Tagarchief: Planning

Verplicht rusten: zo denk je het om

Lees voor met webReader

Door Marloes van Zoelen

Menig hersenletselpatiënt zal herkennen dat je je dag heel goed moet plannen en indelen. Daar heb je een agenda en in mijn geval ook een instrument voor nodig, de activiteitenweger. Dat is een methode om al mijn activiteiten op een dag te labellen en punten te geven.

In het begin maakte ik schema’s en telde ik braaf elke dag op en af. Nu heb ik een soort automatische weger in mijn hoofd. Ik mag gemiddeld niet hoger dan op +7 uitkomen. En dat is niet veel. Dat betekent dat er tegenover een beetje inspanning een hoop ontspanning moet staan. Om mezelf daarbij te helpen heb ik dagelijks – ik ben van de horizontale programmering – een verplichte rustsessie ingebouwd. Meestal zo tussen één en drie.

Maar dat klinkt natuurlijk niet echt sexy, verplichte rusturen. Dan is het bij voorbaat al niet leuk. Zo voelde het ook. Hè getver moet ik weer. Wetende dat ik het broodnodig heb om me dagelijks even terug te trekken in het donker zonder prikkels.

Daar moest ik wat op verzinnen, maar wat?

Mijn mijmermoment schoot er plotseling door me heen tijdens één van die rustsessies. Dat klinkt toch veel beter? Ik trek me even terug. Nestel me in de hangmat of ga lekker in mijn bed liggen voor mijn mijmermoment. Afgekort MMM! Het voelt meteen een stuk relaxter, het lukt beter om te ontspannen en de creatieve ideeën stromen binnen!

Omdenken heet dat volgens Berthold Gunster, auteur van Ja maar…huh?! Dat is een soort psychologische jiujitsu waarbij je van een probleem een mogelijkheid maakt. Er zijn 15 verschillende omdenktechnieken.

Ik ben niet meer zo van de zelfhulpboeken maar hier wil ik meer van weten. Dus bestel ik het boek en ga omdenken volgen op twitter. Ik krijg meteen een bericht terug met een persoonlijke tekst.

“Ha Marloes. Leuk dat je omdenken volgt. Helemaal fijn. En terecht, natuurlijk. Beer op de weg? Give him a hug! Groet Berthold”

“Mmm, interesting concept”, zou Pierre gezegd hebben. Volgzaam als ik ben, pak ik mijn knuffelbeer er nog maar eens bij. Die heb ik van wijlen mijn lief gekregen toen hij me ten huwelijk vroeg. “Heb je iets om te knuffelen als ik er niet ben”, zei hij toen. Hoezo vooruitziende blik?

Marloes

Tijd

Lees voor met webReader

Door Kimberley Tseng

Het is echt zo. Dit is alweer mijn laatste blog die ik voor Brainstormt schrijf in 2014. Jeetje, wat gaat de tijd toch snel. Ik zou af en toe graag even de wijzers van de klok stil willen zetten. De dagen voelen te kort voor datgene wat ik allemaal wil doen. Het pakken van mijn rust vind ik daardoor ook lastig. Ik kom al tijd tekort, dan ga ik toch niet zomaar met een boek op de bank zitten?
Toch gaat dit steeds gemakkelijker. Door mijn rust te pakken kan ik misschien niet alles doen wat ik zou willen doen, maar ik voel me er wel beter door. Dus dan moet ik voor mezelf de afweging maken waar ik de meeste waarde aan hecht.

Tijd kan mij heel erg dwarszitten, maar is ook zeer nuttig. Tijd is een hulpmiddel voor het maken van afspraken. Tijd motiveert je om in beweging te komen. Als ik deze blog in had mogen leveren wanneer ik daar zin in zou hebben, zou jij hem waarschijnlijk nu niet lezen. Wellicht zou hij hier dan pas over een maand verschijnen, of helemaal niet.

Maar zijn we niet een beetje doorgeslagen? De snelheid waarmee we door het leven gaan maakt me dikwijls verdrietig en geeft me een gevoel van eenzaamheid. Ik houd het allemaal niet bij. Ik mis weleens de mensen die ik lief heb. Vriendinnen die ik nog maar af en toe zie. De weken vliegen om en iedereen raast voorbij.
Wellicht zijn er huishoudens die nog wel regelmatig spontaan iets ondernemen, een bezoekje brengen aan familie of aan de praat raken met een buurvrouw waarna ze ingaan op het aanbod of even een bakkie koffie te komen drinken, maar dit zijn in mijn ogen uitzonderingen. Ik hoor regelmatig de woorden ‘druk, druk, druk’.
Ouderen vereenzamen doordat de jongerengeneratie geen tijd meer heeft om bij ze op bezoek te gaan. Zelfs een telefoontje kan al te veel zijn.
Ik hoor het regelmatig van de verzorgers die bij mij komen. Ze krijgen een kop koffie aangeboden, zodat de cliënt nog even iemand heeft om mee te kletsen. De rest van de dag zien ze niemand.
Alsjeblieft, laat ik het verkeerd hebben. Laten er nog genoeg huishoudens zijn die wel grip hebben op hun tijd.

Tijdsmanagement is één van mijn goede voornemens voor 2015. Ik kan de wereld niet veranderen, maar ik kan wel zorgen dat ik zelf niet word meegesleept. Ik wil aan het einde van de dag het gevoel hebben dat ik heb gedaan wat ik wilde doen, zonder dat ik nog een paar uur door zou willen gaan. Meer rust inbouwen en niet het idee hebben dat ik constant een race tegen de klok aan het voeren ben.

Kimberley

Met/zonder lijstje, met/zonder kast

Lees voor met webReader

Door Tess

Vriend I kwam mijn nieuwe huis bewonderen. Hij bleef stilstaan voor de keukenkast. ”Ben je debiel of zo?’’, vroeg hij. ”Of ben je tijdens je vakantie autistisch geworden of zo?’’. Fijn van die eerlijke en recht-voor-zijn-raap vrienden.

Vriend I doelde op het lijstje dat op het magneetbord van mijn keukenkast hangt. Op het lijstje staat voor een aantal activiteiten wat ik moet doen: voordat ik de activiteit ga doen of voordat ik ergens heen ga. Wat moet er in mijn tas als ik ga werken, wat als ik ga trainen en wat als ik uit logeren ga?

Omdat ik anti-kraak woon deel ik de douche met vijf medebewoners. Een beetje opschieten op deze ’s ochtends zo populaire plek is dus wel zo netjes. Daarom staat er ook op het lijstje wat ik moet meenemen als ik ga douchen. Om te voorkomen dat ik eerst een half uur door mijn huis rondjes ga lopen om mijn spullen bij elkaar te zoeken. Er vervolgens al twee buren zijn voor gepiept. Ik na een half uur eindelijk in de douche sta en er alsnog achter kom dat ik mijn badjas ben vergeten (Mijn buurmannen zijn aardig hoor. Maar ik heb nou niet echt de behoefte om ze ’s ochtends te entertainen). Ik weer terug kan voor die badjas. En er vervolgens weer iemand is voor gepiept.

Het lijstje geeft mij houvast en een stukje rust. Ik weet wat ik moet doen. Ik kan mij concentreren op dat wat ik moet doen en hoef niet bezig te zijn met wat ik nu en straks moet doen.  Vroeger had ik dit lijstje ook al. In de binnenkant van mijn kast. Want ik schaamde mij ervoor. Wanneer mensen in die kast wilden komen bedacht ik smoesjes. Ik denk dat veel mensen de wildste ideeën hadden over wat er toch wel niet in de kast zou liggen.

Nu schaam ik mij niet meer. Hij hoort bij mij. De één heeft een rolstoel als hulpmiddel en ik heb een lijstje. Nou ja… ik lieg een beetje. Toen vriend II later mijn huis kwam bezoeken haalde ik het lijstje weg. Als vriend I al opmerkingen had, wat moest de nog stoerdere en flab-uiterige vriend II wel niet denken. ”En bevalt het op jezelf wonen een beetje?’’, vroeg vriend II. Ik vertelde over de vrijheid en de mooie centrale plek. Toen vroeg hij of ik het red met plannen en regelen. Stoer antwoordde ik: ”Ja, waarom niet?’’. ”Nou.’’, zei hij. ”Ik zie hier nergens lijstjes hangen. En dat is toch wel belangrijk als je je eigen huishouden runt. Zeker voor jou. Maar daar kom je nog wel achter.’’

lijstjes

Examenstress in het kwadraat

Lees voor met webReader

Door: Annika Korving

Sinds dat ik aan mijn HBO SPD Bedrijfsadministratie thuisstudie ben begonnen weet ik dat er ooit een moment komt dat ik examen moet doen in bepaalde vakken. In eerste instantie maakte ik me daar totaal niet druk om, het kwam wel op het moment dat ik daar klaar voor was. Alleen dat moment kwam maar niet. Het lukte me maar niet om mezelf te verplichten om te studeren.

Mijn opdrachten voor Communicatieve vaardigheden heb ik dan ook alleen maar afgekregen omdat ik met de dames van Brainstormt een deadline had afgesproken. Alleen de rest van de vakken bestaan niet uit opdrachten die ik in het bedrijfsleven kon oplossen, dus deadlines afspreken had geen zin. Dit moest ik op eigen kracht gaan doen, maar hoe je dat zonder een stok achter de deur?

Door toch een stok achter de deur te plaatsen. Ik besloot te kijken wanneer ik examen kon doen, helaas bleek flexibel examen doen toch niet mogelijk. De enigste en eerstvolgende mogelijkheid was in november aanstaande en dan meteen voor vier van de zes vakken. Dat was even slikken. Hoe moest ik hiermee omgaan? Wat was de beste beslissing? Ik wist alleen dat vier vakken te zwaar zou worden, maar waar lag de grens?

Na overleg met mijn ouders was de knop doorgehakt. Ik zou drie van de vier examens gaan doen, waarvan een moeilijk vak. Het andere moeilijke vak zou ik laten liggen tot de volgende keer. Alleen was dat allemaal wel reëel? Ik besloot het LOI te mailen met de vragen. Onder andere waar de examens plaatsvinden, van hoe laat tot hoe laat en de allerbelangrijkste of ik gebruik mocht maken van een laptop, want anders zou het heel zwaar worden.

Na alle informatie binnen te hebben en de toestemming voor de laptop besloot ik me in te schrijven voor de drie vakken. Het was reëel en te doen. Dus ik ging met goede moed aan de slag. De eerste weken was het allemaal goed te doen, sterker nog ik liep voor op mijn schema. Maar toen gebeurde er een paar weken achter elkaar onverwachte gebeurtenissen en kon ik mezelf niet aan het studeren zetten.

Na een paar weken ging het weer en besloot ik langzaam aan de achterstand in te gaan halen. Ik had er weer zin in. Alleen het was wel heel veel, het lukte haast niet meer. Ik zat van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat te leren. Ik begon chagrijnig te worden en het huilen stond me nadere dan het lachen. Op een avond na een goed gesprek met mijn vader besloot ik om er een vak te laten vallen voor dit examenmoment. Dat geeft rust.

Dat dacht ik tenminste, een week later werd ik ziek en kon ik me weer niet concentreren en de ellende begon weer van voor af aan. Gelukkig valt de achterstand nu mee. Ik hoef nu niet meer van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat te studeren, maar nog wel zeven dagen per week. Ach, blijkbaar houd ik van examenstress.

Studeren 23-01-2014 - bewerkt

Boodschappenleefregels

Lees voor met webReader

Door Marloes van Zoelen

Boodschappen doen is voor de gemiddelde hersenletselmens een lastige klus. De meeste supermarkten zijn namelijk dé garantie voor overprikkeling. Fel tl-licht, fijne achtergrondmuziek, pratende en drukdoende mensen, knallende kleuren, een ware kakafonie aan informatieborden en niet te vergeten de omvangrijke hoeveelheid om aandacht schreeuwende producten.

Kortom: een omgeving waar je, door er alleen maar te zijn, al gillend gek wordt. En dan hebben we het nog niet gehad over de vraag hoe je de juiste producten in je karretje krijgt. Want waar begin je als overzicht niet je sterkste kant is, je door de bomen meestal het bos niet meer ziet en je geheugen je in de steek laat?

Zie hier mijn probleem. Ik sprak het uit tegen de ergotherapeute, die daar helemaal niet van opkeek. Met dat bijltje had ze vaker gehakt. En dus gingen we therapeutisch boodschappen doen.

Daar liepen we dan op een dinsdagmiddag door de supermarkt. Of beter gezegd: zij kuierde met luid tikkende hakken in alle rust door de winkel en ik sjeesde er op mijn gympies als een dolle vandoor. Want dat had ik mezelf onbewust aangeleerd, zo bleek.

Ik vond het een vreselijk nare bezigheid, die me mega vermoeide. En dus deed ik het snel. Dan was ik er zo vlug mogelijk van af. Dacht ik. Met als gevolg dat ik volgens het instrument dat mijn dagplanning bepaalt, de activiteitenweger, dubbele punten verspeelde.

Dat moest dus anders. Samen hebben we een plan bedacht en daar volop mee geëxperimenteerd. Het heeft geresulteerd in de volgende boodschappenleefregels:
• spaar de boodschappen van de hele week op
• ga één maal per week op een vaste dag
• op een rustig moment
• naar een relatief kleine, overzichtelijke supermarkt
• ga altijd naar dezelfde winkel
• neem de tijd en doe het langzaam
• doe spraakdoorlatende (ja, die bestaan) oordoppen in.

Tot zover de tips, die je waarschijnlijk ook van elke personal organiser kunt krijgen. Maar nu de truc der trucs: de boodschappenlijst-in-blokjes. Hét middel om je boodschappenleven makkelijker te maken. Het kost wat energie (en dus punten) om zo’n lijstje de eerste keer te fabriceren, maar dan heb je ook wat. Zowel het maken van een lijstje als het boodschappen doen zelf wordt dan een peulenschil (bij wijze van spreken dan, hè…)

Het werkt als volgt:

Stap 1:
Noteer de volgorde van de afdelingen in jouw supermarkt volgens een vaste, logische looproute. Je analyseert als het ware hoe jouw supermarkt in elkaar zit. Bijvoorbeeld: eerst de groente- en fruitafdeling, dan vlees en vis, daarna het broodbeleg, enzovoorts.

Stap 2:
Zet de afdelingen in de juiste volgorde in een schema in de computer.
Per afdeling type je ook alvast de boodschappen in, die je (bijna) elke week koopt. Print een aantal van die lijsten uit. Zie mijn voorbeeld op de foto.

Stap 3:
Hang een lege lijst op in de keuken. Gedurende de week verzamel je hierop de dingen die je wilt en moet kopen. Eén keer per week op een vast moment vul je de lijst aan met de boodschappen, die je verder nog nodig hebt (voor je weekmenu).

Deze methode-op-maat maakt boodschappen doen voor mij veel makkelijker. En geeft me bovendien het idee dat ik de regie heb in de supermarkt en niet andersom. En dat is toch een lichtpuntje. Daarom noem ik mijn boodschappenbaaldag vanaf nu verrukkelijke vrijdag. Dan wordt het vast ooit ook nog wel eens een keertje écht leuk!

marloes blog

A t/m Z?

Lees voor met webReader

Door Tess

Nog een ruime twee weken te gaan. Dan doe ik examen, dan moet het gebeuren.
O, ik heb nog twee weken…
Nee, ik heb nog maar twee weken…
O, alleen nog even de puntjes op I…
Nee, de puntjes moeten nog op de letters A t/m Z…

Je hebt het misschien al door. Als ik examen zou doen voor de opleiding piekeren was ik zeker cum laude geslaagd. Maar mijn opleiding Communicatie geeft voor piekeren geen punten. Nee, ik moet het gewoon gaan doen.

Vijf maanden geleden besloot ik een plan te maken. Ik maakte een overzicht van alles wat ik moest leren en deelde dit door het aantal weken dat ik nog had. Dat ging de eerste weken goed. Maar natuurlijk kwamen er ook weken dat ik mij minder goed voelde en de planning niet ging halen. Dat probeerde ik de week daarna te compenseren. De stress liep dan echter zover op dat ik niets meer opnam. Ik besloot mijn planning los te laten. Ik begon bij hoofdstuk 1 en deed wat er in mijn vermogen lag. Dat ging als een speer, de stress van de deadline was weg. Ik nam alles in mij op.

Ik besloot een samenvatting van de boeken te maken. Die samenvatting werd echter langer dan de boeken zelf. Ik kon het onderscheid tussen wat belangrijk was en wat niet, niet goed maken. Ik sliep er niet van, dit ging niet goed komen.

Ik besloot mijn probleem te delen en kreeg een duidelijk advies:
Stop met samenvatten…ga alleen lezen…
Maak een proefexamen en kijk hoever je al bent…
Vertrouw op jezelf en kap met piekeren…
Ik maakte het proefexamen. En ja hoor, heel streng nagekeken kwam ik op een 6,8. Met nog twee maanden te gaan. Het vertrouwen kwam terug.

De afgelopen maanden las ik veel, ik maakte proefexamens en maakte een samenvatting met alleen de antwoorden op vragen die ik fout had in de proefexamens.

Straks ga ik mijn uiterste best. Ik ga ervoor. En mocht ik echt zo’n hopeloos geval zijn als ik af en toe denk, dan kan ik altijd nog de opleiding piekeren gaan doen. Of nog beter: een opleiding Nederlands, want op slechts twee letters van A t/m Z staan puntjes. Waarom verwacht ik dan van mijzelf dat ik ze op alle 26 zet? Let’s do it!

AZ