensen die weten hoe het is en die ik voor mijn gevoel al zó lang en zó goed ken. Het is alsof we een beetje familie zijn.

We zijn allemaal zó kwetsbaar en fragiel, maar tegelijkertijd zó ontzettend sterk en positief. Ik ben trots dat ik deel mag uitmaken van deze bijzondere en inspirerende groep mensen, die niks afdoet aan alle narigheid maar tegelijk zo intens geniet van alles dat er nog wel is. Wat een pure, krachtige club van levenskunstenaars!

Als ik thuiskom ben ik zwaar overprikkeld. Mijn lijf staat strak, ik voel mijn bloed door mijn aderen suizen en mijn hart als een bezetene tegen mijn borst bonken. Ik ben duizelig in mijn buik en heb piepende oren en knallende koppijn. Het is alsof ik aan 220 Volt lig en er een blok beton in mijn hoofd zit, dat elk moment kan ontploffen.

Alles gaat in slow motion, mijn denktempo is zwaar vertraagd en ik praat alsof ik dronken ben. Ik heb moeite om mijn ademhaling laag te houden, de tranen zitten hoog en mijn lontje is kort. En toch ben ik net een stuiterbal, die door de overload aan prikkels maar zeer moeizaam tot rust komt.

De eerste dagen, als de euforie nog overheerst, functioneer ik op het oog redelijk maar in mijn hoofd overheerst chaos en onrust. Om mijn herstel te bevorderen schakel ik terug naar de allerlaagste versnelling en doe zo min mogelijk cognitieve dingen. Alles moet nog overzichtelijker en nog meer gestructureerd zijn dan normaal zodat alle indrukken langzaam kunnen inzinken.

Daarna volgt, als de adrenaline zakt, een zware meerdaagse migraineaanval en altijd een dag waarop:

  • ik het allemaal niet waard vond
  • ik mezelf zweer dat ik zoiets nooit meer doe
  • ik boos en verdrietig ben op en over mijn beperkingen
  • mijn lontje gruwelijk kort is en ik tranen met tuiten huil
  • en ik mijn lichtpuntjes meer dan wat dan ook nodig heb om me door de dag te slepen

Als ik na een week weer in balans kom, is mijn conclusie dat ik het wél waard vond en dat ik deze nahtweetup voor geen goud had willen missen. Dit indrukwekkende feest der herkenning kostte bakken met energie, maar leverde ook zoveel op.

Het was een lichtpunt en een bijzondere ervaring om in real life bij elkaar te zijn. Nu al die congresorganisatoren nog overtuigen dat praten mét ons een goed idee is!

marloes bondgenoten

Tennissen: hoe het wel kan!

Lees voor met webReader

Door Marloes van Zoelen

Het is woensdagochtend en er is sprake van een mijlpaal en een lichtpuntje! Ik ga voor het eerst sinds lange tijd weer tennissen. De bedoeling is om een half uurtje over te slaan met dubbelmaatje M. Kijken hoe het gaat en hoe ik reageer.

Om te beginnen voelt het onwaarschijnlijk fijn om weer te gaan spelen. De simpele dingen eromheen maken me blij. Rokje aan, ballen zoeken, vriendin M. ophalen, het gepiel met afhangen en de baan oplopen. Het is jarenlang zo vanzelfsprekend geweest.

Tennistechnisch zit het wel goed. Na even opwarmen in de kleine vakjes is het gevoel vlug terug en hebben we al snel behoorlijke rallies. Ik ben het niet verleerd. Het zal daarbij vast helpen dat ik al vanaf mijn 6e speel en het fenomeen tennis dus redelijk ingebakken zit in mijn systeem. Ik merk dat ik ook de vruchten van het hardlopen pluk. De conditie is ok. Tot zover het goede nieuws!

Dan het puntje concentreren en omgaan met omgevingsruis. Dat ligt wat ingewikkelder. Alle banen zijn bezet en ondanks dat we heel tactisch de buitenste baan hebben gekozen, kan ik het rumoer om me heen niet goed filteren. Het helpt ook niet dat het complex aan de snelweg ligt en dat vlak in de buurt een grote grasmaaier zijn werk doet.

Na 30 minuten ben ik voldaan maar moe. Het is heerlijk om weer op de baan te hebben gestaan en aan het spelletje geroken te hebben maar ik vind de confrontatie met mijn beperkingen toch wel weer heftig. Er komen allerlei vragen in me op. Wil ik dit? Is het me dit waard? Kan ik hier een weg in vinden?

Het antwoord dient zich als vanzelf aan. Er schiet een situatie van jaren geleden door me heen. Ik speelde competitie in een vriendinnenteam. Tijdens de borrel aan het einde van de dag keken we naar een mixwedstrijd.

Eén van de dames miste haar linkeronderarm. Maar daar liet ze zich niet door belemmeren. Bij de service gooide ze de bal op vanuit het holletje in haar elleboog en de rest deed ze met rechts. Ze speelde ontzettend goed en had er overduidelijk veel plezier in.

Aan haar moet ik denken. Zij heeft een manier gevonden om met haar beperking te spelen. Dat zal vast niet over één nacht ijs zijn gegaan. Daar heeft ze hard voor moeten oefenen en het zal veel doorzettingsvermogen hebben gevergd.

Het vertelt me dat er ook voor mij een alternatieve weg te vinden moet zijn, die naar Rome leidt. Singelen en competitie spelen zit er niet meer in maar af en toe dubbelen en vrij spelen moet mogelijk zijn.

Het zal een kwestie van geduld, experimenteren en rustig opbouwen worden, maar voorlopig wil ik niet opgeven. Het levert me té veel op en ik vind het té leuk! Bewegen doet me goed, ik hou van balsporten, van de sfeer op de tennisbaan, van zweten en van gravel aan mijn benen en wil bovenal weer de lol beleven van dubbelen met M. Ik ga zoeken naar een manier hoe het wel kan en dat vooruitzicht is een lichtpuntje.

tennis

De ezel en ik…

Lees voor met webReader

Door Lindsay Pelt

Iedereen kent het spreekwoord wel: “Een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen”. Oftewel: men maakt geen twee keer dezelfde fout.

Een bekend spreekwoord. Eentje die voor mij niet opgaat, zo heb ik de afgelopen jaren ondervonden. Ik stoot mijzelf meerdere keren aan dezelfde steen. Dag na dag, week na week, maand na maand en jaar na jaar.

De steen staat voor mijn opgelopen hersenletsel. En ikzelf ben de ezel die zich er iedere keer tegenaan stoot. Expres of per ongeluk. Blijkbaar denk ik op de een of andere manier dat ik normaal ben en dat ik energie voor 10 heb. Ik denk dat ik hetzelfde kan als ieder ander en dat er niets is veranderd sinds 18 september 2007.

Maar ik heb het fout, mijn hoofd heeft het fout. Ik heb niet-aangeboren hersenletsel. Ik kan niet alles wat anderen kunnen. Ik heb o.a. minder energie, ben minder flexibel en kan slecht tegen (te)veel prikkels. Een combinatie hiervan is funest. Voor mezelf en vooral ook voor m’n omgeving, die hier regelmatig de dupe van is.

Toch is er iets met die steen. Hij oefent een bepaalde aantrekkingskracht op me uit. Het lijkt wel alsof ik niet zonder die steen kan. Alsof ik niet wil. Alsof ik van de pijn van het stoten tegen de steen houd. Alsof ik het nodig heb, iedere keer opnieuw, om tot het besef te komen dat ik een ongeluk heb gehad. Dat ik niet helemaal normaal ben. Dat ik dankzij het ongeluk anders ben dan wie ik was. Misschien vind ik onbewust wel dat ik die pijn verdien? Dat mijn lichaam het verdient? Omdat het me in de steek gelaten heeft en na het ongeluk niet meer hetzelfde is geworden. Misschien kan/wil ik niet accepteren dat er veel voor mij veranderd is dankzij het ongeluk?

De steen en ik. Ik zal me nog vaak stoten. Nu ik dit van mezelf weet, wordt het tijd om eens op zoek te gaan naar stevige schoenen met stalen neuzen. Schoenen die wel tegen een stootje kunnen.

ezel