Categorie archief: Cynthia

Cynthia van der Winden (20) heeft door zuurstofgebrek bij haar geboorte een Cerebrale Parese. Cynthia heeft daardoor moeten vechten voor een plekje en mensen moeten overtuigen van haar kunnen. En niet zonder succes… ze haalde haar VWO-diploma, terwijl ze een verwerkingssnelheid heeft op moeilijk lerend niveau. Momenteel zit ze in het tweede jaar van de opleiding HBO Maatschappelijk Werk en Dienstverlening. Cynthia heeft zat om over te bloggen, want ze gaat geen uitdaging uit te weg. Een mooie aanwinst voor Brainstormt dus.

Lees meer over Cynthia in de rubriek ‘Mijn Verhaal’.

Participeren kan iedereen leren

Lees voor met webReader

De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor het feit dat kinderen met een beperking naar een reguliere school moeten kunnen gaan. Passend onderwijs moet de norm worden. Voor onderwijzers en het andere personeel van reguliere scholen is dit vaak een moeilijke opgave, want het kost hoe dan ook meer inspanning om het onderwijs voor deze leerlingen op een goede manier vorm te geven. Het biedt echter ook veel kansen. Niet alleen voor het kind met de beperking, maar ook voor de andere kinderen in de klas en de onderwijzers. Deze positieve effecten zouden veel meer naar voren gebracht moeten worden. Daarom wil ik jullie graag deelgenoot maken van mijn ervaringen.

Ondanks mijn fysieke beperking ben ik vanaf groep 1 van de basisschool naar het regulier onderwijs gegaan. Soms had het wel wat voeten in de aarde, maar keer op keer hebben mensen, inclusief mijn ouders, de schouders eronder gezet om alles te regelen voor mij, zodat ik het onderwijs kon blijven volgen. Enkele voorbeelden: altijd ambulante begeleiding, een laptop vanaf groep 3, aangepast toilet, een helm op op het schoolplein, een liftsleutel op het VWO en extra begeleiding op mijn stageplek op het HBO. Echt veel vrienden heb ik nooit gehad, maar er waren altijd wel een paar mensen in mijn klas waar ik mee op kon schieten. Het belangrijkste is dat ik heb geleerd om te integreren in de samenleving. Langzaamaan heb ik geleerd om mijn stem te laten horen en mensen niet meer over me heen te laten lopen.

In mijn schoolcarrière heb ik in diverse klassen gezeten en heb ik verschillende onderwijzers gehad. Lang niet iedereen heeft het laten merken, maar ik denk zeker dat kinderen en onderwijzers wat van mij hebben geleerd. Zo heeft mijn vriendin van de middelbare school gezegd dat ze door het zijn van mijn vriendin mensen met een beperking als ‘normaal’ behandelt. Ze weet immers dat ‘anders’ handelen nergens voor nodig is. Daarnaast hebben onderwijzers soms wat creativiteit moeten inzetten om mij het lesprogramma te laten volgen. Voor diverse onderwijzers werden de ogen geopend toen ik in zes jaar mijn VWO-diploma haalde. Deze voorbeelden bewijzen dat het alleen maar goed is dat de samenleving met mensen met een beperking in aanraking komt.

Doordat ik deze weg heb bewandeld, kost het mij nu minder moeite om mee te doen in de maatschappij en dat ervaar ik als zeer positief. Ik gun iedereen met een beperking en deze kans. De mensen zonder beperking gun ik om met mensen met een beperking in aanraking te komen. Mijn idee is dat het dan ook veel makkelijker wordt om de maatschappij zo vorm te geven dat iedereen mee kan doen. Het moet er bij beide partijen met de paplepel in gegoten worden en daarom begint inclusie bij regulier onderwijs.

 

 

Openbaar kan ook echt openbaar zijn

Lees voor met webReader

De laatste jaren heb ik mijn rolstoel steeds meer gedag kunnen zeggen. Daar ben ik erg blij mee, maar dat wil nog niet zeggen dat ik net zo veel kan lopen als iemand zonder beperking. Met de trein en de bus kom ik erg ver, maar eenmaal op mijn bestemming aangekomen, ben ik snel afhankelijk van anderen om mij van het station op te halen. Dit is iets wat ik altijd heb moeten doen, dus intussen ben ik er wel aan gewend. Toch besef ik dat het voor mijn omgeving soms best een gedoe kan zijn, maar ik dacht dat ik hier niks aan kon veranderen. Mijn fiets, waarop ik echt flexibel, stond immers thuis en kon niet mee als ik op reis ging. Vorig jaar werd ik er echter door mijn vriend op gewezen dat mijn driewieler als hulpmiddel geldt, dus dat ik deze met behulp van rolstoelassistentie gewoon mee de trein in mocht nemen.

Dat zou super zijn, maar hoe het zou uitpakken, moest ik nog maar afwachten….. Inmiddels ben ik diverse keren met mijn fiets in de trein op pad gegaan. Alle keren is dit echt perfect gegaan. Je belt een uur van te voren en dan staan er netjes twee mensen op het perron klaar met de rolstoelbrug om je de trein in te helpen. Zelfs toen ik samen met mijn vriend ging, dus met twee driewielers, werd alles geprobeerd om ons bij elkaar op de trein te zetten. Op het uitstapperron staat de assistentie dan wel eens bij het verkeerde treinstel, maar de trein blijft net zo lang wachten tot je veilig uit de trein bent. Ook bij het overstappen wordt er gecommuniceerd tussen de treinen dat er even gewacht moet worden. Het personeel snapt precies hoe het in elkaar zit en doet er alles aan om je reis zo prettig mogelijk te laten verlopen. Het feit dat dit zo makkelijk gaat, maakt dat ik meer uit mijn leven kan halen. Fietsen in het Vondelpark of samen met m’n neefje op de fiets naar het zwembad. Dat allemaal dankzij de goede assistentie van NS. Ik vind dat dat ook wel gezegd mag worden. Veel bedrijven in Nederland kunnen wat betreft de toegankelijkheid een voorbeeld nemen aan de NS. Dan bedoel ik niet alleen de fysieke toegankelijkheid, maar ook de sociale toegankelijkheid. Daarmee bedoel ik het vermogen om mee te willen en kunnen met mensen met een beperking. Hierdoor is het hebben van een beperking namelijk een stuk minder erg.. In een inclusieve samenleving is dat naar mijn mening wat we willen bereiken. Dus bedrijven in Nederland: neem een voorbeeld aan de NS en maak de maatschappij toegankelijk!!

Elk nadeel heeft zijn voordeel

Lees voor met webReader

Elk nadeel heeft zijn voordeel!

Twee weken geleden gingen mijn vriend en ik naar Parijs. Dit is natuurlijk heel leuk, maar het heeft ook wat voeten in aarde.  Door onze lichamelijke beperking is een stedentrip namelijk best vermoeiend. Om hier enigszins rekening mee te houden, hadden wij voor een wat duurder hotel gekozen. Zo hadden we meer kans dat we goede matrassen hadden. Daarnaast hebben we contact gelegd met het hotel om er zeker van te zijn dat onze kamer bereikbaar was met een lift en we betaalden de essentie kosten voor een bad om ’s avonds lekker te kunnen ontspannen.  We dachten dus dat er niks meer mis kon gaan.

Bij het hotel aangekomen, bleek deze vervrachting niet helemaal te kloppen. De kamer die het hotel in eerste instantie voor ons in gedachte had, was niet met de lift bereikbaar. Gelukkig kon de kamer gewisseld worden, maar dit bleek niet voldoende. Om überhaupt bij de lift komen om naar alle kamers te gaan, moest je namelijk 12 treden naar beneden. Nou kunnen we nog redelijk traplopen, maar na een dag in een stad gelopen te hebben, is dit geen pretje.  We belden dus het reisbureau, maar zij konden weinig voor ons doen. Alleen als we € 200 bijbetaalden, mochten we naar een andere hotel. We besloten om dit niet te doen, maar we werden er niet blij van. Verder werd ons ook nog duidelijk dat alle kamers een bad hadden. Het extra bijbetalen was dus nergens voor nodig geweest. Nu wisten we het zeker: na afloop zouden we een klacht gaan indienen.

Natuurlijk kunnen er misverstanden ontstaan, maar het verloop van hoe dit is gegaan, maakte mij toch wel verdrietig. Ik en mijn vriend hebben zo ons best gedaan om het in orde te maken. Die extra moeite is nou eenmaal inherent aan het hebben van een beperking. Toch zakt op zulke momenten de moed mij weleens in de schoenen. Moet je nou echt overal 10 keer achteraan bellen en is het dan nog maar afwachten of alles geregeld is zoals je had gedacht? Al met al een minder geslaagd begin van de vakantie.

Mijn negatieve gevoel verdween echter als sneeuw voor de zon toen we de volgende dag bij het Louvre aankwamen. In een rij staan is voor mij vermoeiender dan een stuk lopen. Om die reden ben ik dus naar de informatiebalie gestapt met de vraag of het mogelijk was om de rij te ontlopen. Tot mijn grote verbazing, kreeg ik als antwoord dat we zo door mochten lopen. Het betalen van de entree was voor onze beide ook niet nodig. We stonden dus eigenlijk meteen in het museum. De volgende dag werd er bij de Notre Dame ook niet moeilijk gedaan toen we vroegen om de rij over te slaan. Het was fijn om te merken dat sommige mensen zich wel in onze situatie willen verplaatsen. Hier werden we weer helemaal vrolijk van. Toch een leuke bijkomstigheid als je op vakantie bent!!

eiffel

En het is geworden…..

Lees voor met webReader

 

Eind februari heb ik een blog geschreven over mij twijfel op welke manier ik meer in beweging wilde komen. Toen was ik al van plan om een keer mee te gaan met een vriend van mijn vriend die op rolstoelhockey zit, omdat dat mij de leukste optie leek. Dit plan heb ik doorgezet en dat pakte goed uit. Inmiddels ben ik in het bezit van een lidmaatschap, heb ik meegedaan aan drie competitiedagen en is het eerste goal op mijn naam een feit. Je kunt wel stellen dat het allemaal in een sneltreinvaart is gegaan. De hoogste tijd om eens even terug te blikken en belangrijker nog, te vertellen waarom ik een echte hockeyer ben geworden.

Half maart ging ik voor het eerst mee. Zaterdagochtend, de wekker op kwart voor acht en gaan met die banaan. Niks even kijken, er werd meteen een rolstoel voor mij uit de verzameling gepakt en ook de kast werd opgetrokken om een geschikte stick te vinden. Daarna moest ik gaan rijden in de rolstoel met de stick in mijn hand. Dat was al een uitdaging op zich, aangezien ik de laatste jaren amper in mijn rolstoel zit en als ik er in zit, altijd geduwd word. Toch lukte het aardig en ook het aannemen en schieten van de bal ging best goed. Ik merkte dat ik het leuk vond en het snel oppakte. Dat wil niet zeggen dat ik een sterspeler ben, maar ik raak in ieder geval de bal.

Dat is echter niet de enige reden die mij heeft doen besluiten om lid te worden. Eindelijk kon ik een teamsport doen met gezellig mensen. Na het sporten nog een drankje doen, is misschien voor veel mensen heel normaal, maar voor mij is het best bijzonder. Eindelijk kan ik lekker sportief bezig zijn met anderen. Na de tweede training heb ik het inschrijfformulier dus ook meteen ingevuld en het avontuur ging verder!

Na de tweede training was er een competitiedag en aangezien er weinig spelers waren, werd gevraagd of ik het team zou willen versterken. Ehhhm….echt….ik heb pas twee keer getraind; kan ik dat wel? Mijn teamleden zagen het wel zitten, dus afhaken kon ik bijna niet meer. Dus daar gingen we, op naar Zoetermeer. Ik was verdediger en heb best wat ballen tegen kunnen houden. Daarbij  werd ik goed versterkt door mijn teamleden en dat zorgde ervoor dat we aardige resultaten boekte. Ik was dus helemaal ingeburgerd in het team.  Op de derde competitiedag werd ik  zelfs gevraagd om een keer als aanvaller in het veld te staan. Deze uitdaging liet ik niet aan mijn neus voorbij gaan. Een beetje onwennig stond ik in het veld, maar plotseling kreeg ik de bal in mijn stick. De weg naar het doel was vrij en ik hoefde de bal alleen een tikje in de goede richting te geven. En…..Goal!! Dit gaf mij toch wel een kick. Ik had het eigenlijk al besloten, maar nu weet ik het zeker. Ik ga mijn eigen rolstoel aanvragen en ik blijf hockeyen.

Wat te doen met irritaties

Lees voor met webReader

 

Soms ben ik weleens aan het denken over wat nou mijn grootste beperking is. Natuurlijk zijn er dingen die moeilijker zijn voor mij. Zo ben ik sneller moe, fiets ik op een driewielfiets en is de fijne motoriek altijd lastig. Tegelijker zijn dit dingen waar ik al mijn hele leven mee moet dealen, dus ik weet niet beter. Dit vind ik dan ook niet mijn grootste beperking. Nee, waar ik heb meest van baal, is mijn spraak. Door de spasticiteit praat ik wat langzamer en monotoner. Mensen die mij niet kennen, denken daardoor vaak dat ik ook een verstandelijke beperking heb. Vaak trek ik me er niks van aan, want die mensen kom ik waarschijnlijk toch nooit meer tegen. Toch merk ik dat mijn frustratie steeds groter wordt. Laatst was er een situatie waarbij ik het er niet bij wilde laten zitten. Dit pakte heel goed uit en ik zal vertellen waarom….

In het kader van mijn stage mocht ik de wethouder interviewen over de veranderingen rond de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Heel gaaf natuurlijk, maar uiteindelijk kwam ik er toch een beetje met een rotgevoel vandaan. Tijdens het gesprek had ik de wethouder namelijk ook uitgenodigd voor de afsluitende bijeenkomst van het ‘Prokkelen’. Op deze nationale dag mogen mensen met een verstandelijke beperking meelopen in reguliere bedrijven. Terwijl ik de wethouder uitnodigde, onderbrak zij mij. Ze zei: ‘Jij wil zeker een dagje met mij meelopen’. Totaal overrompeld, wist ik alleen maar ‘nee’ uit te brengen. Hoe kon zij na al mijn goede vragen tijdens het interview, nog denken dat ik verstandelijk beperkt ben. In dat gesprek heb ik voor mijn gevoel de wethouder dat kunnen overtuigen dat ze er compleet naast zat. Daarom heb ik een paar dagen later nog een mail gestuurd om het misverstand even uit de wereld te helpen.

 

In de mail beschreef ik beleefd, maar duidelijk dat ik geen verstandelijke beperking heb, maar dat ik de kans om mee te lopen eigenlijk niet wilde laten lopen. Voor mij was het antwoord op de mail niet eens echt van belang. Het belangrijkste was dat ik toch even voor mezelf ben op gekomen. Des te leuker was het dat ik twee dagen later terugkreeg dat ik natuurlijk een dagje mag meelopen. Ik, als 21-jarige, mag gewoon even een dagje meedraaien met de wethouder van Amersfoort!!

 

Deze ervaring is natuurlijk geweldig, maar als je er objectief naar kijkt, is het eigenlijk van de zotte dat het op deze manier moet. Telkens moet ik extra moeite dat om duidelijk te krijgen dat het in mijn hoofd echt wel goed zit en dat ik zelfs een VWO-diploma op zak heb. Mensen lijken deze combinatie niet te kunnen maken als ze mij zien lopen en horen praten. Helaas zal het mij waarschijnlijk niet lukken om de hele mensheid hiervan te overtuigen. Toch probeer ik wel een stap in deze richting te zetten en daar is dit een goed voorbeeld van.

 

 

Actief willen zijn, maar hoe?

Lees voor met webReader

Door Cynthia van der Winden

Als kind heb ik op diverse sporten gezeten, zoals ballet en paardrijden voor kinderen met een beperking. Daarnaast heb ik lang gedaan over het halen van mijn zwemdiploma, waardoor ik vijf jaar lang elke dinsdag in het water lag. Na verloop van tijd gingen deze activiteiten echter vervelen, omdat ik geen voorruitgang meer boekte. In mijn puberteit heb ik vijf jaar op een reguliere badmintonclub gezeten, maar doordat ik ouder werd, ging het niveau van mijn leeftijdsgenoten omhoog. Hierdoor werd meekomen voor mij eigenlijk onmogelijk gemaakt. Sinds die tijd doe ik aan fitness bij mijn fysiotherapeut. Dit is een half uurtje per week en de laatste maanden krijg ik het gevoel dat ik meer wil op het sportieve vlak. De vraag is alleen: welke sport past bij mijn mogelijkheden en bij mijn interesse.

Fitness is iets dat ik goed kan aanpassen op mijn mogelijkheden. Inmiddels weet ik welke apparaten passend zijn voor het trainen van de juiste spieren. Het is namelijk zo dat ik mijn buigspieren niet moet trainen, want dan wordt het spasme alleen maar erger. Met deze kennis zou je denken dat het uitbreiden van deze activiteit een mooie oplossing is voor mijn streven. Ik ben echter een gezelschapsmens en vind het individueel bezig zijn op apparaten vrij saai. Voor mij is het, denk ik, best moeilijk om gedurende een langere periode de energie te verzamelen om naar de sportschool te gaan.

Thuis hebben wij een tafeltennistafel en ik vind het best leuk om af en toe een balletje te slaan. Ik woon in de regio van Amersfoort en laatst hoorde ik dat daar een tafeltennisclub is voor mensen met een beperking. In eerste instantie leek dit mij wel wat. Alleen het is de vraag of ik op zo’n club wel mee kan komen. Mensen die één arm missen, mogen zich immers ook aanmelden. Gezien het feit dat alle vier mijn ledematen aan zijn gedaan, is het misschien alsnog een oneerlijke strijd. Toch wil ik niet op voorhand al zeggen dat dit niks kan worden. Misschien is het hartstikke leuk en dan maakt verliezen voor mij echt niet uit.

Een vriend van mijn vriend zit op rolstoelhockey en kwam een tijdje geleden naar mij toe. Of ik het niet ook eens zou willen proberen, want hij vond het wel wat voor mij. In eerste instantie leek het mij niks om bij een sport wel in een rolstoel te gaan zitten en daarnaast leek het mij lastig aangezien ik maar één hand heb die redelijk functioneert. Toch blijkt hier een oplossing voor te zijn, dus dat is geen belemmering meer. Naarmate ik er langer over ging nadenken, werd ook het gebruik maken van een rolstoel voor mij minder erg. Op die manier los ik namelijk wel mijn evenwichtsprobleem op.

Welke sport het uiteindelijk wordt, weet ik nog niet precies. Gezien mijn mogelijkheden en interesse denk ik dat rolstoelhockey het meest in aanmerking komt. Daar ga ik binnenkort dus ook maar een keer kijken…..

cynthia

De knop omzetten

Lees voor met webReader

Door Cynthia van der Winden

Van jongs af aan heb ik meegedraaid in de normale ‘maatschappij’. De basis- en middelbare school heb ik gevolgd in het reguliere onderwijs. Dit heeft mij ver gebracht. Inmiddels heb ik een VWO-diploma op zak en zit ik in het derde jaar van het HBO. Ik ben heel blij dat ik zover ben gekomen en ik vraag me wel eens af of ik zo ver was gekomen als ik op speciaal onderwijs gezeten had. Maar dat is niet waar ik het in dit blog over wil hebben.

Het meedraaien in de ‘normale’ maatschappij heeft namelijk ook een minder positieve kant. Iedereen om je heen doet dingen anders, sneller en met minder moeite. Dit heeft er toe geleid dat ik altijd het gevoel heb gekregen dat ik me extra moest bewijzen om erbij te horen. Nu kom ik op een punt in mijn leven waar ik deze gedachten uit me hoofd moet zetten. Ik mag gewoon mezelf zijn en mijn eigen ding doen. Toch vind dit best moeilijk en ik zal uitleggen waarom.

In één van mijn vorige blogs heb ik geschreven dat ik tijdens mijn schoolperiode vrij eenzaam was. Er waren altijd wel een paar mensen met wie enigszins op kon schieten en het was ook niet zo dat ik helemaal geen vriendinnen had, maar toch voelde ik mij nooit volledig geaccepteerd. Als ik nu op deze periode terugkijk, heeft dit ertoe geleid dat ik het gevoel heb gekregen dat ik moet vechten om erbij te horen. Op ‘fouten’ die ik maak, zou ik harder afgerekend worden en dat maakte mijn kans op ‘meedoen’ kleiner. Tenminste dat was wat ik mezelf in mijn hoofd haalde. Diep vanbinnen was ik wel zeker van mezelf, maar het is mij in die periode nooit echt goed gelukt om dat ook uit te stralen naar mijn omgeving.

Nu ik stageloop en een goed sociaal netwerk heb, krijg ik keer op keer te horen dat deze onzekerheid nergens voor nodig is. Iedereen is blij met het werk dat ik aflever en ik krijg veel complimenten. Dus waar twijfel ik nog over? Ik mag het gewoon op mijn manier doen en mensen moeten mij accepteren nu maar zoals ik ben. Hoewel ik weet dat dit zo is, kost dat mij toch moeite. De knop heb ik wel omgezet, maar om het ook echt uit te stralen naar de buitenwereld is een tweede. Gelukkig zijn er heb ik mensen om mij heen die me hierbij helpen.

Toch merk ik dat het werkt. Voor anderen is het ook veel makkelijker als je gewoon achter je eigen manier van doen blijft staan. Het uitstralen van onzekerheid is niet alleen lastig voor jezelf. In de komende tijd wil ik hier nog meer aan gaan werken. Juist door zeker van mezelf te zijn, gaan mensen mijn kwaliteiten zien en dat kan veel opleveren. Dat is het belangrijkste voor mij om in mijn achterhoofd te houden. En wat de rest van de wereld van mij denkt, is dan totaal onbelangrijk!

Knop omzetten

Geen berg te hoog of te ver!

Lees voor met webReader

Door Cynthia van der Winden

Een reisje naar de maan maken of een wereldleider worden. Het zijn dingen die niet voor iedereen zijn weggelegd. Er zitten nou eenmaal grenzen aan het leven. Als dat niet zo was, zou niemand meer dromen hebben. Het leven zou dan waarschijnlijk wel heel saai worden. Toch ben ik van mening dat grenzen niet altijd een rol hoeven te spelen. Ja, ik heb een beperking, maar dat betekent niet dat mijn leven veel meer grenzen heeft ten opzichte van het leven van een valide persoon. Natuurlijk moet ik er rekening mee houden, bijvoorbeeld met mijn energie. Uitgaan tot diep in de nacht na een lange stagedag zit er voor mij gewoon niet in. Hier ben ik echter niet rauwig om. Op de één of andere manier heb ik die behoefte ook helemaal niet. Er zijn echter ook veel situaties waarin ik geen grenzen ervaar door mijn beperking. Deze volgende twee voorbeelden zullen dit duidelijk maken.

Op mijn achtste stond ik tijdens een kinderfeestje voor het eerst op de ski’s. Mijn moeder ging mee, want we wilden weleens zien wat mijn benen op ski’s gingen doen. Dit bleek het begin te zijn van een groot avontuur! Via mijn revalidatiearts kwam ik in aanraking met de Vereniging van Gehandicapte Wintersporters en inmiddels ga ik al twaalf jaar met deze grote familie op reis. Zelfstandig een piste afkomen is voor mij geen probleem meer. Ik heb weliswaar soms een handje nodig bij het opstaan, maar dat mag de pret zeker niet drukken. Deze reizen hebben nog meer grenzen voor mij doen vervagen. Mensen die in een rolstoel zitten en een beperkte armfunctie hebben, nemen met het grootste gemak zelf een rode piste. Wie deze vereniging niet kent, zou dit nooit voor mogelijk houden.

Vorige maand was ik met mijn vriend op vakantie in Rhodos. Deze vakantie was voor mij al een grote stap. Zoals ik in mijn vorige blog vermeldde, was ik nog nooit zelfstandig met het vliegtuig op vakantie geweest. Echter gingen we op de bestemming aangekomen verder met het opzoeken van het avontuur. Er was namelijk de mogelijkheid om mee te gaan met een Jeep Safari. Deze kans lieten wij natuurlijk niet aan onze neus voorbij gaan. Zelf achter het stuur kruipen, vonden we een stap te ver gaan, maar we hebben ervoor gezorgd dat wij bij een ander Nederlands stel achterin konden kruipen. Op volle snelheid over onverharde wegen, haren in de wind en langs prachtige natuur. Een super ervaring! Je hebt er dan misschien wel wat wilskracht voor nodig, maar dit is voor mij weer een bevestiging dat er meer mogelijk is dan dat je van te voren zou denken.

Terugkijkend op zulke ervaringen, heb ik het gevoel dat ik een geweldig leven heb. Ja, ik zoek de grenzen op, maar dat heeft tot nu toe niet tot negatieve ervaringen geleid, dus ik ga er mee door! Ondanks mijn beperking geniet ik met volle teugen van het leven. Voor mij hoort deze levenshouding daarbij!!!

Cynthia

Niet meer zo!

Lees voor met webReader

Door Cynthia van der Winden

Uit mijn vorige blogs weten jullie dat ik elk jaar met lotgenoten op skivakantie ga en dat dit keer op keer een groot succes is. Twee jaar geleden ben ik om die reden ook op zoek gegaan naar een vergelijkbare reis voor in de zomer. Dit bleek nog niet zo makkelijk, maar uiteindelijk ben ik uitgekomen bij MundoRado Reizen. We gingen naar Tenerife en hebben daar een gezellige vakantie gehad. Dit jaar dacht ik bij mezelf: ik ga weer mee met deze organisatie, want de sfeer in de groep was geweldig. Mallorca was dit jaar de bestemming. Toch moet ik na deze reis concluderen dat het voor mij de laatste keer was dat ik op deze manier op zomervakantie ging en ik zal jullie uitleggen hoe dat komt.

De laatste jaren ben ik veel zelfstandiger geworden. Ik woon dan nog wel bij mijn ouders, maar ik zit inmiddels in het derde jaar van mijn opleiding, loop stage en heb mijn eigen sociale leven. Twee jaar geleden was dit nog wel anders. Ik kwam net van de middelbare school en was gewend om mee te gaan in de keuzes van anderen. Op Tenerife had ik er dus ook geen probleem mee om mij aan te passen aan de rest van de groep. Hier kwam nog eens bij dat alles op Tenerife heel goed aangepast was, waardoor we veel activiteiten konden ondernemen.

Op Mallorca was de sfeer ook super. Het contact met lotgenoten is nog steeds iets waar ik veel plezier aan beleef en energie uit put. Ik ben er wel achter gekomen dat deze manier van vakantie houden de laatste keer is geweest. De laatste jaren ben ik fysiek een stuk sterker geworden. De begeleiding die bij deze reis aanwezig was, heb ik eigenlijk niet echt meer nodig. Het is niet zo dat ik me beter voel dan de andere jongeren die met deze reis meegingen, maar ik merk dat ik andere behoeften begin te krijgen. Ik houd ervan om uitdagingen aan te gaan en meer het avontuur op te zoeken. Deze factoren miste ik in de reis naar Mallorca.

Na de reis heb ik er lang over nagedacht. Aan de ene kant voel ik mij deel van de doelgroep, dus vind ik het moeilijk om toe te geven dat het met mijn beperking op dit moment niet meer nodig is om met deze reis mee te gaan. Het voelt namelijk toch een beetje als distantiëren, terwijl dat het laatste is wat ik wil uitdragen. Tegelijkertijd is meegaan met dit soort zomerreizen voor mij nu toch niet de meest geschikte manier als je kijkt naar mijn behoefte. En dat is eigenlijk een mooie conclusie, want het betekent dat ik mezelf ontwikkel naar steeds meer zelfstandigheid.

Uiteindelijk ben ik dus tot de conclusie gekomen dat ik in het vervolg zelf mijn vakanties regel en mijn reisgenoten zelf uitkies, die natuurlijk uit alle doelgroepen mogen komen!
Een uitzondering blijft natuurlijk de skivakantie, maar dat is een ander verhaal, want tijdens het skiën is een handje van een begeleider toch wel handig. En het contact met lotgenoten? Dat komt wel goed! De mensen met wie ik tijdens deze reizen contact had, heb ik inmiddels alweer een keer gezien en die contacten zullen echt niet verwateren. Daar ga ik persoonlijk voor zorgen.

Cynthia

Deuren moet je soms open breken……

Lees voor met webReader

Door Cynthia van der Winden

In een tijd waarin het voor studenten zonder een beperking al moeilijk is om aan een stageplek te komen, is het voor mij helemaal een uitdaging. Toch ben ik vol goede moed aan de slag gegaan met het schrijven van sollicitatiebrieven. Nee, ik wilde geen gebruik maken van het netwerk van mijn moeder. Ik wilde de mensen laten zien dat ik het zelf kon! Ik was ervan overtuigd dat ik tegen muren aan zou gaan lopen, maar ik wist ook dat er in die muren soms deuren zouden zitten. Van die deuren heb ik dankbaar gebruik gemaakt.

Na een nare stage ervaring tijdens mijn eerste studiejaar, was ik voor het tweede jaar opzoek naar een plek waar ik de mensen wel kon overtuigen van mijn kunde en expertise. Ik ben van mening dat mijn beperking een meerwaarde kan hebben in mijn werk als maatschappelijk werker. Uiteindelijk ben ik terecht gekomen op het bedrijfsmaatschappelijk ondersteuningsbureau van een sociale werkplaats. Deze plek was erg geschikt en het feit dat mijn stagebegeleider een visuele beperking had, maakte dat mijn beperking niet als ’negatief’ werd beoordeeld. De cliënten die ik kreeg hadden er eveneens geen ‘problemen’ mee. Hier heb ik veel praktijkervaring kunnen opdoen. Ik weet nu waar mijn krachten liggen en daar ga ik verder mee aan de slag. Door deze uit te buiten hoop ik dat ik straks een grotere kans heb om aan een baan te komen.

Toch moest er voor mijn derde jaar nóg een plek gezocht worden. Ik was weliswaar zekerder geworden, maar dat wil niet zeggen dat de zoektocht nu makkelijker was. Zestien brieven zijn er de deur uit gegaan. Twee keer mocht ik op gesprek komen. Helaas was er op de ene plek een andere kandidaat die beter in het plaatje paste. De plek waar ik in september ga beginnen, leek aanvankelijk ook op een afwijzing uit te draaien. De coördinator had namelijk grote twijfels bij mij in het contact met cliënten. Door zo’n uitspraak zakte de moed mij weer in de schoenen. Maar opgeven was voor mij geen optie. Er werd mij een tweede gesprek aangeboden met mijn uiteindelijke stagebegeleider en dat verliep wonder boven wonder zeer positief. Hierdoor kreeg ik het vertrouwen om hier in september aan de slag te gaan en dat is toch wel heel belangrijk voor een stage van tien maanden voor drie dagen per week.

Natuurlijk moeten we afwachten of mijn laatste stage ook daadwerkelijk goed zal gaan verlopen, maar dat heb ik voor een groot deel zelf in de hand. Voor dit moment ben ik erg tevreden dat ik in ieder geval de kansen heb gekregen om te laten zijn wat ik waard ben voor een organisatie. Dit zal in de toekomst misschien ook in mijn voordeel gaan werken. Voor nu ga ik door op de weg die ik ingeslagen ben. We blijven vechten en dan komen die deuren in de muur vanzelf.

deuren

Als een warm bad!

Lees voor met webReader

Door Cynthia van der Winden

Het einde van het studiejaar is in zicht. Een heerlijke gevoel. Even geen stage, toetsen of verslagen die ingeleverd moeten worden. Daarnaast is het ook een tijd om af te sluiten met de klas. Gezellig iets ondernemen met de mensen waar je een jaar mee op hebt getrokken. Tijdens je studie weet je maar nooit of je volgend jaar weer bij dezelfde mensen in de klas komt. Eén van de klasgenoten vond het daarom tijd worden om een BBQ bij haar in de achtertuin te organiseren. De sfeer was geweldig en ik had echt het gevoel dat ik deel uitmaakte van de groep. Dit was voor mij echt bijzonder en ik zal jullie uitleggen waarom….

Toen ik op de basisschool zat, liep het allemaal wel lekker. Ik had niet veel vriendinnetjes, maar ik nam regelmatig klasgenootjes mee naar huis om te spelen. In groep 8 begon ik te merken dat ik soms geen aansluiting kon vinden bij mijn leeftijdsgenootjes. Gelukkig zat ik toen ik een combinatieklas en waren de meiden uit groep zes wel bereid om in het spel soms iets langer op mij te wachten. Toch voelde het niet helemaal goed. Ik weet nog dat we een slaapfeest hadden met alleen de achtste groepers. Natuurlijk was ik van de partij, maar het was voor mij duidelijk merkbaar dat ik geen deel was van de groep. Waar het aan lag, kan ik niet precies zeggen, maar het voelde gewoon zo.

Op de middelbare school zette deze trend zich voort. Afgezien van mijn drie vriendinnen die ik in de tweede en derde heb leren kennen, kan ik nu concluderen dat ik vrij eenzaam ben geweest. Het was niet dat ik er niet mijn best voor deed. Integendeel, ik probeerde altijd een praatje te maken met mijn groepsgenoten, maar het had weinig effect. Zeker in het laatste jaar, want toen waren mijn vriendinnen al van school, was ik er helemaal klaar mee. Ik had geen zin meer om energie in deze mensen te stoppen. Om die reden ben ik ook niet naar het eindexamengala geweest. Wat had ik er te zoeken. Niemand zou me toch missen.

Door dit verleden vond ik het best spannend om met mijn opleiding te beginnen. Hoe zouden de mensen hier op mij gaan reageren? Zou ik deze periode weer alleen moeten doorbrengen? Deze zorgen bleken gelukkig overbodig. Het leek alsof alle narigheid van de middelbare was verdwenen en dat iedereen volwassen was geworden. Ik heb meteen verteld wat de oorzaak is van mijn beperking en vanaf dat moment was het goed. Hier belandde ik eindelijk in dat warme bad waar ik zolang op heb moeten wachten.

De BBQ van dit jaar was voor mij de bevestiging dat ik er nu echt bij hoor. Het is leuk om naar een klassenfeest te gaan! Het heeft even geduurd, maar ik ben blij dat ik dit gevoel toch nog mag meemaken. Hierdoor wordt het volgen van een opleiding namelijk een stuk leuker!

warmbad

Hier haal ik energie uit!!

Lees voor met webReader

Door Cynthia van der Winden

Een paar maanden geleden kwam de vraag of er mensen van de Vereniging Gehandicapte Wintersporters (VGW) de vereniging wilden vertegenwoordigen op de Supportbeurs (een beurs waarop allerlei organisaties staan die zich inzetten voor mensen met een beperking). Even voor de mensen die de VGW niet kennen: deze vereniging biedt skireizen aan voor mensen met een lichamelijke beperking. Zelf ga ik al 12 jaar mee met de VGW en ik vind het geweldig! De sfeer op de reis met lotgenoten, het zelfstandig kunnen skiën ondanks je beperking en de enthousiaste begeleiders, maken er elk jaar een groot feest van!
Mijn enthousiasme wil ik maar al te graag overbrengen op mensen die nog niet met de VGW in aanraking zijn gekomen. De kans om op de Supportbeurs te staan, heb ik dan ook met beide handen aangegrepen.

Vrijdagochtend was het dan zover: VGW-shirt aan, instructie van de standhouder, papieren in de hand en gaan! Gelukkig was het niet erg druk en daardoor had ik alle tijd om alle bezoekers uitvoerig te woord te staan en op die manier nieuwe deelnemers, maar ook begeleiders voor de reizen en de lessen in Huizen te werven. Daarnaast kwamen er ook oude bekenden langs. Op rustige momenten was er tijd om bij te kletsen, maar ik hield steeds de boel in de gaten om geen geïnteresseerde over het hoofd te zien. Dat was tenslotte mijn taak voor die ochtend.

’s Middags had ik tijd om zelf over de beurs te struinen. Ik was die dag ervoor ook al geweest, maar de sfeer en de mensen maakten dat ik weer bleef hangen. Het ging mij vooral om het zien van bekenden. Niet alleen van de skireizen, maar ook van zwemles, (paard-) rijles, BOSK-dagen en de zomervakantie. Het was leuk om iedereen onverwacht tegen te komen en bij te kletsen. Ik vind het altijd bijzonder dat je mensen soms jaren niet ziet en toch de draad zo weer op kan pakken. Al met al heb ik veel mensen gesproken en veel nieuwe innovaties gezien die misschien in de toekomst handig zijn voor mij en de andere bezoekers.

Contact met lotgenoten vind ik altijd erg leuk. Hoewel ik, net als vele anderen, in het dagelijks leven ‘normaal’ meedraai in de maatschappij en daar ook zeker mijn best voor doe, betekent het contact met lotgenoten veel voor mij. Het kunnen delen van ervaringen en het leren van elkaars bevindingen is waardevol. De laatste jaren onderhoud ik dit contact grotendeels via Whatsapp en Facebook. Sommige mensen die je op fora spreekt, heb je nog nooit in het echt gezien. Twee van deze mensen kwam ik per toeval tegen op de beurs. Echt bijzonder om elkaar dan op die manier te treffen.

Deze twee dagen waren vermoeiend, maar ik haal er ook zoveel energie uit. Op momenten dat het even niet zo lekker gaat, denk ik terug aan dit soort momenten. Mensen met een beperking voelen elkaar op de één of andere manier toch aan en het is fijn jezelf op zo’n moment niet te hoeven bewijzen.

Cynthia