Geertje van der Velden

Lees voor met webReader

Ik probeer heel positief naar dingen te kijken, omdat ik van negatief zijn niet gelukkiger word.

Ik ben Geertje en ik ben 20 jaar oud. In 2007, op mijn 13e ,liep ik hersenletsel op bij een auto-ongeluk. Ik mocht met mijn beste vriendin mee naar het gala van haar school. Ik was pas 13, dus ik vond dit natuurlijk helemaal geweldig. We gingen een soort van ‘op stap’, niet wetende dat ik die avond niet thuis, maar in het ziekenhuisbed sliep…

Op de terugweg naar huis is het ongeluk gebeurd. Haar vader haalde ons op uit de stad. Toen we goed en wel vijf minuten in de auto zaten is het gebeurd. Ik kan mezelf er helemaal niets van herinneren. Het is een zwart gat. Wat ik wel weet, van haar vader, is dat we optrokken bij een stoplicht toen het groen was en er vol gas een dronken politieagent de auto binnenreed aan de kant waar ik zat. Daarna zijn we na een aantal keer rond tollen met de auto tot stilstand gekomen tegen het stoplicht. Vanaf dat moment is heel mijn leven veranderd.

Na bevrijding door een brandweerwagen ben ik onderweg in de ambulance in coma geraakt. Ik werd naar een ander ziekenhuis gebracht als mijn beste vriendin, geen idee waarom… Ik denk omdat daar geen plaats meer was. Na twee dagen in coma gelegen te hebben ben ik bijgekomen. Ik mankeerde niets volgens het ziekenhuis, alleen wat kneuzingen en een hersenschudding, dus ik mocht drie dagen later alweer naar huis.

Eenmaal thuis aangekomen merkten mijn ouders dat ik niet meer was wie ik voor het ongeluk was. Ik had een heel ander karakter gekregen. Ik had geen remmen meer, ik at de hele dag door, ik wist niet meer wanneer ik vol zat. Slapen? Nee ho maar.. Ik was niet meer moe, ik was dag en nacht alleen maar bezig en druk. Ik was voorheen een lief en rustig meisje, maar na het ongeluk was ik agressief en ik kon alleen maar schelden en een grote mond hebben. Maar mijn ouders dachten dat dit vast symptomen van de hersenschudding waren, die ik volgens het ziekenhuis had.

Na vier maanden vonden mijn ouders het toch wel wat lang duren voor een hersenschudding, dus besloten we naar de huisarts te gaan. Die vond het ook vreemd en heeft mij doorverwezen naar de neuroloog in het ziekenhuis. De neuroloog maakte een MRI. Daar is uitgekomen dat ik hersenletsel heb. Ik wist natuurlijk totaal niet wat het inhield en ik was meer bezig met fysiek revalideren, dan dat ik daarover nadacht. Na verschillende onderzoeken en gesprekken bij psychologen ben ik erachter gekomen wat mijn hersenletsel betekend voor mij.

In het begin had ik veel moeite met mijn evenwicht, doordat mijn hersenstam beschadigd is. Na veel verschillende soorten therapie gaat dit gelukkig weer wat beter. Verder heb ik veel moeite met het onthouden van dingen. Ik zat in het tweede jaar van het atheneum toen ik het ongeluk kreeg, maar moest dat jaar overdoen en naar de HAVO. Omdat ik heel snel moe ben en weinig concentratie heb, kon ik maar halve dagen naar school, waardoor ik uiteindelijk, ook door mijn fysieke klachten, mijn HAVO-diploma niet heb kunnen halen.

Ik wist totaal niet wat ik nu wilde, want ik had altijd gedroomd van een studie aan de universiteit. Toen kwam het verhaal van ‘accepteren en door’. Dat is door mijn hersenletsel ook een groot drama. Ik kan heel moeilijk dingen en vooral veranderingen accepteren. Ik wilde niet anders zijn als anderen van mijn leeftijd, ik wilde gewoon hetzelfde als mijn vriendinnen kunnen doen en niet dat iedereen maar rekening met mij moest houden.

Na veel vechten en verdriet heb ik toch maar besloten om voor een MBO-opleiding te gaan kijken. Ik ben uitgekomen bij de opleiding tandartsassistente, die ik momenteel bijna af ga ronden. Ik heb achteraf geen spijt van mijn keus, want ik moet mezelf er toch maar bij neerleggen.

Ik doe de opleiding met veel plezier. Ook hier ga ik maar halve dagen naar school en stage, omdat ik nog steeds snel moe en afgeleid ben. Het volgende bijkomende probleem van halve dagen naar school is: ‘wat doe je de andere helft van de dag?’. Planning is door mijn hersenletsel ook niet mijn sterkste kant. Ik doe het liefst tien dingen op een dag. Voor het ongeluk zou dat ook allemaal gegaan zijn, maar nu moet ik blij zijn als ik twee dingen hiervan kan doen. Ik heb heel veel moeite met een balans te zoeken tussen mijn beperkingen en de rust die ik nodig heb. Ik wil niet toegeven aan de rust, omdat ik een bezig bijtje ben.

Nu zijn we zeven jaar verder en heel wat therapieën rijker. Ik heb in revalidatie Blixembosch dagdelen mogen revalideren. Gelukkig op dit moment heel wat minder als voorheen. Ik hoef nu alleen nog maar naar de psycholoog om te praten over mijn hersenletsel en hoe ik hiermee om moet gaan, want dit blijft moeilijk!

Ik heb van mijn hersenletsel geleerd dat ik iemand anders ben geworden en dit maar moet accepteren, hoe moeilijk dat soms nog steeds is! Ik probeer heel positief naar dingen te kijken, omdat ik van negatief zijn niet gelukkiger word.

Vijf jaar na het ongeluk heb ik een tattoo op mijn voet laten zetten met mijn levensmotto dat ik na het ongeluk ben gaan uitdragen: ‘Carpe Diem’ – pluk de dag. Als het even tegenzit haal ik hier de kracht uit om door te gaan en niet op te geven, er is zoveel meer in het leven dan mijn hersenletsel!

Geertje

Geef een reactie