Willem

Lees voor met webReader

Ik ben niet het hersenletsel, ik heb het alleen maar.

Ik ben Willem en ik ben 22 jaar oud. Ik ben te vroeg geboren. Ik lag tijdens mijn geboorte in een stuitligging. Op het eerste gezicht heb ik daar de rest van mijn leven niet veel problemen door gehad. Ik noemde het altijd huis-tuin-en-keukenprobleempjes. Een iets mindere motoriek en wat problemen die je bij veel kinderen op de basis- en middelbare school ziet. Op het HBO kreeg ik echter moeite met veel meer dingen. Na lang zoeken heb ik een jaar geleden gehoord dat ik bij mijn geboorte een hersenbeschadiging heb opgelopen. Daar bleken mijn problemen vandaan te komen.

Na mijn HAVO begon ik aan de opleiding HBO ergotherapie. De eerste twee jaren gingen eigenlijk best nog wel goed. Ik was een gemiddelde student en met af en toe een herkansing redde ik het wel. In het derde jaar van de opleiding moest ik stage gaan lopen. Daar liep het niet zo goed. Ik had last van prikkels en vond het moeilijk om alles op een rijtje te krijgen. Ik wist dat er iets niet goed was, maar ik kon niet verklaren wat er aan de hand was.

Ik wilde wel graag weten wat er nu met mij aan de hand was. Daarom had ik gesprekken met een studentenpsycholoog. Tijdens deze gesprekken heb ik verteld over de problemen rond mijn geboorte. De studentenpsycholoog heeft mij toen doorverwezen naar de St. Maartenskliniek in Nijmegen. Daar kwam al vrij snel naar voren dat ik cerebrale parese (een aangeboren hersenletsel) heb. Dit kwam naar voren in een neuropsychologisch onderzoek naar mijn werk- en denkniveau. Daar kwam uit dat mijn weetintelligentie hoger is dan mijn werkintelligentie. Dat houdt in dat ik moeite heb om hetgene wat ik weet om te zetten naar handelen. Ik heb vaak wel de kennis over dingen die ik moet doen en ik kan het goed redeneren, maar in de uitvoering niet ordenen en overzichtelijk maken. Daarom gaat het vaak fout als ik iets daadwerkelijk moet gaan uitvoeren. Ik weet dan niet wat ik moet doen en raak een beetje van streek. Daarnaast kwam er naar voren dat ik concentratieproblemen heb en soms moeite met het vinden van woorden.

In het St. Maartenskliniek ben ik toen poliklinisch opgenomen in het CP-team. Ik had 1 á 2 keer per week gesprekken met een neuropsycholoog en/of maatschappelijk werker. We bekeken de problemen die ik had. En ik kreeg tips om er mee om te gaan. Zo kreeg ik een vragenlijst met de vragen: ‘wat moet ik doen?, kan ik hulp vragen? en hoe voel ik mij daarbij?’. Door deze lijst te gebruiken tijdens het uitvoeren van opdrachten kan ik dingen beter overzien. De psycholoog en maatschappelijk werker lieten mij ook nadenken over de personen aan wie ik mij spiegel en over hoe reëel dat is. Daarnaast kreeg ik tips over het omgaan met tijdsdruk. En ontspanningstraining om met onrust te leren omgaan.

Ik begon mijn revalidatie na mijn eerste stage, die niet zo goed liep. Ik besloot echter wel door te gaan met mijn studie. Het feit dat ik nu wist wat ik had gaf rust. En ik dacht dat het daardoor misschien alleen maar beter kon gaan, met de juiste begeleiding. Mijn tweede stage ging wel wat beter, maar nog niet goed genoeg. Ik heb toen een gesprek gehad mijn stagebegeleider en begeleider vanuit school. Zij zagen dat ik onwijs mijn best deed. Maar maakten zich grote zorgen om mij. Ze vonden het niet haalbaar meer. Ik besloot toen met mijn opleiding te stoppen. Dat is natuurlijk heel erg balen en heftig. Maar stiekem was ik ook wel een beetje opgelucht. Ik had duidelijkheid. En ik had er alles aangedaan om het te proberen.

Ik besefte al gauw dat ik verder moest. Ik heb daarom een aantal organisaties ingeschakeld die mij hopelijk verder kunnen helpen. Zo voer ik regelmatig gesprekken met het UWV, MEE en Studie en Handicap. Momenteel ben ik op zoek naar een nieuwe opleiding. Ik ben er niet zeker van of een voltijdopleiding haalbaar is. Daarom ben ik op zoek naar een combinatie van werken en leren. Ik denk dat ik daarmee eerder kan ontdekken of het haalbaar is voor mij. Je gaat dan namelijk gelijk de praktijk in. Ik hoop iets te vinden waarbij ik mij prettig voel. Waardoor ik sterker in mijn schoenen ga staan.

Binnenkort gaat er iets bijzonders gebeuren. Ik ga namelijk een maand vrijwilligerswerk doen in Zuid-Afrika. In een opvangtehuis voor kinderen van 0 tot 18 jaar, met en zonder beperking. Ik zal de kinderen begeleiden op de niet-medische terreinen. Ik heb de organisatie die dit begeleidt ingelicht over mijn beperking. We hebben samen gezocht naar het project dat het beste bij mij past. Ook mijn mede-vrijwilligers weten van mijn hersenletsel. Ik twijfelde of ik dat moest doen. Ik kan het namelijk goed verbloemen. Maar ik denk dat mensen het later wel gaan merken en wil voorkomen dat ze verkeerde conclusies gaan trekken. Ik heb wel duidelijk laten doorschemeren dat ik gewoon mee doe en één van de groep wil zijn. Ik ben niet mijn hersenletsel, ik heb het alleen maar!

Ik zie mijn toekomst positief in. Ik sta er nu al veel beter voor dan een jaar geleden. En het blijft vooruitgaan! Natuurlijk baal ik soms van mijn situatie. Ik ga dan lekker sporten, daar kan ik alles in kwijt en goed ontspannen. Dan kan ik echt die knop omzetten en denk ik: ‘het kan altijd erger, kop op!’.

afrika

Geef een reactie