Douwe Weitenberg

Lees voor met webReader

Niet iedereen krijgt een tweede kans, ik wel

Mijn naam is Douwe Weitenberg en ik word dit jaar 47. Voordat ik mijn NAH kreeg leefde ik er wel een beetje op los: at te veel, bewoog te weinig en rookte zoveel dat je figuurlijk kon spreken van twee schoorstenen op mijn hoofd. Tot 31 juli 2010 vroeg in de middag. Ik zat te gamen en opeens voelde ik iets knappen in mijn hoofd, direct wist ik dat het mis was.

Achteraf kreeg ik te horen dat ik een geknapte Aneurysma had, oftewel een geknapte slagader in mijn hoofd. Om een voorbeeld te geven van wat ik voelde: heb je wel eens een splinter onder je nagel gehad? Zoiets maar dan over elke millimeter over je hoofdhuid. Ik raakte heel even in paniek, maar waarschijnlijk kwam ik al snel in een soort van survivalmode. Ik dacht: ‘kou dat verdooft’, dus ben ik naar de douche gegaan, toen ik de kraan open wilde doen, viel ik om (ik kreeg links verlammingsverschijnselen). Ik heb ongeveer 45 minuten in mijn douche gelegen en het enige wat ik dacht was dat het lekker koel was. Op een gegeven moment ben ik toch maar opgestaan en om aan te geven hoe helder ik nog was: ik heb mijn kat (die nooit buiten kwam) in de computerkamer gezet, heb zelf 112 gebeld en gewacht op de ambulance.

Eenmaal in het ziekenhuis(MCL te Leeuwarden) kwam men er achter dat het wel heel erg ernstig was. De verpleegkundige kwam naar mij toe en zei: ‘’we brengen u naar Groningen, want hier kan u niet geholpen worden’’. Ik antwoordde: ‘’dat denk ik niet, want ik ben maandag jarig’’. Waarop de heel gevatte, maar daarom o zo duidelijk de vraag kwam: ‘’wilt u uw verjaardag nog mee maken?’’. Dus op naar Groningen, maar ook daar had ik pech, want diegene die mij kon opereren was op vakantie, dus werd ik dezelfde avond nog naar Nijmegen gebracht. Daar werd ik zondag 1 augustus via de lies geopereerd.

Maandag 2 augustus (mijn verjaardag) lag ik platgespoten met morfine op de IC en het enige wat ik nog weet is dat men mijn bed versierd had met slingers en een paar ballonnen. Dinsdag ging ik weer terug naar het UMCG in Groningen. Toen de neuroloog met zijn pen onder mijn voet wreef en ik moest lachen(ben nog al kietelig onder mijn voeten) wist ik dat alles goed zou komen. Ik had geen verlammingsverschijnselen meer.

Na twee weken mocht ik naar huis. Ik zat bij mijn zus in de auto en ik dacht bij mijzelf: ‘’wat een drukte, moet ik hier ooit weer in autorijden?…….Kan ik ooit weer gewoon werken?’’

Ik ben gestopt met roken (na 31-7-10 geen peuk meer aangeraakt), ben gaan sporten en probeer minder te eten (ben jaren kok geweest, dus dat is mijn plus en mijn min). Mijn werkgever was oprecht bezorgd en mijn collega’s waren blij en opgelucht dat ik lopend zonder krukken binnen kwam om even te laten zien dat ik weer thuis was. En ik moet zeggen, ik had me geen betere werkgever kunnen wensen, totaal geen druk bij het herstel en re-integreren, langzaam weer opbouwen. Na anderhalf jaar werkte ik weer mijn 32 uur per week als desk-accountmanager bij Centraal Beheer Achmea. In november 2011 ging ik weer op vakantie naar Vancouver.

Ik heb helaas chronische vermoeidheid overgehouden aan mijn geknapte Aneurysma, maar ik probeer er niet aan toe te geven en mij er bij neer te leggen (ik wil niet dat de vermoeidheid leiding gaat nemen over mijn leven). Ik besef echt dat ik een tweede kans heb gekregen en die ga ik met beide handen aanpakken. Mijn werkgever heeft mij een opleiding aangeboden en die heb ik met beide handen geaccepteerd. Ik ben nu bijna twee jaar weer naar school geweest. Eind mei ben ik klaar en mag ik mezelf ICT-beheerder noemen.
Naast mijn werk bij Achmea ben ik ook freelance fotograaf. Ik ga samen met een zakenpartner fotoreizen organiseren naar Italië en daar heb ik erg veel zin in.

Mijn toekomst ziet er rooskleurig uit. Aangezien ik een optimist ben, is mijn glas altijd halfvol. Mijn motto is dan ook: kijk niet naar wat je voor je NAH kon, maar bekijk wat je nu nog kunt en doe dat met passie en plezier.

douwe

 

Geef een reactie