Gerdien Brinkman

Lees voor met webReader

Na het begin van kopzorgen, ben ik nu die ik ben

Ik behoor niet tot de doelgroep van deze site.
Ik ben 61 jaar, namelijk.
Ik heb wèl NAH: niet aangeboren hersenletsel. Wat dat deel van het profiel betreft, val ik ruim in de doelgroep. Maar anders dan veel van mijn mede-brainstormers sta ik niet meer aan het begin van een leven met hersenletsel. Ik eindig er ook nog niet mee, daar niet van, maar het grootste deel heb ik wel gehad.
In vogelvlucht: ik heb scheikunde gestudeerd, heb in het onderwijs gewerkt als docent scheikunde, als van alles en nog wat en uiteindelijk als rector.
Dat was een mooie baan. En daar kwam voortijdig een einde aan.

In mei 2009 kreeg ik een herseninfarct, in september van datzelfde jaar een hersenbloeding.
Twee CVA’s, dus. (CVA: Cerebro Vasculair Accident)
“Domme pech”, zo zei de neuroloog en dat was het.

In augustus 2013 kwam ik dezelfde neuroloog weer tegen.
Opnieuw op zijn afdeling en opnieuw horizontaal. “Had ik niet gezegd dat ik je niet meer wilde zien?”
“Ja maar”, sprak ik enigszins onduidelijk, “nu zit er een bloeding aan de àndere kant”.
Die was nog niet geweest, bedoelde ik maar.
Dat ik er maar rekening mee moest houden dat de revalidatie wel twee keer zo lang kon duren als de vorige keren.
Nou, dáár had hij het goed mis. Inmiddels was ik aardig bedreven in het revalideren geworden en werkte me in een half jaar terug naar mijn oude niveau: dat van vóór augustus.
Ik kan lopen, fietsen, praten, schrijven, lezen en denken.
Alles met mate, maar ik kàn het.

mei 2009
Het begint zó.

Kippenvel in mijn hoofd. Dat zegt precies hoe het was: geril en getril en een bijbehorend beroerd gevoel in mijn hoofd.
Ik bleef staan zoals ik stond, althans aanvankelijk. Ik wist niet goed wat te doen; ik bevond me in een vacuüm van tijd en beslissen.
Mijn blik viel op de zojuist door mij geïmproviseerde avondmaaltijd. Op mijn bureau bevonden zich een bakje huzarensalade, een broodje half-om-half met peper en een glas water.
‘Komaan’, moet ik gedacht hebben, ‘wellicht helpt het’.
Ik consumeerde alles en wachtte vervolgens op mijn bank de avondvergadering af.
Ik liep raar en sprak zwaar. Zwabberig, allebei.
Een toelichting was nodig: “Ik ben moe.”
Op weg naar huis, later op de avond, trok mijn stuur naar links (of rechts, daar ben ik niet zo goed in).
De volgende dag trok het stuur nog steeds naar links (of rechts) en liep ik tegen dingen en mensen aan.
Een paar dagen later was ik opgenomen met de diagnose van een herseninfarct.

vervolgens, vier maanden later
Thuisgekomen van mijn werk (per trein, inderdaad) en na het uitgestelde intakegesprek met de revalidatiearts, schonk ik mezelf wat in.
Dat was althans de bedoeling. Ik schonk de thee ernaast. Na een paar pogingen lukte het me om het glas halfvol te krijgen, positief bekeken.
De weg van keuken naar kamer is een hele afstand; toen ik in de leesstoel was beland, zag ik dat mijn loopspoor zichtbaar was. Het werd gemarkeerd door thee.

Na de scan sprak de neuroloog: “U hebt een knol van een hersenbloeding en u wordt opgenomen”.
Ik werd afgevoerd waar ik bijlag. Naar neurologie, waar ze ook niets kunnen doen aan het neurotische gedrag van de neurologische kwesties die daar liggen.
Maar eerst de stroke unit.
Ik sliep voordat ik er was.

Wakker geworden, bleek er een jong ding over me te waken.
“Bent u wakker?”
Ja, ik was wakker.
“Dan kunt u eten”.
Dat kon en ik at wat. Wat? Het zal wat geweest zijn.
Daarna kwam de volgende maaltijd in zicht en ik mocht kiezen.
“Kijkt u hier maar eens”.
Dat papier viel uit mijn handen en ik boog me over de bedrand.

“Mevrouw Brinkman!”, sprak het jonge ding streng, “u bent wel wat ongeremd! Volgens mij!”
“U moet blijven liggen! Plat!!”
“En nu zult u wel denken, zo’n jong ding, wat moet die nou!!”
Ik weersprak haar en zei dat leeftijd er niet toe deed voor mij.
Wat een autoriteit.

De hersenbloeding zat op een dusdanige plek in mijn hersenen dat ik me niet kon realiseren wat ik had, aldus de neuroloog.
Daar snapte ik geen snars van: ik had toch een hersenbloeding en dat wist ik toch?

Pas veel later kwam ik er langzaam achter wat dat “ontbreken van ziektebesef” nou wàs.
Terugkijkend zie ik dat ik nogal ziek was. Toen vond ik dat absoluut niet.

Uit gerevalideerd (ben je dat óóit?) en uitgerangeerd (ik werd vervroegd afgekeurd) ging ik me richten op een toekomst met NAH.

in augustus 2013 kwam er weer een CVA
Daar wilde ik niet aan, ik had er genoeg gehad, vond ik en had zeker geen zin in nog meer beperkingen. Opnieuw naar het revalidatiecentrum, opnieuw leren lopen, fietsen (een driewieler voor volwassenen).

Vijf jaar na het begin van kopzorgen, ben ik nu die ik ben. Gemankeerd, beperkt, maar wel met het enige leven dat ik heb. In die turbulente vijf jaar van vallen en opstaan heb ik veel meegemaakt. Veel verdrietige dingen. Maar altijd met perspectief. Want het leven is boeiend en de moeite waard om geleefd te worden.

Gerdien

 

Een gedachte over “Gerdien Brinkman

  1. “Beste Gerdien,

    Ik las jouw verhaal en was voor mij heel herkenbaar. Op 14 dec 2016 heb ik een herseninfarct gekregen in mijn evenwichtsorgaan. Kreeg iid ook kippenvel op mn hoofd.
    Ik ben 43 jaar dus ook veel te jong accuut gestopt met de pil en met roken en nu na 8 maanden gaat t goed heb er eigenlijk gelukkig weinig last van gehad na de infarct alleen veel moe en concentratieverlies nu eigenlijk nog meer dan 6 maanden terug. Ook op emotioneel vlak af en toe een wrak. Wat ik alleen heel vreemd vond is dat ik na 3 weken alweer als genezen verklaard werd gezien tenminste zo voelde t. Geen contact met artsen of huisarts wel zelf opgezocht met heel veel vragen. Maar kreeg beetje het gevoel dat ik niet serieus werd genomen. Ook nu denk ik moet er niet weer eens gekeken worden in mijn hoofd hoe het er nu bij staat maar nee hoor als je niks hebt hoeven we ook niet te kijken….. Heb nog af en toe vooral als ik erg moe ben de neiging om te waggelen zoals ik dat noem maar goed we moeten maar zien. Heb nog 1 afspraak van de 2 dit jaar met een praktijkondersteuner ???? die dan vraagt hoe het gaat. en dan ja dan gewoon weer verder met het leven zo voelt t. Maar gelukkig heb ik veel mensen om mij heen die echt vragen hoe het gaat en kan ik mijn verhaal kwijt.
    groetjes Marjon

Geef een reactie