Tagarchief: Jeugd

Bejaarden

Lees voor met webReader

Door Gerdien Brinkman

Je kon er op wachten: als 61-jarige (!) NAHblogger op een site “van, voor en door jongeren met NAH”, moest ik een keer een blog schrijven met dit thema.
Niet dat ik bejaard ben, hoor! Welnee, bij lange na niet. Tenminste…in mijn optiek , maar ik ben me er scherp van bewust het fenomeen leeftijd een zeer betrekkelijk fenomeen is.
Een 29-jarige kan door een 10-jarie als stokoud worden beschouwd, terwijl diezelfde 29-jarige door een 50+ -er als piep wordt gezien.
Dat mijn leeftijd als gevorderd kan worden betiteld: oké, daar ontkom ik niet aan. Bejaard : tja…. maar laat ik je de volgende situatie beschrijven.

Mantel (61) en ik (idem, dus) lieten onze hond uit. Onze lievelingsroute en zéker die van Jopi, onze zoete, conflictvermijdende nep-black-lab ( ze staat zelfs haar lievelingsding, een tennisbal onmiddellijk af aan een 6 weken oude ruigharige dwergteckel, als die laatste er alleen maar naar kijkt! Stel je voor dat je mot krijgt. Dus teckel de bal, die ’t amper in de bek krijgt en Jopi maar wat snuffelen, om zich een houding te even.) is die rondom de Whytmener plas. Honden mogen los, het is een honden-en wandelgebied, waar alle honden en hondenbezitters die elkaar ergens gedurende de eénuurswandeling tegenkomen, alle honden en hondeneigenaren kennen.
(Uitweiden is een typisch NAH-verschijnsel, dat zie je maar weer eens. Dit stukje ging over bejaarden en daar zal het over gaan. Lees maar.)

Die dag kwamen we een brommer tegen, met een nurks kijkende jongeman erop.
Ik kéék.

( Nu heb ik na mijn CVA’s uitgebreide logopedie gehad en mijn logopediste merkte wel op, nadat ze me uit de wachtkamer had gehaald: nonverbaal kan ik je niets leren. Nu zaten er in die wachtkamers ook revalidanten met een lap waar je een top op kon laten rusten; en dan toch maar roken, tussen de therapieën door. Mèt infarct, dus revaliderend. Nou, dan kijk je dus zó.)

De brommende jongeman kon een stukje verderop niet verder, vanwege een slagboom. Hij keerde en kwam ons dus weer tegen. Ik keek opnieuw en sprak: “Je mag hier niet brommen, dit is een wandelpad.” Nu ben ik met mijn 61 jaar zichtbaar grijzend, dus val makkelijk in de categorie bejaarden. Dat ik hem desondanks durfde aan te spreken, dàt overviel hem. Daar moest hij wat tegenoverstellen, dat was duidelijk. Hij moest er lang over nadenken, toen reed hij door om een veilige afstand tussen twee duidelijk gevaarlijke, want bewapende (ik loop met een stok) en hem te scheppen. Toen kwam het eruit: “Ach jùllie, jùllie (hij durfde het amper), jullie gèkke bejáárden!!

Tja, dan ben je dus bejaard.

We hebben er erg veel plezier om gehad: het was het ergste dat hij kon bedenken om ons naar het hoofd te slingeren. Maar, nogmaals tja: we zijn niet bejaard, natuurlijk. Maar in de ogen van –sommige- anderen ligt dat toch net even ietsje anders.
Ik zou zeggen: lang leve Brainstormt en lang leve jullie allemaal!

bejaard

Die jeugd van tegenwoordig

Lees voor met webReader

Door Gerdien Brinkman

Die bestaat al eeuwen, hoor. Elke generatie verder is er een nieuwe jeugd van tegenwoordig.
En daar mankeert altijd wat aan, lijkt het wel.
Nu is dit een site door en voor jongeren met NAH.
Dus.
Ik ben niet jong en zelfs geen jongere. Grijs haar, eenenzestig jaar. NAH, dat dan weer wel.
En vóór jongeren, dat ook.
Want.
Als ik hoffelijkheid kan verwachten, met stok, driewieler of –heel soms- rollator, dan is het wel van jongeren.

“Gaat u maar, mevrouw.” De deur van de winkel wordt voor me opengehouden.
“Kan ik uw tas dragen?” Ik loop de trein in. “Gaat u maar zitten”, in een óvervolle bus, barstensvol met studenten die allemaal plat tegen de stoelen gaan aanstaan en hun buik inhouden om me door te laten.
“Geeft niks, hoor”, als ik weer eens vanuit een niet-al-te-slimme-positie in het verkeer op mijn driewieler me opeens bevind in een tegemoetkomende schóól met fietsende en bellende scholieren.

De jeugd van tegenwoordige neemt de tijd, heeft de aandacht en houdt rekening met zichtbare beperkingen.
Toegegeven, nu kies ik er ook voor om die beperkingen zichtbaar te laten zijn.
Stok: altijd handig op straat, de enkele keer in de supermarkt, bij de bakker.

Maar: mijn leeftijdgenoten. Ja, juist die mensen die klagen over die jeugd van tegenwoordig, nou die zien een stok, zien de aankomende trein en dringen voor.
Jawel, dat doen ze.
Niet allemaal, maar àls er voorgedrongen wordt bij treinen; kassa’s; fietsenstallingen, ook al zit je op een driewieler zichtbaar enigszins gehandicapt te wachten op een plekje: ze dringen voor.
Flops, dáár gaat weer een grijze baard, vooral niet kijkend; en hùps, een mevrouw met dezelfde fietskleren en fleece als haar man. Weg is je parkeerplek.

Nou ja, niet allemaal, niet alle leeftijdgenoten, en ook niet alle jeugd van tegenwoordig.
Maar toch ben ik milder over de huidige jeugd van tegenwoordig dan de tot mijn generatie uitgegroeide toenmalige jeugd van tegenwoordig.
Veel milder.

Misschien was de vroegere jeugd van tegenwoordig ook wel hoffelijk en hebben ze het gewoon verleerd.
Ik zou zo zeggen: “Jeugd van tegenwoordig, jullie doen het goed en houen zo.”

Zo.

images