Categorie archief: Tess

Tess Scheele is 22 en Tess heeft aangeboren hersenletsel. Ze werkt als communicatiemedewerker bij Rijkswaterstaat en doet ook een thuisstudie in de communicatie. Tess is mede-beheerder van deze site en zal blogs schrijven over haar werk, studie, sport en o ja hersenletsel.

Lees meer over Tess in de rubriek ‘Mijn Verhaal’.

Afscheidsblog van Tess

Lees voor met webReader

Bedankt!

*Pling*

Een facebookbericht. Het is Zarah van Brainstormt.

”Hé Tess. Hoe is het?”, schrijft ze. ”Afgelopen zaterdag was jij aan de beurt om een blog te schrijven. Ik heb niets van je ontvangen. Dat geeft niets hoor. Maar ik vind het niks voor jou, dus ik wil even checken of het wel goed met je gaat.”

”O shit.” en ”Wat lief van haar. ”, schiet er door mijn hoofd.

Het is inderdaad niets voor mij. Ik vind het belangrijk om afspraken na te komen. Al helemaal de afspraken die ik maak met Zarah, want zij heeft vol enthousiasme mijn taken bij Brainstormt overgenomen.

Het afgelopen jaar ben ik wel meer afspraken niet nagekomen. Qua gezondheid was het een jaar om snel te vergeten. Hierdoor moest ik keuzes maken, lastig, maar het moest. De laatste maanden gaat het gelukkig beter. Ik heb het idee dat ik de situatie beter accepteer zoals hij is. Ik word minder snel boos op de situatie en probeer beter en sneller naar mijn lichaam te luisteren. Daardoor hoeft hij minder signalen te geven en blijven de echte heftige klachten ook uit.

Nu het beter gaat besloot ik mij op drie dingen te focussen. Mijn werk, studie en sociale leven. Ik vind het eigenlijk ook belangrijk om tijd te besteden aan schrijven, maar heb dit even in de koelkast gezet tot mijn studie klaar is. Stap-voor-stap, dan komen we er wel.

Daarom heb ik ook de keuze gemaakt om te stoppen met het schrijven voor Brainstormt. Ik heb het idee dat ik over elk onderwerp wel geschreven heb. En in herhaling vallen, dat wil ik jullie niet aandoen. ”Heb je die Scheele weer met haar praatjes.”

 

Ik wil graag nog een aantal mensen bedanken.

Lindsay, voor de gezellige Skype-sessies en de geboorte van Brainstormt.

Annika, voor de fijne samenwerking en het rechtzetten van alle technische problemen die ik veroorzaakte.

Zarah en Evelien, voor het overnemen van Brainstormt en jullie enthousiasme.

Mijn mede-bloggers, voor jullie mooie verhalen en inspiratie.

En last but not least: de trouwe lezers, voor jullie reacties en vind-ik-leuks.

 

*Pling*

Een facebookbericht van Zarah.

”Jammer dat je stopt, maar begrijpelijk, hoor. ”

”O shit, het is echt.” en ”Wat lief van haar. ”, schiet wederom door mijn hoofd.

 

Moe zeker? Sporten!

Lees voor met webReader

Sporten, in mijn geval badminton, geeft mij ontspanning, plezier en rust in mijn hoofd. Toch twijfel ik vaak of ik wel moet gaan sporten. Zonde natuurlijk. Daarom besloot ik mijzelf een brief te schrijven, die ik bij twijfel kan doorlezen:

Hey Tess,

Doodmoe zeker? Je bed nog niet uit geweest na je werk? En morgen weer werken? Kwart voor zeven de wekker? Twee overleggen? Dan kun je maar het beste op tijd naar bed gaan. Niet gaan sporten. Energie besparen.

NEE TESS, NEE!!

Ga juist sporten. Al lijkt het misschien niet verstandig, je knapt ervan op. Doordat je beweegt word je rustig in je hoofd. Daarnaast lig je ook minder te stuiteren in je bed. En je kun even lachen met die clubgenoten van je, veel beter dan de zoveelste herhaling van de Lama’s. Moe ben je toch al, dus verstandig zijn helpt sowieso weinig.

Er zijn natuurlijk wel wat uitzonderingen. Ik bedoel bij 40 graden koorts, vind ik je heus geen mietje als je thuis blijft. En als je een date hebt met Valerio Zeno, dan is dat ook een prima excuus om niet te gaan. Overigens raad ik je wel aan naar de date met Valerio te gaan als je 40 graden koorts hebt, want hallo, het is Valerio.

Veel sportplezier vanavond. Het doet je vast goed. En nu je bed uit. Koken, eten, sportkleding aandoen, op de fiets springen en achter die shuttle aan. Laat je mij nog even weten hoe je je morgen voelt?

Groetjes, Tess

PS: Vergeet je telefoon niet, mocht Valerio bellen, dan ben je er achteraf wel ziek van (40 graden koorts of zo) als je je telefoon niet hoorde.

 

 

 

 

Half hoofd

Lees voor met webReader
Ik woon in een dorp. En dan bedoel ik ook echt een dorp. Zo’n dorp waar men tomaten en komkommers verkoopt in zijn eigen voortuin. Het geld dat je hiervoor betaalt kun je door de brievenbus gooien of in een geldkluisje stoppen. Een geldkluisje dat je gemakkelijk mee kunt nemen. Maar dat doe je natuurlijk niet, want je woont in een dorp. 
Wat je wel doet als je in een dorp woont is roddelen. Gewoon omdat het zo hoort. Je weet alles van je buren, de bakker, slager en dominee. Tenminste, dat denk je. En als er zich geen sappig roddels de ronde doen, dan verzin je toch gewoon iets. Net zo makkelijk. Ik probeer mij er buiten te houden, want als ik ergens een hekel aan heb is het roddelen.
Ik werd zelf echter al jong ‘slachtoffer’ van deze roddels. Al snel na mijn geboorte ging de roddel dat er iets niet helemaal goed was gegaan rond mijn geboorte. Er was iets niet oké aan mij. Wanneer mijn ouders met mij door het dorp liepen durfden onze dorpsgenoten niet in de kinderwagen te kijken. Een vrouw durfde dit echter wel. Tegen mijn ouders zei zij vol verbazing: ‘Zo, dat is best wel een mooi kindje.’ (Ja, duh!). Een opmerking die mijn ouders steeds vaker kregen. Steeds maar weer werd dit gezegd met grote verbazing. Dat vonden mijn ouders vreemd. Waarom was het zo’n wonder dat ik er gewoon goed uitzag?
Mijn moeder besloot het aan de volgende die zo’n opmerking zou maken op de man af te vragen. ‘Waarom verbaast je dat?’, vroeg mijn moeder. De persoon in kwestie liep rood aan en vertelde dat iedereen het dorp elkaar vertelde dat ik maar één half hoofd had. Mijn moeder moest erom lachen, eindelijk begrepen mijn ouders de opmerkingen die zij kregen. Dus als ik nu wel eens iets doms doe, wat een blond en onhandig persoon als mij regelmatig overkomt, geef ik mijn halve hoofd de schuld. Met dank aan de roddelaars die ons dorp rijk is.

 

Onbegrip van de spiegel

Lees voor met webReader

Door Tess Scheele

Ik heb schatten van collega’s. Hoewel mijn handicap grotendeels onzichtbaar is, proberen zij zich altijd in te leven en krijg ik alle begrip en medewerking. Dat is fijn. Het verminderd de druk.

Er is echter één uitzondering en dat steekt. Een collega die even oud is als ik. Het begrip van haar is soms ver te zoeken. Ze laat mij aan mijzelf twijfelen en maakt mij onzeker. Zonde, want we hebben veel gemeenschappelijke interesses. We kunnen prima goede vriendinnen worden.

Ik werk 16 uur, ‘maar 16 uur’ in haar ogen. En daarna ben ik moe. Maar dat is iedereen, meent ze dan, alleen ik maak er een probleem van. Ze vindt dat ik net zo hard moet werken als de andere collega’s. Dat niet eerder naar huis mag als het niet gaat, want ‘kom op, wat is nou vier uur per dag’. Nog nooit van doorzetten gehoord? De collega vindt ook dat ik geen gekke dingen mag doen in het weekend, alleen de focus op uitrusten om weer te kunnen werken.

Deze collega zorgt voor druk. En door die druk ga ik minder goed functioneren. Dit kon zo niet langer, ik besloot met haar in gesprek te gaan. Bloedzenuwachtig was ik. Ik schrapte mijn keel, keek in de spiegel en zei: ”Dag collega Tess. Volg nou eens het voorbeeld van je collega’s. Wanneer krijg jij begrip voor jezelf?”

Oost west, thuis asbest!

Lees voor met webReader

Paniek in de tent. In het gezelligste anti-kraak bejaardenhuis van Nederland was asbest gevonden. Nou ja, het werd vermoed. Het moest nader onderzocht worden. En dus moesten mijn vijftien huisgenoten en ik voor een nachtje terug naar het ouderlijk nest. Een minuut of 10 kregen we om een tas te pakken.

Een uur later strompelde ik bij mijn ouders naar binnen. Bleek ik ook nog eens vijf minuten ‘Wie is de mol?’ gemist te hebben. Wat een rotdag.
De inhoud van mijn tas maakte het niet veel beter:
– een studieboek, van mijn vorige studie.
– mijn I-pad oplader, maar geen I-pad.
– drie appels, net of mijn ouders zo gierig zijn dat ik die niet van hen krijg.
– een doosje medicijnen, leeg.
– een oplader, van mijn oude mobiel.

Ons logeerpartijtje werd met een weekend verlengd. De onderzoeksresultaten waren niet op tijd klaar. Wederom mochten we komen om een tas voor het weekend te pakken. Ik was bang dat de onderzoeken zouden uitwijzen dat alles onder zat en dat wij niks meer van onze spullen terugkregen. En dus maakte ik een lijstje met dingen die niet vervangbaar zijn, fotoboeken bijvoorbeeld en diploma’s. Die moest ik in elk geval meenemen. Voor mijn gevoel was ik tien minuten gratis aan het winkelen in mijn eigen huis.

Na het weekend kregen we te horen dat het inderdaad asbest betrof, we moesten verhuizen. Gelukkig kregen we al onze spullen terug, op de inhoud van onze besmette keukenkastjes na. En dan ga je je beseffen:
Je hebt net een nieuw pak hagelslag gekocht.
Deze zat nog geen eens in de bonus.
En nu ben je hem kwijt.
Daar zijn je pannen, snijplanken en pannenonderzetters, die hetzelfde lot troffen, niets bij.

Gelukkig kon ik met een verhuizing van slechts 500 meter beginnen op een nieuwe plek. In een monumentaal pand uit 1907. Toen ik verhuisd en bijgekomen was ging ik mij eens verder verdiepen in dit bijzondere pand. De mooiste conclusie van mijn zoektocht was: het is gebouwd vóór de asbesttijd. En dus zette ik mijn nieuwe pak hagelslag, dat al die tijd onder mijn kussen lag, met een gerust hart in mijn keukenkastje. ”Hier zijn we veilig, jongen.”, fluisterde ik hem toe. ”Wat jouw grote broer is aan gedaan gaat jou niet overkomen. Oost west, thuis allesbest.”

Nationale Tess Pest dag

Lees voor met webReader

 

Het is zondag.

Maar geen normale zondag.

Het is nationale-Tess-pestdag.

En net op die dag, krijg ik drie vrienden op visite.

Een half uur na hun komst haal ik opgelucht adem, volgens mij zijn zij niet op de hoogte van de nationale Tess-pestdag. We hebben een serieus gesprek over beroepskeuzes. Eén van de vrienden doet namelijk een brede opleiding, ze vindt alles leuk, maar moet een richting gaan kiezen. We adviseren haar. Net wanneer ik mij begin te verbazen over het feit dat we met deze vier bij elkaar een serieus gesprek voeren, wordt mijn beroepskeuze besproken. Bij mij gaat het echter niet over de beroepskeuze die ik heb gemaakt. Het gaat over de beroepen die ik links liet liggen. En dat ging van kwaad tot erger.

Het is maar goed dat je geen tandarts bent.

Al had je je dan wel goed kunnen positioneren.

Geen gaatjes? Bezoek tandarts Tess en garantie op gaatjes na het bezoek.

Ja of kapper.

Dan zou ik geen schoonmaakster, maar een letselschadespecialist in dienst nemen.
Voor alle lichaamsdelen die je eraf knipt.

Solliciteren bij de Staatsloterij, haal je ook maar uit je hoofd.

Door al die getallen die je omdraait is straks de verkeerde persoon miljonair.

En kok in een vegetarisch restaurant zou ik ook maar vergeten.

Hoe kun jij nou beloven dat er geen vlees door het eten zit?

Weet je, laat de dierenwinkel ook maar zitten.

Goudvissen moet je aaien, niet knijpen.

O en ook geen boekenvertaler van Engels naar Nederlands.

Door jouw slechte interpretatie van het Engels gaat Harry Potter straks met Kabouter Plop naar bed.

Terwijl mijn vrienden lachen om hun eigen grappen, besef ik dat ik dankbaar mag zijn. Omdat ik nooit de ambitie had om tandarts, kapper, prijzenverdeler, kok, dierenwinkelmedewerker of vertaler te worden. Niet omdat ik wist dat ik het niet kan, maar omdat die beroepen mij totaal niet aanspreken. Ik doe wat ik leuk vind, dan wel halve dagen en met hier en daar een aanpassing, maar ik heb een kans gekregen en doe het. En die vrienden van mij, die kan ik heus wel aan hoor. Want de beste foute beroepen heb ik natuurlijk zelf bedacht, ieder zijn talent noemen ze dat.

104 selfies, mensen, honderdvier

Lees voor met webReader

Door Tess Scheele

Mensen, ik heb u goed nieuws te vertellen.
Het glas is niet half leeg.
Niet half vol.
Nee, he-le-maal vol.

De Rabobankreader is vervangen door een scanner. Je hoeft geen eindeloze getallen meer in te tikken. Maar maakt gewoon een foto van een QR-code. Daarmee win je 1 minuut aan tijd per keer dat je telebankiert. Zeg dat je dat twee keer per week doet. Dan scheelt dat op jaarbasis 2 x 52 = 104 minuten. En die tijd kun je dan gebruiken om 104 selfies te maken. Goed nieuws, ik zei het u toch.

Eén doelgroep uitgezonderd. Die van de motorische talenten met spasme.
Ik ben zo ongeveer 104 minuten langer bezig. Want hoe krijg ik nou in godsnaam die QR-CODE erop, als ik mijn handen niet stil krijg. Maar één troost, selfies maken is daardoor ook niet mijn ding. Ik maak altijd een foto van mijn vinger. Ik vind het vrij origineel, maar op facebook vind-niemand-het-leuk.

Gelukkig denkt de medische wereld wel na bij deze dingen. Tenminste dat zou je denken. Spierverslappers, haar trouwste gebruikers hebben spasmes. Weet je wel, van die mensen die bewegingen maken die ze niet willen maken, maar ze maken ze toch (klinkt als eigenwijs). Van mijn arts moest ik 15 mg gaan slikken. Ik kreeg echter 10 mg tabletten. Die sneed ik dan door met een mesje. Resultaat: een kwart tablet en driekwart tablet, tezamen met een stukje vinger.

Ik vroeg de apotheek of ik misschien 3x5mg kon krijgen, die bleek niet te bestaan. Ik ben geen marketeer, maar één ding kan ik mij wel bedenken.
Wat is je voornaamste doelgroep?
Mensen met spasme.
Wat hebben die nodig?
Pillen die ze niet moeten doorsnijden.
Dus wat geven we ze?
Pillen die je wel moet doorsnijden, dat houdt hen lekker van de straat. Want die spierverslappers zijn niet zo goed voor je reactievermogen.

Zoals u ziet is het glas voor een spast niet altijd helemaal vol. Gelukkig maar… een spast en een vol glas zijn immers ook niet zo’n goede combinatie.

Goed plan?!

Lees voor met webReader

Door Tess Scheele

”Je wilt op jezelf gaan wonen. Goed plan.”, zei mijn arts. ”Maar ik zou wel beginnen met wonen met 24 uur de mogelijkheid tot zorg.” 24 uur zorg? Ik? Tess? Dat heb ik toch niet nodig. ”Ja, beginnen hé. ”, zei de arts. ”Dan kun je daar leren om structuur aan te brengen, koken zonder de keuken in de fik te steken en je energielevel op peil te houden, ondanks alle taken die je erbij hebt gekregen.” Ik zal er over nadenken, was mijn antwoord. Eigenlijk was ik boos en gekwetst.

Na het bezoek aan de arts moest ik binnen een half uur naar mijn werk fietsen. Daar had ik een vergadering. Gelukkig fietste ik keihard, vanwege alle woede die eruit kwam. Binnen kwartier stond ik op mijn werk. Ik moest dit aan iemand kwijt en dus belde ik mijn vader. Toen ik eindelijk uitgeraasd was vroeg hij:
”Wie heeft de regie over jouw leven?”
”Ik, natuurlijk.”
”En wat vindt de regie er van?”
”Slecht plan, maar dat had je vast nog niet door.”
”Nou dan.”
”Maar zie ik het verkeerd? Ff eerlijk pap. Hoe denk jij erover?”
”Ik ga graag achter de regie staan. En ik weet zeker dat je moeder dat ook doet.”
”Ik ga het tegendeel bewijzen! Enne… nu moet ik aan het werk. Thanks, pap. Doei!”

En nu een jaar later woon ik op mijzelf. Anti-kraak in een voormalig bejaardentehuis. Met slechts twee uur ambulante begeleiding per week. Samen met vijftien gezellige leeftijdsgenoten, waarbij nooit getwijfeld is of ze hun keuken in de fik zouden steken en of ze wel structuur konden aanbrengen.
Mijn keuken staat er nog steeds.
De buurman heeft zijn oven al opgeblazen.
Mijn servies is op één glas na nog in tact.
Ik heb de buurvrouw alweer in de Ikea gespot.
De structuur aanbrengen gaat best goed.
Zo goed, dat de buurman mijn handige planner wilde kopiëren.
Mijn energiepeil schommelt.
Die van de buurvrouw ook na een paar drankjes.

En als het echt niet gaat. Dan geef ik de regie even aan mijn ambulant begeleider of ouders. Om hem weer zo snel mogelijk terug te pakken. Goed plan!

PS: Ik besef dat zo weinig zorg niet voor iedereen is weggelegd. En dit is dan ook echt geen blog om de bezuinigingen in de zorg goed te praten. Het is puur gebaseerd op mijn situatie en mogelijkheden.

Koopwoning

Het is verrekte mongool, joh!

Lees voor met webReader

Door Tess Scheele

Als je op een driewieler rijdt ben je zo ongeveer een bekende Nederlander. Iedereen kijkt je na, geeft je voorrang en zegt je gedag. En dit alles met een blik van medelijden van hier tot Tokio. Ik ben echter van mening dat ik juist medelijden moet hebben met mensen op tweewielers. Zij moeten hun fiets zelf betalen, ik krijg hem van de gemeente. Zij krijgen alleen voorrang als het echt niet anders kan, ik krijg hem zelfs als tien haaientanden op de weg mij aankijken.

Sinds kort heb ik een elektrische fiets. Mijn werk en sport zijn elf en acht kilometer weg, wat maakte dat ik soms een groot deel van mijn energie al verspeeld had, terwijl mijn werk of sport nog moest beginnen. Op de elektrische fiets moet ik wel trappen, maar het grootste werk wordt voor mij gedaan. Daarnaast is mijn reistijd zo ongeveer gehalveerd en ben ik blij dat ik overal voorrang krijg, want ik kan ga soms zo hard* dat ik de haaientanden geen eens meer zie.

Maar natuurlijk kan ik ook niet om de nadelen van een driewieler heen. Het is vervelend dat mensen je naroepen, geestelijk laag inschatten en super aantrekkelijk ben je ook niet op zo’n fiets. Ik moet heel eerlijk bekennen dat ik na mijn vakantie weleens moeite heb om weer op mijn fiets te stappen. Je hebt dan alles voor een aantal weken lekker thuis kunnen laten en ik moet dan echt weer over een drempel heen. Deze drempel wordt wel steeds lager sinds de puberteit verder achter mij ligt.

Gelukkig kun je om de naroepen soms ook smakelijk lachen. Ik vertelde tegen mijn zus dat ik heel ad rem was geweest toen een pisjochie van vijftien jaar mij voor ‘mongool’ uitschold. Snel riep ik hem na ‘het is verrekte mongool, joh’. Mijn zus kon er niet om lachen. ”Ik vind het echt niet leuk dat ze jou mongool noemen.”, zei ze verontwaardigd. Ik smolt van de zusterliefde. ”Want dat mag ik alleen zeggen.”, vulde ze even daarna aan.

*Mam, mocht jij dit lezen, weet dat je in blogs altijd dingen moet overdrijven om het leuk te maken, hé. Maak je geen zorgen, ik houd mij keurig aan de snelheid.

222979_z_1

Een teletubbie met hersenletsel, alstublieft

Lees voor met webReader

Door Tess Scheele

Je zal het maar hebben, Down voor dummies, Doof!, Tourette on Tour, Undatebles, Het zal me een rotzorg zijn en Syndroom. Dit lijstje is vast niet compleet. Programma’s over mensen met een handicap zijn hot. Je kunt de tv niet aanzetten of iemand met een handicap vertelt over zijn leven, ziet zijn droom in vervulling gaan of date er vrolijk op los.

De meeste programma’s kijk ik graag. ‘Je zal het maar hebben’ is mijn favoriet, grotendeels omdat ik stiekem een oogje heb op Valerio (ik mis hem nu al!). Omdat ik een groot deel van mijn schooltijd op een mytylschool heb gezeten zie ik regelmatig oud-klasgenoten in de programma’s voorbij komen. Altijd leuk om te zien wat er van hen terecht is gekomen. Vaak kom je er dan pas achter hoe iemand met zijn handicap omgaat. Op school spraken we daar zelden over, als we het deden ging gepaard met een hoop humor. Je weet wel, tegen iemand in een rolstoel die last had van een loopneus zeggen dat hij blij moest zijn met die loopneus, want dan liep er tenminste nog iets aan hem.

Maar ik dwaal af. Ik vind het goed dat dit soort programma’s er zijn, maar vind ook dat ze worden uitgemolken. Logisch, kijkcijfers zijn kijkcijfers. Ik vind dat mensen met een handicap nu voldoende hebben laten zien waar ze tot in staat zijn. En daarmee is het wat mij betreft tijd voor stap twee. Mensen met een handicap moeten gaan meedoen aan reguliere programma’s. Daarbij mag hun handicap wel zichtbaar zijn en benoemd worden, maar niet op voorgrond staan. Dus lieve John de Mol…

  • Wanneer komt de eerste rolstoeler GTST binnen rollen (en dan bedoel ik niet een acteur die ‘ineens’ weer kan lopen)?
  • Wanneer komt de eerste slechtziende Utopia in?
  • Wanneer komt die Teletubbie die tussen de middag even moet rusten, omdat hij hersenletsel heeft?
  • En wanneer gaat de eerste spast op zijn plaat in het programma Wipe Out?

slapen

Met/zonder lijstje, met/zonder kast

Lees voor met webReader

Door Tess Scheele

Vriend I kwam mijn nieuwe huis bewonderen. Hij bleef stilstaan voor de keukenkast. ”Ben je debiel of zo?’’, vroeg hij. ”Of ben je tijdens je vakantie autistisch geworden of zo?’’. Fijn van die eerlijke en recht-voor-zijn-raap vrienden.

Vriend I doelde op het lijstje dat op het magneetbord van mijn keukenkast hangt. Op het lijstje staat voor een aantal activiteiten wat ik moet doen: voordat ik de activiteit ga doen of voordat ik ergens heen ga. Wat moet er in mijn tas als ik ga werken, wat als ik ga trainen en wat als ik uit logeren ga?

Omdat ik anti-kraak woon deel ik de douche met vijf medebewoners. Een beetje opschieten op deze ’s ochtends zo populaire plek is dus wel zo netjes. Daarom staat er ook op het lijstje wat ik moet meenemen als ik ga douchen. Om te voorkomen dat ik eerst een half uur door mijn huis rondjes ga lopen om mijn spullen bij elkaar te zoeken. Er vervolgens al twee buren zijn voor gepiept. Ik na een half uur eindelijk in de douche sta en er alsnog achter kom dat ik mijn badjas ben vergeten (Mijn buurmannen zijn aardig hoor. Maar ik heb nou niet echt de behoefte om ze ’s ochtends te entertainen). Ik weer terug kan voor die badjas. En er vervolgens weer iemand is voor gepiept.

Het lijstje geeft mij houvast en een stukje rust. Ik weet wat ik moet doen. Ik kan mij concentreren op dat wat ik moet doen en hoef niet bezig te zijn met wat ik nu en straks moet doen.  Vroeger had ik dit lijstje ook al. In de binnenkant van mijn kast. Want ik schaamde mij ervoor. Wanneer mensen in die kast wilden komen bedacht ik smoesjes. Ik denk dat veel mensen de wildste ideeën hadden over wat er toch wel niet in de kast zou liggen.

Nu schaam ik mij niet meer. Hij hoort bij mij. De één heeft een rolstoel als hulpmiddel en ik heb een lijstje. Nou ja… ik lieg een beetje. Toen vriend II later mijn huis kwam bezoeken haalde ik het lijstje weg. Als vriend I al opmerkingen had, wat moest de nog stoerdere en flab-uiterige vriend II wel niet denken. ”En bevalt het op jezelf wonen een beetje?’’, vroeg vriend II. Ik vertelde over de vrijheid en de mooie centrale plek. Toen vroeg hij of ik het red met plannen en regelen. Stoer antwoordde ik: ”Ja, waarom niet?’’. ”Nou.’’, zei hij. ”Ik zie hier nergens lijstjes hangen. En dat is toch wel belangrijk als je je eigen huishouden runt. Zeker voor jou. Maar daar kom je nog wel achter.’’

lijstjes

Egoïstisch

Lees voor met webReader

Door Tess Scheele

Verhuizen, slagen, twee keer op vakantie gaan en ook nog aan het daten. In één maand. Benauwd werkje hé? Oo, en die blog voor Brainstormt. Die moet natuurlijk ook nog geschreven worden. Dan maar nu, om twee uur ’s nachts, want slapen, dat kan ik niet… Goh, hoe zou dat nou komen?

Ik kreeg van mijn vader één advies: jij MOET deze periode enorm egoïstisch zijn en voor jezelf kiezen. Dit druist onwijs tegen mijn principes in. Maar ik heb het even nodig.

En ook nu ga ik het doen. Dit is mijn blog voor deze keer. Niet om over naar huis te schrijven. Of toch wel… dan weet mijn vader hoe ontzettend egoïstisch ik bezig ben.

download

Race tegen de klok

Lees voor met webReader

Door Tess Scheele

12.00 uur
Ik stap uit de metro in Amsterdam. Ik zie een gemiste oproep van een vriendin. Snel bel ik haar terug. De vriendin wenst mij veel succes met mijn examen en praat mij nog even wat moed in. ”Nu gaan we gauw hangen. ”, zegt ze. ”Ga jij nou maar opzoek naar de examenlocatie. Straks kom je nog te laat. ” Ik vertel haar dat ik nog een uur heb en dat het dus wel bijzonder knap is om te laat te komen.

12.15 uur
Met de navigatie op mijn mobiel ga ik op pad. Deze heeft alleen geen idee waar ik ben en laat mij rondjes lopen.

12.30 uur
Ik besluit mijn mobiel weg te doen. Ik heb zelf ook totaal geen richtingsgevoel en kaarten lezen is door mijn gebrek aan inzicht een ramp. Ik besluit de weg te vragen aan een voorbijganger. De man die ik aanspreek blijkt een bekende te zijn in de buurt. Volgens hem moet ik nog een kwartiertje lopen, twee keer links en drie keer rechts.

12.45 uur
Ik ben op de plek waar de man mij naar toestuurde. Maar ik zie geen examenlocatie, geen aanknopingspunt. Niets. Ik besluit een man aan te spreken. ”Meissie”, zegt die. ”Je bent hier zeker niet in de buurt. En wat doe jij trouwens in je eentje in De Bijlmer? Vinden je ouders dat wel goed? ” Weer wat geleerd vandaag. Amsterdam Zuid-Oost is dus in De Bijlmer. Dat wist ik niet, mijn ouders dus ook niet en dat laten we maar even zo, al voel ik mij totaal niet onveilig.

13.00 uur
Nog een kwartier, dan begint het examen. Ik krijg een helder moment en besluit de opleiding te bellen. Wellicht kunnen zij mij telefonisch de weg wijzen. Ik omschrijf de grote gebouwen om mij heen. Bij de vrouw aan de andere kant van de lijn gaat geen lichtje branden. Ze zegt de buurt op haar duimpje te kennen. Ik ben dus echt een eind uit de richting. Tot een half uur te laat mag ik de examenzaal nog in. Ik heb nog tot 13.45 uur.

13.15 uur
Ik besluit terug te rennen naar het metrostation en daar nogmaals te bellen. Volgens 9292OV was het namelijk maar vier minuten lopen vanaf het metrostation. Al rennend kom ik een man tegen. Iets in mij zegt dat hij de weg weet. En ja hoor… hier het water over en dan rechts, vertelt hij mij overtuigend.

13.30 uur
Zwetend, buiten adem, doodop en gestresst kom ik de examenzaal binnen. Ik besluit mijzelf 10 minuten rust te gunnen en dan te beginnen met het examen. De stress gaat langzaam weg, ik zet het knopje ‘vermoeidheid negeren’ aan en ga aan de slag.

16.15 uur
Mijn examentijd zit erop. Het examen was pittig, maar met zo’n start mag ik al onwijs trots zijn dat ik alle antwoorden heb ingevuld en nagelezen. Ik kan wel lachen om mijn avontuur. Zeker wanneer ik het opleidingsgebouw uitloop en recht tegenover het metrostation sta.

De uitslag laat nog even op zich wachten, kan ik mooi nog even uitpuffen.

8661316-persoon-symbool-in-een-rush-loopt-tegen-een-klok-in-een-race-met-tijd

A t/m Z?

Lees voor met webReader

Door Tess Scheele

Nog een ruime twee weken te gaan. Dan doe ik examen, dan moet het gebeuren.
O, ik heb nog twee weken…
Nee, ik heb nog maar twee weken…
O, alleen nog even de puntjes op I…
Nee, de puntjes moeten nog op de letters A t/m Z…

Je hebt het misschien al door. Als ik examen zou doen voor de opleiding piekeren was ik zeker cum laude geslaagd. Maar mijn opleiding Communicatie geeft voor piekeren geen punten. Nee, ik moet het gewoon gaan doen.

Vijf maanden geleden besloot ik een plan te maken. Ik maakte een overzicht van alles wat ik moest leren en deelde dit door het aantal weken dat ik nog had. Dat ging de eerste weken goed. Maar natuurlijk kwamen er ook weken dat ik mij minder goed voelde en de planning niet ging halen. Dat probeerde ik de week daarna te compenseren. De stress liep dan echter zover op dat ik niets meer opnam. Ik besloot mijn planning los te laten. Ik begon bij hoofdstuk 1 en deed wat er in mijn vermogen lag. Dat ging als een speer, de stress van de deadline was weg. Ik nam alles in mij op.

Ik besloot een samenvatting van de boeken te maken. Die samenvatting werd echter langer dan de boeken zelf. Ik kon het onderscheid tussen wat belangrijk was en wat niet, niet goed maken. Ik sliep er niet van, dit ging niet goed komen.

Ik besloot mijn probleem te delen en kreeg een duidelijk advies:
Stop met samenvatten…ga alleen lezen…
Maak een proefexamen en kijk hoever je al bent…
Vertrouw op jezelf en kap met piekeren…
Ik maakte het proefexamen. En ja hoor, heel streng nagekeken kwam ik op een 6,8. Met nog twee maanden te gaan. Het vertrouwen kwam terug.

De afgelopen maanden las ik veel, ik maakte proefexamens en maakte een samenvatting met alleen de antwoorden op vragen die ik fout had in de proefexamens.

Straks ga ik mijn uiterste best. Ik ga ervoor. En mocht ik echt zo’n hopeloos geval zijn als ik af en toe denk, dan kan ik altijd nog de opleiding piekeren gaan doen. Of nog beter: een opleiding Nederlands, want op slechts twee letters van A t/m Z staan puntjes. Waarom verwacht ik dan van mijzelf dat ik ze op alle 26 zet? Let’s do it!

AZ

 

 

Wil het echte Willempie opstaan?

Lees voor met webReader

Door Tess Scheele

Ik was een jaar of drie. En wilde, net als ieder ander, gewoon lekker buiten spelen. Ik hield van de buitenlucht (nog steeds trouwens). De therapeuten in het revalidatiecentrum vonden dat buitenspelen goed, mits ik een helmpje droeg. Door mijn motorische onhandigheid en slechte evenwicht ging ik volgens hen veel vallen. En er was wel genoeg kapot van binnen. Het moest beschermd worden.

Mijn ouders vonden alles goed. Ze deden veel om mijn ontwikkeling te stimuleren en oefenden ook thuis veel met mij. Maar een helmpje op… dat ging hen te ver. Ze wilden geen ‘Willempie’ van mij maken. Ze wilden dat ik ook vrienden en vriendinnen kreeg in de buurt. Dat zou lastiger zijn als ik een helm droeg. Ik ging zonder helm buiten spelen.

Hoe mijn ouders konden inschatten dat dit goed zou gaan? Zo jong als ik was kende ik mijn grenzen als geen ander. Natuurlijk ging ik er ook regelmatig overheen, maar als het echt gevaarlijk werd kende ik mijn grenzen en handelde ik ernaar.

In groep drie mocht ik van de leerkracht niet meedoen met gymtoestellen. Ze was doodsbang dat ik uit de rekken zou vallen. Natuurlijk, het zag er onhandig en klunzig uit. Maar nogmaals, ik deed geen dingen die echt niet konden. Mijn vader en ik zijn toen samen met de leerkracht gaan praten. We kwamen tot een compromis. Ik mocht het wandrek in, maar niet helemaal tot boven.

Bij mijn zus is nog nooit de vraag gesteld of ze geen helm op moest en ze mocht ook naar boven in het wandrek. Logisch natuurlijk, want ze heeft geen motorische beperkingen. Maar diezelfde lieve zus heeft wel al drie keer wat gebroken (één keer zelfs met touwtje springen) en kneust regelmatig iets. Ik daarin tegen heb nog nooit wat gebroken (ff afkloppen) en volgens mij pas één keer mijn arm gekneusd en natuurlijk buiten mijn schuld om (echt waar!).

Daarom vragen wij ons thuis regelmatig af: ‘Wil het echte Willempie opstaan?’.

PS: Lieve mede-blogger Willem: voel je a.u.b. niet aangesproken.

helmpje

Wie had dat kunnen denken…

Lees voor met webReader

Door Tess Scheele

Vorig jaar februari vertrokken er dertien mannen vanuit het Westland (Zuid-Holland) met zes auto’s naar Gambia. Een reis van 7000 kilometer en dat even in twee weken. De zes auto’s kregen allemaal een bestemming in Gambia. Als ziekenwagen, tandartswagen of taxi voor een gezin, dat daarmee weer zelfstandig inkomen kan vergaren. Dit vergde een intensieve voorbereiding, waarbij ik ook betrokken was. Ik doe namelijk de PR voor deze stichting Westland4gambia.

Een groepje partners en kinderen van de mannen besloot naar Gambia te vliegen. Ze wilden in Gambia zijn als deze dertien kanjers aankwamen. Op een dag kwam de vraag of het ook niet iets voor mij was om dan mee te gaan. Ik was immers veel met het project bezig geweest en wat was er dan mooier dan het eindresultaat met eigen ogen zien?

Natuurlijk vond ik dat wat!
Afrika…Gambia…zien waar de auto’s naar toe gaan… zien hoe de mensen daar leven…een lekkere tempratuur… en dat met een leuke groep mensen.

Toch had ik mijn bedenkingen.
Ging ik dit volhouden? Was ik geen maanden uit roulatie bij terugkomst? Ik heb er met een aantal mensen over gesproken. Zij vonden dat ik het gewoon moest doen. Als ik mijzelf maar in de gaten hield, op tijd mijn rust pakte en eerlijk was over wat er wel en niet ging. Ook binnen de stichting gaven mensen aan dat het geen probleem was. Ik kon mij altijd even terugtrekken als ik dat wilde en als ik een dagje rustig aan moest doen kon ik chillen op het strand.

Hoe meer mensen ik over mijn plannen vertelde… hoe enthousiaster ik werd. Mijn tickets en hotel waren geboekt. Ik kreeg vrij op mijn werk.
GAMBIA, HERE I COME!

Natuurlijk bleven er die twijfels en was ik ook best weleens zenuwachtig. Ik besloot iedereen die meeging een mailtje te sturen om hen even wat over mijzelf te vertellen. Dat schepte een hoop duidelijkheid! Na alle reacties op de mail zag ik het nog meer zitten.

Ik kan je vertellen. Ik heb de week van mijn leven gehad.
Wat een mooi land en wat een bijzondere mensen. En bovenal wat voelde ik mij goed. Ik kwam tot rust. Er hoefde niks. Er mocht van alles.

Twee weken na de reis had ik even een wat mindere periode. De hectiek en alles moeten in het gewone leven kwam even hard aan. ‘’Wat zou je nu echt willen?’’, vroeg een vriendin die mij probeerde te helpen. ‘’Terug naar Gambia’’, antwoordde ik haar.
Wie had dat kunnen denken…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Yolo: Op en neer

Lees voor met webReader

Door Tess Scheele

Beetje rare titel voor een blog. Ik weet het. Maar… ik kan het uitleggen.

Vandaag voel ik mij heel goed. Het ging lekker op mijn werk. Ik schreef zo twee teksten weg. Mijn lijstje met te plegen telefoontjes is een mooie kleurplaat met heel veel gekras geworden. Dat is klaar. Mijn mailbox is bij en schoon. En de papierbak heeft weer zat te eten. Want ook mijn papieren administratie is weggewerkt.

Wat een contrast met vorige week. Wat zeg ik… met twee dagen geleden. Een vol hoofd en er kwam niets uit mijn handen. De badminton zei ik af. Ik had geen energie voor drukte. Ik ging op tijd naar bed.

Sinds gisteren ben ik weer back. Ik hoefde thuis niet af te wassen. ‘’Ga maar gauw naar de badminton’’, zeiden mijn ouders. Ik was zo druk en enthousiast dat ze liever zelf die afwas deden dan een stuiterbal om hen heen hadden. Eenmaal bij de sport vroeg de trainer of ik enig idee heb waar mijn volumeknop zit. En mocht het antwoord ‘ja’ zijn, dan mocht hij best wel wat zachter. Zelfs na een zware shuttlerun stond ik nog te lachen en gek te doen.

Ik vind dat contrast maar lastig. Ook als ik mij goed voel moet ik op tijd mijn rust pakken. En niet té veel doen. Om de middenlijn te houden. En wellicht daardoor minder vaak in te storten. Maar soms denk ik: YOLO (lees: You Only Live Once). Dan voel ik mij goed, kan die middenlijn mij weinig schelen en ga ik lekker een terrasje pakken of iets anders leuks doen.

Ik wil de middenweg hierin vinden.
Tot die tijd gaan we gezellig op en neer. Mét hopelijk een hoop YOLO!

YOLO

Nee?!

Lees voor met webReader

Door Tess Scheele

Ik moet leren ‘nee’ te zeggen. Nee, op de verzoeken die ik krijg om wat te schrijven. Nee, op afspraakjes waar ik geen zin in heb. Nee, als ik te druk ben om bepaalde dingen op te pakken.

Waarom? Omdat er maar 24 uur in een dag zitten. Omdat ik door mijn hersenletsel minder energie heb. En omdat ik al aan een studie, sport en werk doe. Om mijn vrijwilligerswerk niet te vergeten.

Een mooi testmoment was de vraag van een redacteur van een tijdschrift. Tijdens een gesprek op een verjaardag van een gezamenlijke vriendin. Of ik geen column kon schrijven voor zijn blad. Slechts eens in de twee maanden. Slechts 500 woorden. ‘Nee, Tess’, spookte er door mijn hoofd, ‘je hebt het al veel te druk.’ ‘Ja, maar dit is een mooie kans.’, zei een ander stemmetje in mijn hoofd. Ik vertelde de redacteur er over na te denken. Hij wilde dat ik besloot wat voor mij het beste was. Maar zou wel onwijs blij zijn als ik het deed. Hij wilde mij geen druk opleggen, maar zou zwaar teleurgesteld zijn als ik het niet deed.

Dat ‘nee’ leren zeggen zie ik maar als een proces. Hoofdrekenen leerde ik ook niet van de één op de andere dag. Dus ‘nee’ zeggen ook niet. Mijn proces bevindt zich nu in de fase: ‘daar wil ik graag even over nadenken’. Om vervolgens alsnog altijd ‘ja’ te zeggen.

En ook nu ben ik in deze fase blijven steken. Ik schreef de eerste column. Tot de redacteur mij met een verdrietig stemmetje opbelde. Hij was ontslagen tijdens een re-organisatie en had nog geen gelegenheid gevonden om mijn column in te brengen. Het feest ging dus niet. Had er weer iemand anders ‘nee’ voor mij gezegd. Bofkont!

NEE